terug naar de beginpagina de personages meer over dit stuk

Koning Hendrik 6, II

King Henry 6, II
William Shakespeare
vertaling    Jan Jonk

Eerste bedrijf
Eerste toneel - Londen. Het paleis
Trompetgeschal; daarna pommers. De Koning op, de Hertog Humphrey, Salisbury, Warwick en Beaufort, van de ene kant; de Koningin, Suffolk, York, Somerset en Buckingham, van de andere kant.
SuffolkDe opdracht die u, Majesteit van het rijk,
mij gaf toen ik naar Frankrijk afreisde,
was, daar, als plaatsvervanger van uw hoogheid,
voor u te huwen Prinses Margaret;
dus heb ik, in de aloude burchtstad Tours,
vóór de vorsten van Frankrijk en Sicilië,
de Hertog van Orleans, Calaber, Bretagne, en Alençon,
zeven graven, twaalf baronnen, twintig heilige bisschoppen,
mij van mijn taak gekweten, en ben ik getrouwd:
en nu leg ik, geknield en nederig,
ten overstaan van Engelands edele pairs,
mijn aanspraak op de Koningin en Vrouw
in uw handen, u, die het wezen bent,
de grootsheid waarvan ik als schaduw stond;
de rijkste gift die ooit een markgraaf schonk,
de mooiste vrouw die een koning ooit ontving.
KoningOp, Suffolk. Welkom, Koningin Margaret:
geen wezenlijker teken ken ik van liefde
dan deze kus. Heer die mij leven geeft
geef mij een hart vervuld van dankbaarheid.
U geeft mij met dit wonderschoon gezicht
een wereld aardse zegen aan mijn ziel,
als liefdes samenklank ons denken bindt.
KoninginKoning van Engeland, mijn genadig heer,
het innige contact dat ik al had
- wakker, in mijn dromen, bij dag, bij nacht,
in hofgezelschap, bij mijn rozenkrans -,
met u, mijn alderliefste soeverein,
geeft mij de moed mijn koning te begroeten
met simpele taal, zoals mijn geest mij leert
en overvreugd van hart mij ingeeft nu.
KoningHaar zien verrukte, maar haar zoete stem,
haar woord met wijze majesteit bekleed
doet mij met open mond tranen van vreugd,
zo juich ik en zo is mijn hart voldaan.
Heet mijn geliefde samen welkom, Lords.
Allen [Knielend] Lang leve Koningin Margaret, Engelands heil!Fanfare van trompetten
KoninginWij danken u van harte.
SuffolkMylord protector, alstublieft, hier zijn
de artikelen van het vredesverbond
dat onze vorst en Franse koning Charles
voor achttien maanden hebben aangegaan.
Gloucester[Leest] "Ten eerste. Er is overeengekomen tussen de Franse Koning Charles, en William de la Pole, Markgraaf van Suffolk, de afgezant van Hendrik Koning van Engeland, dat de genoemde Hendrik in het huwelijk zal treden met Lady Margaret, de dochter van Reignier de Koning van Napels, Sicilië, en Jeruzalem, en haar zal kronen tot Koningin van Engeland, vóór dertig mei aanstaande. Ten tweede. Er is verder tussen hen overeengekomen, dat het hertogdom Anjou en het graafschap Maine ontruimd zullen worden en overgegeven aan de koning, haar vader"-Hij laat het papier uit zijn handen vallen
KoningWat is er, oom?
Gloucester Neem mij niet kwalijk, heer;
mijn hart heeft mij zomaar ineens beklemd,
mijn ogen worden dof, ik kan niet meer lezen.
KoningOom Winchester, kunt u dan doorlezen.
Kardinaal"Ten tweede. Partijen zijn verder overeengekomen, dat het hertogdom Anjou en het graafschap Maine ontruimd zullen worden en overgegeven aan de koning, haar vader, en dat zij naar Engeland gestuurd zal worden op kosten van de Koningin van Engeland en zonder enige bruidsschat."
KoningZo horen wij dat graag.
Kniel, Markgraaf; tot eerste Hertog van Suffolk
maken wij je hier en gorden je het zwaard om.
Neef York, hierbij ontslaan wij u van de taak
regent te zijn in die delen van Frankrijk,
tot de achttien maanden geheel voorbij zijn.
Dank u, oom Winchester, Gloucester en York,
Buckingham, Somerset, Salisbury en Warwick;
u allen dank voor uw oprechte groet
bij het ontvangen van mijn Koningin.
Laat ons naar binnen gaan, en laten wij
zorgen dat het snel tot haar kroning komt.
