terug naar de beginpagina download meer over dit stuk

Eind goed, al goed
All's well that ends well
William Shakespeare
vertaling    Jan Jonk
Eerste bedrijf eerste toneel
tweede toneel
derde toneel

 

Rossillion. Het paleis van de hertog.

De jonge Bertram, Graaf van Rossillion, op, zijn moeder, de Gravin, Helena en Heer Lafew, allen in het zwart
GravinDoordat ik mijn zoon van mij laat gaan, begraaf ik nog een keer mijn echtgenoot.
BertramEn nu ik wegga, mevrouw, moet ik opnieuw huilen om de dood van mijn vader; maar ik moet het bevel van de Koning opvolgen, onder wiens voogdij ik nu sta, en wiens vazal ik altijd zal zijn.
Lafew U zult in de Koning een echtgenoot vinden, mevrouw; u, meneer, een vader. Hij die voor iedereen altijd zo welwillend is, moet die deugd vanzelf ook aan u doen blijken, want uw voortreffelijkheid zou een goede behandeling eerder opwekken waar die ontbrak, dan missen waar die in zo grote mate aanwezig is.
Gravin Wat voor hoop is er nog, dat zijne majesteit beter wordt?
Lafew Hij heeft zijn artsen weggestuurd, mevrouw; zolang hij onder hun behandeling was vloog de tijd hem om vol hoop, en het enige voordeel dat hem die jacht heeft gebracht, is dat de hoop langzamerhand is vervlogen.
Gravin Deze jonkvrouw had een vader - O, dat ?had?, wat komt dat droef over mijn lippen -, wiens kunst bijna even groot was als zijn rechtschapenheid; als zij even ver had gereikt, dan zou zij de natuur onsterfelijk hebben gemaakt, en dan had de dood kunnen gaan spelen bij gebrek aan werk. Leefde hij nog maar om de Koning bij te staan! Het zou de dood betekenen van de ziekte van de Koning.
Lafew Hoe heette de man waar u het over heeft, mevrouw?
Gravin Hij was zeer beroemd, heer, in zijn vak, en terecht: Gerard de Narbon.
Lafew Ja, inderdaad, een uitstekend man, mevrouw; pas geleden sprak de Koning nog vol bewondering over hem, en betreurde hij dat hij gestorven was; hij was geleerd genoeg om nu nog in leven te zijn, als de wetenschap iets kon vinden tegen doodgaan.
BertramAan welke kwaal lijdt de Koning dan, waarde heer?
Lafew Aan een fistulerend abces, mijn heer.
BertramDaar heb ik nog nooit van gehoord.
Lafew Ik zou willen, dat het niet zo berucht was. Was deze jonkvrouw de dochter van Gerard de Narbon?
Gravin Zijn enig kind, mijn heer, en aan mijn zorg toevertrouwd. Ik verwacht veel van het goede dat haar opvoeding de aanleg die ze heeft gerfd belooft - wat de schone gaven nog mooier maakt; want, waar een onzuivere geest deugdzame kwaliteiten in zich heeft, gaan de loftuitingen gepaard met deernis; ze zijn deugden en tegelijk verraders. Bij haar zijn ze des te schoner omdat ze zuiver zijn: zij heeft rechtschapenheid gerfd, en zelf voortreffelijkheid bewerkt.
LafewUw lofspraak, mevrouw, ontlokt haar tranen.
GravinDat is het beste zilt waarmee een meisje haar lof kruiden kan. Zo gauw ze ook maar enigs-zins aan haar vader herinnerd wordt, ontneemt de tirannie van haar smart alle leven aan haar wangen. Genoeg, nu, Helena, houd maar op, niet meer huilen; anders zou men kunnen gaan denken, dat je meer smart laat zien dan je hebt -
HelenaIk draag niet alleen smart uit, ik heb die ook.
LafewGepast bejammeren is het recht van de doden; overdadige smart de vijand van de levenden.
GravinAls de levende de vijand is van de smart, dan leidt te veel smart spoedig naar de dood.
BertramMoeder, ik vraag u om uw zegen.
LafewWat moeten wij daar van denken?