Koning af, Koningin en Suffolk. Gloucester houdt de rest tegen.
GloucesterKoene pairs, steunpilaren van de staat,
laat hertog Humphrey u zijn leed nu klagen -
uw leed, het algemene leed van het land.
Ja! Heeft mijn broer Hendrik niet zijn jeugd,
zijn moed, zijn geld en volk aan krijg gewijd?
Lag hij niet vaak ‘s nachts in het open veld,
in zomerschroeien en in winterkou,
om het erfland, zijn Frankrijk, te veroveren?
En brak broer Bedford zich de hersens niet,
met wat voor truc hij Hendriks winst moest hoeden?
Kreeg u in Frankrijk en de Brittannie
niet zelf diepe wonden, Somerset, York,
Salisbury, Buckingham en koene Warwick?
En hebben mijn oom Beaufort en ikzelf,
met de zo geleerde Raad van het Rijk,
niet lang overwogen, in het Raadhuis,
van vroeg tot laat, met voor- en tegenstand,
hoe men Fransen en Frankrijk op afstand houdt?
En werd zijne hoogheid niet al als kind,
ondanks vijanden, in Parijs gekroond?
En zal die moeite en die roem vergaan?
Moet Hendriks krijgswinst, Bedfords waakzaamheid,
uw oorlogsdaden, ons beleid, vergaan?
O, pairs van Engeland! Schandelijk is het verbond,
fataal dat huwelijk, het vaagt uw roem weg,
het wist uw namen uit het boek memorie,
het schrapt de letters die uw faam beschrijven,
het bevuilt de steen van het overwonnen Frankrijk,
het roeit alles uit, als had er niets bestaan!
KardinaalWaarom zulk heftige woorden, beste neef,
zo’n grootse rede met zoveel detail?
Frankrijk is echt van ons; wij houden het vast.
GloucesterJa, oom, we houden het vast, wanneer dat kan;
maar dàt we het kunnen is onmogelijk.
Die nieuwe hertog, Suffolk, aan het hoofd,
gaf het hertogdom Anjou en Maine al weg
aan de arme vorst Reignier, wiens grootse titel
bepaald niet past bij zijn te smalle beurs.
SalisburyNou, bij de dood van Wie voor allen stierf,
dat waren de sleutels tot Normandië!
Maar waarom huilt Warwick, mijn dappere zoon?
WarwickUit smart dat zij niet meer te redden zijn:
want was er nog op terug veroveren hoop,
mijn zwaard stortte heet bloed, mijn oog geen traan.
Anjou en Maine! Die beide won ik zelf:
met eigen armen nam ik die streken in:
en geeft men alle steden die ik ooit
met wonden kreeg met mooie woorden terug?
Mort Dieu!
YorkVoor hertog Suffolk, laat die sufferd stikken,
die de eer van dit krijgshaftig eiland schendt.
Mijn hart scheurde dit Frankrijk eer uiteen,
dan ik mij had verplicht tot dit verbond.
Nooit anders las ik dan dat Engelands vorst
een bruidsschat met veel goud krijgt met zijn vrouw;
en koning Hendrik geeft die van hem weg:
dat past bij haar die toch niets oplevert.
GloucesterEen goeie grap is het, en nooit gehoord,
dat Suffolk wel één vijftiende kan vragen
voor de onkosten om haar hierheen te halen.
Was zij maar nog in Frankrijk, daar gestorven,
vóór -
KardinaalNu wordt u al te heftig, mylord Gloucester:
mylord de Koning wilde dat toch zelf.
GloucesterMylord van Winchester, ik ken u wel:
het is niet wat ik hier zeg dat u niet mag,
maar mijn persoonlijkheid, die ergert u.
Wrok moet eruit: hoogmoedige prelaat,
je blik spreekt woede. Als ik nog langer blijf,
dan gaan we er weer op zoals vanouds.
Heren, tot ziens; en hoor goed wat ik zeg,
we raken Frankrijk kwijt, het is zo weer weg.Af
KardinaalDaar gaat onze protector dus, heel kwaad.
U weet toch wel dat hij mijn vijand is;
nee, meer, een vijand van u allemaal,
en ook geen vriend, vrees ik, van onze vorst.
Dan te bedenken dat hij naverwant is
en eerste opvolger van Engelands kroon:
kreeg Hendrik door zijn echt een wereldmacht,
de gouden koninkrijken in de west,
dan was er reden voor zijn scheef gezicht.
Pas op, heren; laat u het hart niet beheksen
door zijn glad gepraat; wees wijs, op uw hoede.
Al staat het gewone volk zwaar achter hem,
al noemt het hem:"Humphrey, goede hertog Gloucester",
al klapt het in de handen, en roept luid
"God hoede onze goede hertog Humphrey",
toch vrees ik, dat hij, met zijn fraai verhaal,
als protector ons een gevaar zal blijken.
BuckinghamWat moet hij als protector voor de koning,
want die is voor regeren oud genoeg.
Neef Somerset, sluit u zich bij mij aan,
en allen samen, met de hertog Suffolk,
werken we Hertog Humphrey van zijn zetel.
KardinaalDit duldt geen uitstel, zo’n gewichtige zaak;
ik ga direct naar hertog Suffolk toe.Af
SomersetNeef Buckingham, hoe het ons ook tegenstaat
dat Humphrey, hoog van rang, zo patserig doet,
houd ook die drieste kardinaal in het oog:
zijn arrogantie is ondraaglijker
dan alle andere hogen in het land:
als Gloucester valt, wordt hij beslist protector.
BuckinghamNee, Somerset: jij of ik word protector,
ondanks de kardinaal of hertog Humphrey.Buckingham en Somerset af
SalisburyHoogmoed ging eerst en nu volgt Eerzucht na.
Als die aan zelf-promotie werken dan
past ons het om te werken voor het rijk.
Ik zag Humphrey, hertog Gloucester, nooit anders
dan dat hij zich als gentleman gedroeg.
Maar vaak zag ik de hooghartige Kardinaal -
meer een soldaat dan priester van de kerk,
groots, alsof aller opgeblazen heer -
vloeken als een rauwdauw, waarbij hij zich
bepaald niet als vorst van een rijk gedroeg.
Warwick, mijn zoon, mijn troost in ouderdom,
gastvrijheid, daden, eenvoud hebben jou
de grootste gunst gewonnen van het volk
op niemand anders na dan hertog Humphrey:
en jij, broer York, jouw heldenmoed in Ierland,
waar jij de burgers tot de orde riep,
die veldtochten van jou in Frankrijk laatst,
toen jij regent voor onze koning was,
verdienden jou ontzag en eer bij het volk.
Ontzag voor mijn leeftijd, en Nevils naam,
bewerkt zeer weinig, wanneer ik beveel.
Laat ons, voor het goed van het land, nu samen gaan,
waar wij maar kunnen, en beteugelen wij
de trots van Suffolk en de Kardinaal,
de eerzucht van Somerset en Buckingham;
en laat ons Humphrey steunen waar het kan:
zijn daden staan voor het welzijn van het land.
WarwickGod helpe Warwick, zo waar die zijn land
bemint en het welzijn van zijn volk.
YorkDat zegt York ook - [Terzijde] waar hij voor vecht komt eerst.
SalisburyDan aan de bak; nu er vol tegenaan.
WarwickEr tegenaan! We zijn Maine, meen ik, kwijt!
Het Maine, dat Warwick won en dat hij vast
tot aan zijn laatste snik verdedigd had:
wat het u ook scheen, vader, ik meende Maine,
dat, als ik niet val, van Frankrijk win, alleen.Warwick en Salisbury af
YorkAnjou en Maine geeft men aan Frankrijk weg;
Parijs verloren; met Normandië
staat het, met hen kwijt, vol onzekerheid;
Suffolk kwam met een eindplan voor het verdrag,
de pairs stemden in, Hendrik ruilde graag
twee hertogdommen voor een hertogskind.
Dat neem ik niemand kwalijk. Het raakt hen niet.
Ze geven iets van jou weg, niet van hen.
Piraten slijten hun buit haast voor niets,
kopen zich vrienden, geven hoertjes graag:
tot het op is hangen ze het heertje uit,
- terwijl de arme eigenaar van het spul
erom huilt, - O, wat erg - , de handen wringt,
het hoofd schudt, van een afstand trillend ziet,
hoe alles wordt gedeeld en weggesleept,
en in doodsangst heel niet naar zijn spullen durft.
Zo zit York nu te kniezen, houdt zich koest,
terwijl zijn land bij opbod wordt verkocht.
Mij lijken Engeland, Frankrijk, Ierland nu
hetzelfde voor mijn eigen vlees en bloed
als het hout der Faten waar ooit Althaea
het prinsenhart van Calydon mee aanstak.
Anjou en Maine aan Frankrijk afgestaan!
Slecht nieuws, want ik hoopte op de Franse kroon,
zoals ook op Engelands vruchtbare grond.