GravinGezegend, Bertram; wees je vaders zoon
in geest en voorkomen! Strijden in jou bloed
en deugd om heerschappij, jouw goedheid hoog
als je afkomst. Heb allen lief, vertrouw haast geen,
doe geen onrecht. Houd je vijand in toom
met macht, niet wapens; hoed als het eigen leven
dat van je vriend. Laat je om zwijgen laken,
niet om praatzucht. Wat de hemel je nog meer
wil schenken, mijn gebed kan afsmeken,
dale op je neer. Vaarwel. Mijn heer, hij is
als hoveling nog onrijp; mijn waarde heer,
geef hem uw raad.
LafewHet allerbeste krijgt hij,
wanneer hij liefde toont.
GravinGod zegene hem! Vaarwel, Bertram.
Af
BertramMogen de beste wensen die in uw gedachten opkomen u ten dienste staan! [Tot Helena] Wees mijn moeder, uw gebiedster, tot troost, en zorg goed voor haar.
Lafew Vaarwel, lieve jonkvrouw; houd de faam van uw vader in ere.
Bertram en Lafew af
HelenaWas dat maar alles! Ik denk niet aan mijn vader,
en deze tranenstroom eert hem veel meer
dan tranen nu. Wat was hij voor een man?
Ik ben hem vergeten; voor mijn geestesoog
dient zich alleen het gezicht van Bertram aan.
Ik ben verloren, leven is er niet
nu Bertram weg is; het is alsof ik nu
een heldere ster bemin, die ik, O, zo graag,
zou willen trouwen, want zo hoog staat hij.
Zijn helder schijnsel, parallel aan mij,
moet al mijn troost zijn, nooit raak ik in zijn sfeer.
De eerzucht in mijn liefde straft zichzelf:
de hinde zo graag door de leeuw gekend
moet sterven uit liefde. Het was fijn, met pijn,
hem uur na uur te zien; uit te tekenen
zijn wenkbrauwboog, zijn lokken, scherpe blik,
in de tafel van ons hart - te ontvankelijk
voor elke trek van zijn zo lief gezicht.
Maar nu is mijn afgod weg, en kan mijn hart
slechts zijn reliek vereren. Wie komt daar?
Parolles op
 Zijn metgezel; om hem is hij mij lief,
al is hij echt berucht als leugenaar,
een absolute lafaard, grote gek;
toch past dit kleed van diepe kwaad hem zo,
dat men het accepteert al rilt de deugd
onverzettelijk in de kou; vaak ziet men,
hoe koude wijsheid nietige dwaasheid dient.
ParollesDag, mooie Koningin.
HelenaOok goedendag, monarch.
ParollesNou, niet echt.
HelenaWat mij betreft ook nee.
ParollesBent u aan het nadenken over maagdelijkheid?
HelenaJa. En omdat u iets van een soldaat over u heeft, wil ik u een vraag stellen. De man is de vijand van maagdelijkheid; hoe kunnen wij ons tegen hem verschansen?
ParollesLaat hem niet binnen.
HelenaMaar hij loopt storm; en onze maagdelijkheid is dan wel dapper, maar toch zwak in verdediging. Vertel eens hoe wij ons krijgshaftig kunnen verzetten.
ParollesEr is geen verzet. De man belegert u, ondermijnt u en doet u de hemel in springen.
HelenaGod behoede onze arme maagdelijkheid voor ondermijnen en opblazen. Bestaat er geen krijgstactiek voor maagden om mannen hoog op te blazen?
ParollesAls de maagdelijkheid op de grond geblazen is, zal de man gauw genoeg omhoog gaan; ja, en als u hem dan weer neer blaast, zult u door de bres die u zelf maakt uw ommuurde veste verliezen. Het is ook tegen het staatsbelang van de natuur de maagdelijkheid te bewaren. Het verlies van maagdelijkheid leidt vanzelfsprekend tot verrijking, en er is nog nooit een maagd in het leven geroepen, of er ging eerst maagdelijkheid verloren. Dat waar u van gevormd bent is de stof waar maagden uit voortkomen. Door verlies van n maagdelijkheid kunnen er tien gewonnen worden; maar als zij altijd bewaard wordt, gaat zij voor altijd verloren. Ze is een veel te koel vriendinnetje. Weg ermee!