Ooit komt de dag, dat York het zijne opeist;
dus sluit ik mij aan bij de Nevils’ groep
en doe ik net of een vriendje ben van Humphrey,
en als ik mijn kans ruik, eis ik de kroon op,
want dat is het gouden doel waar ik op mik.
Nooit zal Lancaster mij mijn recht ontroven,
geen scepter krijgt hij in zijn kindervuist,
geen diadeem draagt hij ooit op zijn hoofd,
zoiets godvruchtigs past toch nooit een kroon.
Stil dus dan, York, totdat de tijd jou wenkt:
wees waakzaam, wakker, als de anderen slapen,
en steek je neus in alle staatsgeheimen;
tot Hendrik het zat is, al dat liefdespel,
zijn nieuwe bruid en Engelands koningin,
en Humphrey in de clinch ligt met de pairs:
dan steek ik de melkwitte roos omhoog,
waarvan de zoete geur de lucht vervult,
en draag ik in mijn vaan het wapen van York
voor mijn strijd met het huis van Lancaster;
ik ga hem de kroon af dwingen, dat wijs kind,
dat Engeland zo neerhaalt met zijn bewind.Af
Tweede toneel
- Het huis van de hertog van Gloucester
Hertog Humphrey op, en zijn vrouw Eleanor
HertoginWat hangt mijn heer, als het overrijpe graan,
dat het hoofd buigt onder Ceres’ rijke last?
Wat fronst de grote hertog Humphrey het hoofd,
alsof de gunst der wereld hem dwars zit?
Wat richt zich jouw blik op de donkere grond,
fixeert die zich op wat jou somber maakt?
Wat zie je? Koning Hendriks diadeem,
gesierd met ieder werelds eerbetoon?
Zo ja, staar door, wroet je gezicht door het steen
totdat jouw hoofd er mee omgeven wordt.
Strek uit die hand, reik naar het glorie-goud.
Te kort? Dan steek ik die van mij erbij;
en als we hem samen hebben opgeraapt,
dan heffen wij ons hoofd samen ten hemel,
en laten onze ogen nooit meer neer:
dan gunnen wij de grond niet nog één blik.
GloucesterO, als je van je man houdt, Elly, lief,
ban dan de kanker eerzucht uit je geest!
En moge het uur waarop ik kwaad koester
jegens mijn grootse Hendrik, vorst en neef,
mijn laatste snik zijn in dit aards bestaan.
Die bange droom vannacht beangstigt mij.
HertoginGedroomd? Wat dan? Vertel, dan zal ik daarna
heel lief vertellen van mijn ochtenddroom.
GloucesterHet leek mij of mij mijn staf, mijn ambtssymbool,
gebroken werd; door wie weet ik niet meer,
maar, volgens mij, was het de kardinaal;
en op de stukken werd toen het hoofd gezet
van Edmund, de Hertog van Somerset,
en William de la Pole, nu Hertog Suffolk.
Dat was mijn droom; God weet wat dat voorspelt.
HertoginAch, ja; dat was niet meer dan een bewijs,
dat wie een stok uit Gloucesters park afbreekt
zijn hoofd verliest voor zijn vrijpostigheid.
Maar, Humphrey, luister, mijn lief hertogje:
Het was in de Dom van Westminster, droomde ik;
ik zat op de stoel van majesteit, waar men
de koningen en koninginnen kroont;
Hendrik knielde voor mij, met Margaret,
en zette op mijn hoofd de diadeem.
GloucesterDan moet je eens goed luisteren, Eleanor:
jij met je kapsones, zonder manieren!
Jij bent toch de tweede vrouw in het rijk,
de protector zijn vrouw, die jou bemint!
Heb jij niet al wat je hartje begeert,
ver boven al wat jij bedenken zou?
En dan toch nog verraad smeden, zodat
je man en jijzelf totaal neerstorten
van de top van Eer tot de voet van Schande?
Ga weg van mij, ik wil er niet meer van horen.
HertoginWat nou, mijn heer? Hoezo bent u zo boos
op Eleanor, omdat ze haar droom vertelt?
Ik houd mijn droom wel voor me in het vervolg,
dan krijg ik niet op mijn kop.
GloucesterNiet boos zijn, toe; het is allang weer goed.
Een bode op
BodeMylord Protector, het is zijne hoogheids wens,
dat u in Sint Albans op valkenjacht
wil met de Koning en de Koningin.
GloucesterGoed. Kom, Elly, jij gaat vast mee, of niet?
HertoginZeker, mijn beste heer, ik volg direct.Gloucester en bode af
Ik moet wel volgen; voorgaan kan ik niet,
zolang Gloucester zo laf en nederig denkt.
Was ik een man, hertog, en pretendent,
dan haalde ik die struikelblokken weg, en
schoot ik omhoog op hun nekken zonder hoofd;
al ben ik een vrouw, ik wil geen slappe rol
spelen op het toneel van vrouw Fortuin.
Waar bent u, heer John? Kom man, niet bang,
wij zijn alleen; niemand dan jij en ik.
Hume op
HumeJezus behoede uwe Majesteit!
HertogWat? Majesteit! Ik ben uwe Genade.
HumeMaar, bij Gods genade, en bij Humes advies
vermeert zich uw genade-titel zeer.
HertogWat zeg je daar, man? Dit besproken soms
met Margery Jourdain, de heks van Eie,
met sluwe duivelbanner, Bolingbroke,
en gaan zij er aan werken dat ik slaag?
HumeDit hebben zij beloofd, dat ze u een geest
oproepen uit de diepte ondergronds,
die antwoord geven zal op elke vraag
die uwe genade hem ook stellen zal.
HertoginGenoeg; ik zal over vragen nadenken.
Wanneer wij van St Albans terugkomen,
wordt alles naar behoren uitgevoerd.
Hier, Hume, je loon; en doe je eens te goed,
jij en je helpers in dit grote werk.Af
HumeTe goed doen met het goud van de hertogin;
of ik dat zal. Maar wat nu, Sir John Hume!
Uw mondje dicht; geen enkel woord dan...mum:
de zaak vereist stille geheimhouding.
Zij geeft mij goud dat ik haar de heks breng:
al was ze een duivel, goud komt nooit verkeerd.
Toch vliegt er mij nog goud van elders toe:
van - het is geheim - de rijke kardinaal
en de nieuwbakken, grote hertog Suffolk;
en toch is het zo; die twee, ronduit gezegd,
wetend hoe eerzucht Eleanor steeds drijft,
huurden mij in, dat ik haar ondermijn,
en haar dat heksengedoe influister.
Een sluwe schelm, zegt men, behoeft geen maatje;
maar ik ben het voor Suffolk en de kardinaal.
Als u niet oppast, Hume, noemt u die twee
nog eens een paar doortrapte schurken straks.
Zo staat het; en zo zal Humes gekuip ooit
de ondergang zijn van de hertogin,
en wordt haar overtuiging Humphreys val.
Hoe het ook loopt, vast staat dat ik goud krijgen zal.Af
Derde toneel
- Het paleis
Drie of vier smekelingen op, waaronder Peter, de knecht van de wapensmid.
1esmekelingMannen, laten we hier onopvallend gaan staan; mylord Protector komt hier zo dadelijk langs, en dan bieden we hem onze verzoekschriften gezamenlijk aan.
2e smekelingNou, dat God hem bescherme, want hij is een goed man; de here Jezus zegene hem!
Suffolk en de Koningin op

PeterHier komt hij, geloof ik, en de Koningin erbij. Dan zal ik maar de eerste zijn.
2e smekelingTerug, stommeling! Dat is de hertog van Suffolk, en niet mylord protector.
SuffolkWat is er, kerel! Wou jij mij iets vragen?
1esmekelingO, pardon, heer, neem me niet kwalijk: ik dacht dat u mylord protector was.
Koningin[Leest] "Aan mylord Protector!" Wou u verzoekschriften indienen bij zijne hoogheid? Laat ze eens zien: hoe luidt dat van jou?
1esmekelingDat van mij is, met uw verlof, tegen John Goodman, de dienaar van mylord Kardinaal, omdat hij mij mijn huis en landerijen heeft afgenomen, en mijn vrouw, en alles.
SuffolkJe vrouw ook? Dat gaat inderdaad te ver. Wat is dat van jullie? Wat is dit dan! [Leest] ‘Tegen de hertog van Suffolk, omdat hij de gemeentewei van Long Melford voor zichzelf heeft ingepaald." Zo, zo, meneer de schurk!
2e smekelingAch, heer, ik ben maar een arme smekeling voor onze hele buurtschap.
PeterTegen mijn meester, Thomas Horner, omdat hij gezegd heeft, dat de Hertog van York de wettige erfgenaam van de kroon is.
KoninginWat zeg je? Heeft de Hertog van York gezegd, dat hij de wettige erfgenaam van de kroon was?
PeterDat mijn meester dat was? Nou, nee; mijn meester zei dat hij dat was, en dat de Koning niet recht op de troon zat.
KoninginOngerechtig, wou je zeker zeggen.
PeterJa, onterechterlijk.
SuffolkWie is daar?