HelenaIk blijf haar nog even verdedigen, al moet ik er als maagd voor sterven.
ParollesDaar valt maar weinig voor te zeggen: het is tegen de regels van de natuur. Voor de maagde-lijkheid te spreken, is een aanklacht tegen moeders, en dat zou zonder meer ongehoorzaam-heid zijn. Wie zich ophangt, is als een maagd: maagdelijkheid brengt zichzelf om, en zou langs de kant van de weg begraven moeten worden, ver weg van gewijde aarde, als een vrouw die roekeloos de natuur geschonden heeft. Maagdelijkheid broedt maden uit, net zoals een kaas; verteert zichzelf tot de buitenste schil, en sterft uiteindelijk doordat zij vasthoudt aan haar eigen trotse standpunt. Bovendien is maagdelijkheid kribbig, hoogmoedig, lui, n en al zelfzucht, de zwaarste zonde tegen Gods gebod. Hou ze niet, u hebt er alleen maar bij te verliezen. Weg ermee! Binnen het jaar kunt u er dubbel voor terug krijgen, en dat is een mooie rente, en het kapitaal wordt er niet minder door. Weg ermee!
HelenaHoe moet men het aanleggen, meneer, om het fijn te vinden haar kwijt te raken?
ParollesLaat eens kijken. Nou, dat is moeilijk, want je moet hem aardig vinden die haar niet aardig vindt. Het is een waar die door het lange liggen haar glans verliest; hoe langer behouden, hoe minder waard. Zorg dat je haar kwijt raakt, zolang ze nog gewild is; neem de tijd waar, als er vraag naar is. Zoals een oude hoveling draagt maagdelijkheid haar hoed tot die uit de mode is, rijk versierd, maar niet meer te versieren, net als de hoedengesp en de tandenstoker, die nu niet meer gedragen worden. Zoete rimpelige dadels moeten in uw pasteitje en uw pap; er horen geen rimpels op uw wangen; en uw maagdelijkheid, uw oude maagdelijkheid, is als een van onze ingeschrompelde Franse peren: ze ziet er slecht uit, en heeft een droge smaak; ja, ze is een ingeschrompelde peer; vroeger was ze beter; ja, ze is echt een ingeschrompelde peer. Wat wilt u er mee doen?
HelenaZo is mijn maagdelijkheid niet; en toch ....
Ginds zal uw meester duizend liefdes hebben,
een moeder, een geliefde, en een vriend,
een feniks, vijand, en een kapitein,
een gids, een soeverein, en een godin,
een raadsman, een verraadster en een lief;
nederig eerzuchtig, trots in nederigheid,
vals samenklinkend, in zijn wanklank zoet,
getrouw, en lieflijk vals; een wereld vol
lieve, zoete koosnaampjes, waar de blinde
Cupido peet van zal zijn. Nu moet hij -
ik weet niet wat hij moet. God zij met hem!
Het hof is een leerschool, en hij is iemand -
ParollesNou, wat voor iemand?
HelenaDie ik het beste toewens. Maar het is jammer -
ParollesWat is jammer?
HelenaDat deze beste wens geen lichaam geeft
dat voelbaar is, dat de arme schepsels, wij,
- door boze sterren tot wensen beperkt -,
door hun inwerking vrienden kunnen volgen,
en zien wat wij nu enkel kunnen denken,
waar nimmer dank op volgt.
Page op
PageMonsieur Parolles, mijn heer laat u roepen.
Af
ParollesHeleentje, tot ziens. Als ik je niet vergeet, zal ik aan het hof aan je denken.
HelenaMonsieur Parolles, u bent onder een menslievende ster geboren.
ParollesJa, onder Mars.
HelenaVolgens mij, onder Mars.
ParollesWaarom onder Mars?
HelenaDe oorlogen hebben u er zo ondergehouden, dat u wel onder Mars geboren moet zijn.
ParollesToen hij in de ascendant was.
HelenaVolgens mij veeleer, toen hij retrograde was.
ParollesWaarom denkt u dat?
HelenaAls u vecht gaat u zo vaak achteruit.
ParollesDat is louter tactiek.
HelenaDat is weglopen ook, als angst dat als veilig aanraadt; maar het mengsel dat uw moed en uw angst in u maken geeft u iets gevleugelds, dat ik u goed vind staan.
ParollesIk heb zoveel dingen aan mijn hoofd, dat ik je niet gevat kan antwoorden. Ik zal terugkomen als een volmaakt hoveling; dan kun je horen wat ik geleerd heb, als je tenminste ontvankelijk bent voor wat een hoveling je wil opdringen, en vatten wil wat hij over je heen laat komen; anders sterf je in je ondankbaarheid, en sleept je onwetendheid je weg. Vaarwel. Als je tijd hebt, zeg dan je gebeden op; heb je geen tijd, denk dan aan je vrienden. Zoek een goede man, en behandel hem, zoals hij jou behandelt. Dus, vaarwel.
Af
HelenaVaak vinden wij in het eigen hart de baat,
die wij de hemel vragen. Het Noodlot laat
ons vrij begaan, trekt enkel aan de bel,
als wij traag denken: ?Ik geloof het wel?.
Door welke macht klimt mijn liefde zo hoog,
dat ik kan zien, al streelt nog niets mijn oog?
Verwant van hart, in liefde ondeelbaar, leeft
wie het lot eonen ver gescheiden heeft.
Wie moeite afweegt met verstand, waagt nooit
iets dat onmogelijk lijkt, want dat wat ooit
eens was komt nooit meer zegt men. Maar beloond
met liefde wordt wie haar verdienste toont.
De Koningsziekte - misschien zal ik niet slagen,
maar mijn besluit staat vast: ik moet het wagen.
Af
 


Tweede toneel

Parijs. Het paleis van de Koning

Geschal van kornetten. De Koning van Frankrijk op, met brieven in zijn hand, met uiteenlopend gevolg
KoningSiena en Florence vechten weer eens;
de strijd is nog onbeslist, men blijft elkaar
krijgshaftig uitdagen.
1e EdelmanDat hoort men, heer.
Koning Het is waar! Het wordt hier gesteld als zekerheid
door onze neef, de vorst van Oostenrijk,
die waarschuwt, dat Florence ons vragen gaat
om snelle bijstand; onze waarde vriend
heeft reeds zijn oordeel klaar, en lijkt te hopen,
dat wij het afwijzen.
1e EdelmanZijn liefde en wijsheid,
waar uwe majesteit zo hoog van opgeeft,
pleiten sterk voor zijn zaak.
Koning Met staal omkleed,
heeft hij ons antwoord al: het is ?Neen?, vr hij komt;
maar willen onze ridders naar de krijg
daar in Toscane, het staat hun vrij te staan
aan welke kant men wil.
2e Edelman Een goede school
is het voor jonge ridders, die hunkeren
naar oefening en daden.
KoningWie komt daar?
Bertram op, Lafew en Parolles
1e Edelman Het is Graaf Rossillion, mijn waarde heer, de jonge Bertram.
Koning Jij lijkt op je vader;
met zorg, en niet gehaast, schonk de natuur
jou schone bouw. Moge ook jouw vaders geest
jouw erfdeel zijn. Wees welkom in Parijs.
BertramMijn dank en plicht behoren uwe majesteit.
KoningO, was ik nog zo gezond van lijf en leden
als toen jouw vader en ik als vrienden het eerst
ten oorlog trokken. Uiterst goed was hij
in het krijgsbedrijf, en vele dapperen
leerden het van hem. Hij hield het heel lang vol,
maar ouderdom besloop ons, putte ons uit,
dwong ons tot rust. Wat doet het mij toch goed,
te spreken van uw vader; in zijn jeugd
had hij de geestigheid, die ik nu bespeur
bij onze jonge adel; maar hun grap
keert onbemerkt als spot tot hen terug,
voor zij hun scherts omkleden gaan met eer.
Een echte hoveling, scherp, maar nooit bitter,

trots, maar nooit uit de hoogte; wanneer toch,
dan aangezet door zijns gelijken; eer,
zichzelf tot uurwerk, gaf hem het juist moment
om afkeurend te spreken, en zijn tong
sprak naar haar wijzer. En zijn minderen
behandelde hij hoffelijk als vreemden;
hij boog zijn hoogte tot hun lage stand,
en deed hen trots zijn op zijn nederigheid,
bescheiden voor hun arme lof. Zo?n man
kon het jonge volk van nu een voorbeeld zijn,
dat, nagevolgd, hun goed zou laten zien,
hoe zij zijn teruggevallen.