Een dienaar op

Neem deze figuur mee naar binnen, en laat ogenblikkelijk zijn meester halen door een gerechtsbode. Wij willen hier nog wel wat meer van horen, en wel in het bijzijn van de koning.Af, met Peter
KoninginEn wat jullie betreft, die duidelijk
protectie verwacht van onze Protector,
begin uw verzoek opnieuw, en schrijf hém.Zij verscheurt de smeekbeden
Weg wezen, ellendelingen! Stuur ze weg, Suffolk.
AllenWe kunnen maar beter vlug gaan.De smekelingen af
KoninginIs dit ‘s lands wijze soms, mylord van Suffolk,
is dit de mode aan het Engels hof?
Is dit het staatsgezag van het Britse eiland,
en dit de koningsmacht van Albion?
Zal Koning Hendrik steeds onmondig zijn
en onder strenge hand van knorpot Gloucester?
Ben ik wel in rang en titel koningin,
maar moet ik een hertog onderdanig zijn?
Ik zeg je, Pole, toen jij in het oude Tours
ter ere van mijn liefde een toernooi hield
en alle Franse meisjesharten stal,
toen dacht ik dat vorst Hendrik op jou leek,
in moed, in hoffelijkheid, in uiterlijk:
maar al waar hij aan denkt is heiligheid,
of hij wel genoeg Weesgegroetjes bidt;
voor hem strijden profeten en apostels,
zijn wapens zijn het heilig woord, de schrift,
zijn kamer is het toernooiveld, en zijn lief
een bronzen beeldje van een heilige.
Ik wou dat het college kardinalen hem
tot Paus verkoos, hem wegvoerde naar Rome,
en hem daar kroonde met de tiara:
dat paste beter bij zijne Heiligheid.
SuffolkNog wat geduld, mevrouw; het kwam door mij,
dat u naar Engeland kwam, en dus zorg ik
dat u het volledig naar de zin krijgt hier.
KoninginNaast de hooghartige Gloucester, hebben we Beaufort,
de heerszuchtige paap, Somerset, Buckingham
en kankeraar York: de minste van hen
kan al meer in Engeland dan de koning.
SuffolkEn hij die van deze het meeste kan,
kan in Engeland niet meer doen dan de Nevils:
Salisbury en Warwick zijn niet zomaar pairs.
KoninginDie heren ergeren mij niet half zoveel
als dat stuk hoogmoed, die protectorsvrouw:
zij zwiert met horden ‘dames’ door het hof,
meer als keizerin dan Hertog Humphreys vrouw.
De vreemde aan het hof houdt haar voor koningin:
een hertogs inkomsten draagt zij aan het lijf,
maar hakt op onze armoe in haar hart.
Beleef ik het niet meer dat ik mij op haar wreek?
Verachtelijke troela uit de goot,
ze schepte pas nog op bij haar vriendinnen,
dat van haar minste rokken zelfs de sleep
nog meer waard was dan al mijn vaders land,
tot Suffolks hertogdommen voor zijn dochter.
SuffolkMevrouw, ik heb een struik voor haar gelijmd,
met daarbij een heel koor van lokvogels,
daar gaat ze op af om het gezang te horen,
dan springt ze nooit meer op om u te storen.
Laat haar maar; en luister naar mij, mevrouw;
want ik ben zo vrij, u deze raad te geven:
al mogen wij de kardinaal niet echt,
laat ons toch met hem meegaan, en de lords,
tot Humphrey door ons doen gevallen is.
Die laatste klacht van net zal de hertog York
beslist maar weinig voordeel brengen gaan:
zo wieden wij ze, een voor een, dus uit,
en stuurt ù straks het gelukkig schip van staat.
Trompetsignaal behorend bij een entree. De Koning op, Hertog Humphrey van Gloucester, Kardinaal Beaufort, Buckingham, York, Somerset, Salisbury, Warwick, en de Hertogin van Gloucester
KoningWat mij betreft, heren, ik heb geen voorkeur;
het is mij om het even, York of Somerset.
YorkAls York de zaak in Frankrijk heeft verziekt,
doen moet u het regentschap hem maar weigeren.
SomersetAls Somerset dit ambt niet waardig is,
moet York regent zijn; dan trek ik mij terug.
WarwickOf u het waardig bent of niet, laat dat
maar in het midden: York is het meest waard.
KardinaalEerzuchtige Warwick, laat je meerderen spreken.
WarwickDe kardinaal is niet mijn meerdere in het veld.
BuckinghamIedereen hier is je meerdere, mijn Warwick.
WarwickWarwick wordt nog het best van allemaal.
SalisburyStil, zoon; geef eens een reden, Buckingham,
waarom men Somerset hier kiezen moet.
KoninginGewoon, omdat de koning dat zo wenst.
GloucesterMevrouw, de koning is toch oud genoeg
voor een eigen mening; dit is niets voor vrouwen.
KoninginAls hij oud genoeg is, waarom wilt u dan
van zijn hoogheid de protector zijn?
GloucesterMevrouw, ik ben protector van het rijk,
en ik leg mijn ambt neer, wanneer hij dat wenst.
SuffolkDan leg het, met je onbeschaamdheid, af.
Van dat jij koning werd - want wie is het anders -,
gaat onze staat te gronde, elke dag;
de Dauphin is ons overzee de baas;
en alle pairs en edelen van het rijk
zijn onder jouw bewind een slavenvolk.
KardinaalHet volk heb jij verdrukt, de geestelijkheid
heeft zich de beurs leeg, door jouw uitpersen.
SomersetJouw prachtpaleizen, en wat jouw vrouw aan heeft,
dat heeft schatten aan belasting gekost.
BuckinghamDe wreedheid waarmee jij veroordeelden
bestraffen liet, ging ver buiten de wet:
hoop jij maar op genade van de wet.
KoninginWas jouw verkoop van ambten en Franse steden
net zo bewezen als dat men vermoedt,
dan zou jij vlug weghobbelen zonder hoofd.
Gloucester af. De Koningin laat haar waaier vallen

Geef mij mijn waaier eens, stuk; wilt u niet?Ze geeft de Hertogin een klap
Neem mij niet kwalijk, mevrouw; was u dat?
HertoginWas ik dat! Ja, dat was ik, trotse Franse:
als ik met mijn nagels bij uw schoonheid kon,
zette ik u mijn tien geboden in het gezicht.
KoningAch, tante, stil; zij deed het niet met opzet.
HertoginNiet met opzet, Koning? Pas maar gauw op;
zij zal jou nog omwinden als een baby;
al draagt de grootste baas hier wel geen broek,
zij mag Eleanor niet ongestraft slaan.Af
BuckinghamIk ga achter haar aan, Lord Kardinaal,
en zoek ook uit, hoe het met Humphrey staat:
ze is flink kwaad - haar woede hoeft geen spoor,
ze draaft zo wild genoeg naar haar verderf.Af
Gloucester weer op
GloucesterNu ik mijn woede wat heb afgekoeld
door het binnenhof hier even rond te gaan,
kom ik u weer spreken over staatszaken.
Waarvan u mij zo laag beschuldigd hebt,
bewijs dat, en ik luister naar de wet.
Moge God mijn ziel even genadig zijn
als ik mijn koning trouw dien en mijn land.
Maar nu de zaak die ons hier bezighoudt.
York vind ik echt, mijn vorst, het meest geschikt
om uw Regent te zijn in het Frans gebied.
SuffolkVoor wij een keuze doen, zij het mij vergund,
te onderbouwen, en op goede grond,
dat York hiervoor het allerminst geschikt is.
YorkIk zal je zeggen, Suffolk, waarom ongeschikt:
eerst, omdat ik jouw trots niet vleien kan;
dan, omdat, als ik daarheen word benoemd,
mylord Somerset mij hier houden zal,
zonder geld, regeling, of krijgsvoorraad,
tot Frankrijk de Dauphin in handen valt.
Ooit liet hij me wachten, tot Parijs belegerd,
uitgehongerd werd, en verloren was.
WarwickDat kan ik bevestigen; geen grover misdaad
beging ooit een verrader in dit land.
SuffolkStil toch, dwarskop van een Warwick.
WarwickDe Hoogmoed zelve, wat zal ik hier zwijgen?
Horner, de wapensmid. en zijn knechtje Peter onder bewaking op
SuffolkHier stààt iemand, beschuldigd van verraad:
bid God, dat York zich hier vrijpleiten kan.
YorkBeschuldigt iemand York hier van verraad?
KoningWat wil je, Suffolk? Wie zijn deze twee?
SuffolkMet uw verlof, majesteit, deze knecht
beschuldigt zijn meester van hoogverraad.
Hij zei, dat Richard, de Hertog van York,
naar recht de kroon van Engeland dragen moest,
en dat uwe majesteit die heeft geroofd.
KoningZo, kerel, heb jij dat gezegd?
HornerMet verlof van uwe majesteit, zoiets heb ik nog nooit gezegd, of zelfs maar gedacht: God is mijn getuige, dat de schurk mij vals beschuldigd heeft.