BertramZijn roem, heer,
straalt rijker in uw geest dan op zijn tombe;
zijn roem blijft niet z in zijn grafschrift leven
als in uw vorstelijke woorden.
KoningHoe graag was ik bij hem! Hij zei altijd -
het is alsof ik hem nog hoor; zijn gulden woord
strooide hij niet in het oor, maar entte het daar,
zodat het vruchten droeg - ?Ik wil niet leven?,
(ja, zo begon hij vaak met zachte weemoed
over de pointe van een leuke grap
als die voorbij was) ?Ik wil niet leven?, zei hij
?om, als mijn lamp op is, verkoolde pit
te zijn voor jongere geesten die heel snel
wat oud is hekelen, die enkel denken
aan nieuwe kleren, en sneller hun smaak
wijzigen dan de mode?. Dat wenste hij.
En, na hem, wens ik zelf hem na, dat ik,
die nu geen was of honing meer kan zamelen,
snel uit mijn korf verwijderd word, en plaats
maak voor andere werkers.
2e EdelmanMen mag u graag; wie u het minst graag ruimte geeft, mist u het eerst.
Koning Ja, ik vul een plaats, dat weet ik wel. Hoe lang,
graaf, is die arts aan uw vaders hof al dood?
Die zo beroemd was.
BertramZes maanden, mijn vorst.
Koning Leefde hij nu nog, ik probeerde het bij hem -
geef mij uw arm - de rest heeft me uitgeput
met elk hun artsenij; laat de natuur
nu met mijn ziekte kampen. Welkom, graaf;
mij dierbaar als mijn zoon.
BertramIk dank u, majesteit.
Allen af. Trompetgeschal
 


Derde toneel

Rossillion. Het paleis van de graaf.
Gravin op, Hofmeester en Clown.
GravinNu wil ik naar u luisteren. Wat heeft u over deze jonkvrouw te vertellen?
HofmeesterMevrouw, ik hoop, dat de moeite die ik mij getroost heb, u tot uw tevredenheid te dienen, reeds staat opgetekend in het register van mijn gedane diensten; want wij kwetsen onze bescheiden-heid en besmetten de zuiverheid van onze verdiensten, als wij er zelf ruchtbaarheid aan geven.
Gravin Wat doet deze schelm hier? Wegwezen, kereltje. De klachten die ik laatstelijk over u gehoord heb, geloof ik wel niet allemaal; maar dat ligt alleen aan mijn lankmoedigheid; want ik weet zeker, dat het u niet aan dwaasheid ontbreekt om zulke streken te begaan, en dat u doortrapt genoeg bent om ze uit te voeren.
Clown Het is u niet geheel onbekend, mevrouw, dat ik maar een arme drommel ben.
Gravin Nou, goed, dan, vriend.
Clown Nee, mevrouw, het is niet zo goed dat ik arm ben, al zijn er genoeg rijke lui die naar de hel gaan; maar, als ik van uwe hoogheid toestemming mocht krijgen om te trouwen, dan gaan Isbel, de vrouw, en ik doen zo goed als we het kunnen.
Gravin Wil je dan met alle geweld bedelaar worden?
Clown Ik smeek u om uw goede wil in dit geval.
Gravin In welke geval?
Clown In het geval van Isbel en van mij. Dienstbaarheid is niet iets dat men erft, en ik denk dat ik pas Gods zegen zal ontvangen, als ik nakomelingen krijg; want het gezegde gaat toch: kinderen zijn een zegen.
Gravin Vertel me eens, waarom je wilt trouwen.
Clown Mevrouw, mijn arme lichaam heeft het nodig; ik wordt daar door het vlees toe gedreven, en hij moet doorgaan, die de duivel drijft.
Gravin Is dat al de reden van uwe hoogheid?
Clown Ja, mevrouw, een andere reden is om de vrede1, als ik dat zo zeggen mag.
Gravin Mag de wereld ze dan vernemen?
Clown Ik ben een zondig schepsel geweest, mevrouw, zoals u en alle vlees en bloed, en nu trouw ik om daar berouw van te krijgen.
Gravin Van je trouwen, zeker, niet van je zonden.
Clown Ik heb helemaal geen vrienden meer, mevrouw, en ik hoop vrienden te vinden, voor mijn vrouw.
Gravin Dat soort vrienden zijn dan jouw vijanden, kerel.
Clown Dan heeft u het vast niet op grote vrienden, mevrouw, want die kerels komen alles voor mij doen waar ik moe van ben. Wie mijn land ploegt, spaart dat koppeltje van mij, en laat mij toch oogsten; voor hem ben ik een hoorndrager, maar hij werkt voor mij. Wie mijn vrouw troost, verlustigt mijn vlees en bloed; wie mijn vlees en bloed verlustigt, houdt van mijn vlees en bloed; ergo, wie mijn vrouw kust, is mijn vriend. Als mannen er tevreden mee konden zijn, te zijn wat ze zijn, had niemand iets te duchten in het huwelijk; want de jonge Charbon, de puritein, en de oude Poysam, de papist, mogen dan in hun hart verschillen wat godsdienst betreft, hun hoofden zijn toch precies hetzelfde; ze kunnen even goed met hun horens stoten als elke bok in de kudde.
Gravin Zul jij dan altijd dezelfde liederlijke en lasterlijke schelm blijven?
Clown Een profeet, ja, mevrouw: en ik ben niet ver van de waarheid, als ik zeg:
Ik zing hier weer het oude lied
De man moet het bezuren:
Getrouwd ben je door het harde lot
Maar koekoek van nature.
Gravin Maak dat je wegkomt, kerel; daar zal ik u nog wel op aanspreken.
Hofmeester Indien het u behaagt, mevrouw, kan hij Helena bij u ontbieden, want over haar wilde ik met u spreken.
Gravin Kerel, waarschuw de jonkvrouw, dat ik met haar wil spreken - Helena bedoel ik.
Clown En was dit schoon gelaat de schuld,
Dat Troje werd verwoest?
Hoe dwaas! Dat zij, Priamus? vreugd,
Hem zoiets aandoen moest?
Zij zuchtte, en, met droef gemoed,
Zij zuchtte, en, met droef gemoed,
Sprak zij: ?Zo kun je zien:
Bij negen slechten ntje goed,
Bij negen slechten ntje goed,
Is er ntje goed op tien.?
Gravin Wat, een op tien goed? Je verdraait het hele lied, kerel.
Clown En goede vrouw op tien, mevrouw, dat is een verbetering van het lied. Als God het hele jaar door de wereld zo zou beschikken. Wij zouden geen problemen hebben met een tiende-vrouwtje als ik dominee was. Een op de tien, zei hij! Als er maar n goede vrouw geboren werd bij iedere komeet of aardbeving, zou dat de loterij al heel wat beter maken; nu moet een man zich het hart uit het lijf trekken, voor hij een prijs wint.
Gravin Wilt u nu wegwezen, beste kerel, en doen wat ik u beveel?
Clown Dat een man zich door een vrouw moet laten commanderen, zonder dat dat iemand pijn doet! Al is kuisheid dan geen puritein, toch doet zij niemand kwaad; ze draag het koorhemd van nederigheid over het zwarte gewaad van een trots hart heen. Nee, nou ga ik echt; ik moet Helena zeggen hier te komen.
Af
Gravin Wel, wat is er?
Hofmeester Ik weet, mevrouw, dat u uw meisje heel graag mag.
Gravin O, zeker. Haar vader heeft haar mij nagelaten, en, afgezien daarvan, mag zij zelf net zoveel aanspraak op liefde maken als zij bij mij vindt; er komt haar meer toe, dan haar wordt betaald, en haar zal meer uitbetaald worden, dan zij vorderen zal.
Hofmeester Mevrouw, pas geleden was ik dichter bij haar dan zij volgens mij wenste; ze was alleen, en was wat in zichzelf aan het praten, eigen woorden voor eigen oren; ik durf erop te zweren, dat zij dacht dat haar woorden geen oren van een vreemde troffen. Waar ze het over had, was, dat ze van uw zoon hield. Fortuin, zei ze, was geen godin, dat zij zo?n kloof had geplaatst tussen hun beider stand; de Liefde geen god, dat hij zijn macht alleen doet gelden bij lieden van gelijke stand; Diana geen Koningin van maagden, dat zij haar arme voorvecht-ster overrompeld laat worden bij de eerste aanval en haar later niet komt vrijkopen. Dat zei ze zo allemaal met het bitterste vleugje smart waarop ik meisjes ooit heb horen klagen, en ik beschouwde het als mijn plicht om u hiervan zo spoedig mogelijk in kennis te stellen, aange-zien, met het oog op wat er mogelijk nog gebeuren kan, het u bepaald aangaat dat te weten.
Gravin U hebt naar eer en geweten gehandeld; houd het verder voor u. Er is mij al meer ter ore gekomen, maar de weegschaal bleef schommelen tussen geloven en twijfel. Wilt u nu maar gaan; bewaar het in uw hart; en ik dank u voor uw oprechte bezorgdheid. Ik zal er spoedig nog op terug komen.
Hofmeester af
Helena op
Gravin Zo ging het ook met mij, toen ik jong was;
zo plaagt ons moeder natuur; deze doorn,
die past nu eenmaal bij de roos der jeugd;
ons is ons bloed, ons bloed dit aangeboren:
het is het zegel en het waarmerk der natuur,
die zulk een hartstocht aanbrengt op de jeugd.
Als wij ons lang geleden nog herinneren,
was dat ook mijn zwak, al dacht ik van niet.
Dat lijden in haar blik; ik heb haar door.
HelenaWat is uw wens, Gravin?
Gravin U weet, Helena, dat ik u een moeder ben.
HelenaMijn hooggeerde meesteres.
Gravin Een moeder.
Waarom geen moeder? Toen ik ?moeder? zei,
was het, of u een slang zag. Wat is er aan ?moeder?,
dat u zo schrikt? Ik zeg: ik ben uw moeder,
en plaats u op de lijst van hen die ik
droeg in mijn schoot. Vaak gaat een pleegkind gelijk
op met eigen kroost, loopt de ent, gekozen
op eigen stam, uit tot iets van onszelf.
Om u heb ik nooit moedersmart geleden,
en toch druk ik u als eigen aan mijn hart.
Mijn hemel, meisje, stolt je bloed nu soms,
nu ik zeg, dat ik je moeder ben? Wat is er,
dat de veelkleurige Iris, voorbode
van vochtig weer, jouw ogen nu omsluit?
- Omdat ik uw moeder ben?
HelenaDat bent u niet.
Gravin Ik zeg, dat ik je moeder ben.
HelenaMevrouw,
Graaf Rossillion kan toch mijn broer niet zijn.
Ik ben van lage, hij van hoge rang;
mijn ouders zijn gewoon, de zijne adel.
Mijn meester is hij, dierbare graaf; en ik
dien hem bij leven, zijn vazal in dood.

Hij kan mijn broer niet zijn.
GravinEn ik geen moeder?
HelenaSchoonmoeder, ja, mevrouw; ik wou dat u het was -
werd dan mijn heer, uw zoon, toch niet mijn broer -
ja, schoonmoeder! Werd u ons beider moeder,
het was mij net zo lief als het hemelrijk,
als ik niet zijn zuster was. Word ik uw dochter,
dan wordt hij ongetwijfeld dus mijn broer.
Gravin Mijn schoondochter, dat zou u kunnen zijn.
Bij God, dat meent u niet! Dit dochter, moeder,
is zo slecht voor uw pols. Wat! Weer zo bleek?
Mijn argwaan heeft uw hart doorgrond; nu zie ik
het geheim van uw eenzaamheid, en vind ik
de bron voor zilt en traan: u bent verliefd
op mijn zoon. Uitvlucht-zoeken schaamt zich
te zeggen dat het niet zo is, nu je zelf
je hartstocht toont. Zeg me de waarheid;
maar zeg wel van ja; want, kijk, je wangen
bekennen het elkaar, en je ogen
zien het duidelijk, want alles wat jij doet
spreekt het op eigen wijze uit; slechts zonde
en helse koppigheid boeien je tong,
dat waarheid zo verdacht wordt. Spreek, is het zo?
Als het zo is, zit je goed in de nesten;
zo niet, dan zweer het af; maar, hoe het ook zij,
zowaar God mij zal helpen tot jouw voordeel,
zeg mij de waarheid.
HelenaO, Gravin, vergeef mij.
Gravin Houdt u van mijn zoon.
HelenaMeesteres, vergeef me.
Gravin Houdt u van mijn zoon?
HelenaU dan niet, mevrouw?
Gravin Draai er niet omheen; mijn liefde is het recht van het bloed,
dat heel de wereld erkent. Kom, en vertel,
hoe het met uw hart staat, want uw hartstocht
getuigt al tegen u.
HelenaNu dan, ik beken,
hier op mijn knien, voor u en de hemel,
dat ik, meer dan u en vurig als de hemel,
uw zoon bemin.
Mijn stam was arm, maar eerzaam; zo ook mijn liefde.
Wees maar niet boos, want dat ik van hem hou
schaadt hem toch niet; ik loop hem niet achterna
met opgedrongen blijken van mijn liefde,
en ik wil hem ook niet, tot ik hem verdien;
maar ik weet niet, hoe ik hem verdienen kan.
Ik min hem vast vergeefs, ik streef zonder hoop;
maar in deze bodemloze, grote zeef
blijf ik het water van mijn liefde gieten,
en blijf ik verliezen. Zoals de Indiaan,
aanbid ik, volhardend in mijn waan, de zon,
die op de bidder neerblikt, maar zich niets
van hem aantrekt. O, hoog vereerde vrouw,
laat toch uw haat niet strijden met mijn liefde,
die mint waar u bemint; maar, als u zelf,
wier waardige leeftijd een bewijs vormt voor
een zuivere jeugd, ooit met zo?n echte gloed
verlangd hebt en bemind, dat uw Diana
zichzelf en liefde trouw bleef, heb gena
dan voor haar staat die als zij leent of geeft
weet dat zij enkel te verliezen heeft;
die zoekt, en, zuchtend hunkerend, nooit verwerft,
maar, O, groot raadsel, zoet leeft waar zij sterft.
Gravin Wilde u pas niet naar Parijs? Zeg mij de waarheid.
HelenaJa, mevrouw.
GravinWaarom? Maar waar!
HelenaIk zal de waarheid spreken, bij mijn ziel.
Vader liet mij, weet u, recepten na
met zeldzame, beproefde kracht, die hij,
door studie en kennis van effect, gemaakt had
tot wondermiddelen; hij droeg mij op,
daar zeer zorgvuldig nooit over te spreken,
want dan zou hun kracht veel groter zijn dan als
iedereen ervan wist. Onder andere
is er een middel bij, reeds welbeproefd,
voor de dodelijke ziekte waaraan
de Koning, zegt men, sterven zal.
GravinDaarom wilde u naar Parijs. Biecht op.
HelenaMijn heer, uw zoon, bracht mij op dat idee;
want anders had het middel, met Parijs
en met de Koning, vast niet rondgespookt
door mijn gedachten.
Gravin Maar denkt u, Helena,
dat, als u het zogenaamde middel brengt,
hij het nemen zal? Ze zijn het beiden eens,
hij en zijn artsen; hij, dat hem niets baat,
zij, dat niets meer gaat. Gaan zij een arm meisje,
dat niet heeft geleerd, geloven, als al
wat scholen leren is uitgeput, en men
de kwaal zijn weg laat gaan?
HelenaMij drijft nog meer
dan vader kon, - de grootste in zijn beroep -,
tot de overtuiging, dat een geluksster
zijn goed recept, omdat ik het heb gerfd,
zal zegenen; als ik, met uw verlof,
het succes mag uitproberen, waag ik graag
mijn eigen leven om de vorst die dag,
dat uur te gaan genezen.
GravinGeloof je het zelf?
HelenaZeker, mevrouw, ik weet goed wat ik doe.
Gravin Dan, Helena, laat ik je met liefde gaan,
met middelen en geleide. Groet van mij
de mijnen aan het hof. Ik blijf hier thuis,
en smeek Gods zegen op je poging af.
Ga morgen al; en, wees er zeker van,
ik zal je helpen, waar ik ook maar kan.
Beiden af