PeterBij deze tien jatten, mylords, dat heeft hij tegen mij gezegd toen we ooit eens ‘s avonds op de vliering het harnas van mylord van York zaten te poetsen.
YorkVuile boerenkinkel, jij, met jouw hoofd
zul je boeten voor die verraderspraat.
Ik smeek uw koninklijke majesteit,
laat hem alle strengheid voelen van de wet.
HornerAch, heer; laat mij hangen als ik ooit zoiets gezegd heb. Degene die mij beschuldigt is mijn hulpje; en toen ik hem pas nog op zijn kop gaf omdat hij iets verkeerd had gedaan, zwoer hij op zijn knieën dat hij mij dat betaald zou zetten. Daar zijn nog andere getuigen van. Daarom smeek ik uwe majesteit, stort een eerlijk man niet in het verderf op grond van beschuldigingen van een schurk.
KoningHoe oordeelt men hier, oom, binnen de wet?
GloucesterIk zou dit beslissen, heer, naar precedent:
laat Somerset regent in Frankrijk zijn,
want dat zou argwaan wekken jegens York;
en noemt u dag en plaats waarop die twee
zich kunnen meten in een tweegevecht;
want dat zijn knecht kwaad spreekt kan hij bewijzen.
KoningZo is de wet, en Hertog Humphrey’s uitspraak.
SomersetRecht nederig dank ik uwe majesteit.
HornerIk aanvaard het tweegevecht gewillig, heer.
PeterAch, heer, ik kan niet vechten; om Gods wil, heb medelijden met mij! De boosheid van de mens wordt mijn ondergang. O heer, heb meelij met mij. Ik ben niet in staat ook maar één slag te geven. O Heer, mijn hart!
GloucesterU moet vechten, kerel, of aan de galg.
KoningZij naar het gevang; de datum van het gevecht
is volgende maand op de laatste dag.
Kom, Somerset, wij regelen uw vertrek.Trompetsignaal. Allen af
Vierde toneel
- De Tuin van Gloucester
Margery Jourdain op, Hume, Southwell en Bolingbroke
HumeKom, mannen; als jullie maar weten, dat de Hertogin verwacht dat u doet wat u beloofd hebt.
BolingbrokeDaar zijn we op voorbereid, vriend Hume; gaat hare hoogheid ook onze geestenbezweringen zien en horen?
HumeJa, nou en of! Wees maar niet bang om haar moed.
BolingbrokeIk heb horen zeggen, dat zij een vrouw is van onoverwinnelijke geest: maar dan zal het goed zijn, vriend Hume, dat u boven bij haar bent, terwijl wij beneden bezig zijn; ga daarom in Gods naam, en laat ons hier alleen. [Hume af] Moeder Jourdain, legt u zich neer, en kruip over de grond; John Southwell, u moet lezen; en nu aan de slag.
De Hertogin op, boven, gevolgd door Hume
HertoginGoed zo, mannen; wees allemaal welkom. Laat maar komen, hoe eerder hoe beter.
BolingbrokeGeduld, mevrouw; een tovenaar kent zijn tijd:
de diepe, duistere nacht, de stille nacht,
het nachtelijk uur toen Troje in brand ging,
als uilen krijsen, kettinghonden huilen,
en geesten waren, uit hun graf omhoog;
die tijd past voor wat wij hier moeten doen.
Ga zitten, wees niet bang; wie wij oproepen
sluiten wij vast in een heilige kring.
Nu beginnen de vereiste voorbereidingen, en maakt men de cirkel; Bolingbroke of Southwell leest ‘
Conjuro te,’ enz. Het dondert en bliksemt vreselijk; dan rijst de geest op.
GeestAdsum.
M. JourdainAsnath!
Bij de eeuwige God, voor wiens naam en macht
gij siddert, antwoord al wat ik u vraag;
want u mag pas hier weg wanneer u spreekt.
GeestVraag want je wilt. Had ik het al maar gezegd!
Bolingbroke[Leest] "Eerst, van de Koning; wat wordt er van hem?"
GeestDe hertog die Hendrik ooit afzet leeft;
overleef hem, en sterf een gruweldood.
Terwijl de geest spreekt, schrijft Southwell het antwoord op
Bolingbroke"Zeg mij welk lot de Hertog Suffolk wacht."
GeestDoor water komt hij om en vindt zijn eind.
Bolingbroke"Hoe zal het de Hertog Somerset vergaan?"
GeestHij moet kastelen mijden;
hij is veel veiliger op zandvlakten
dan waar kastelen de hoogte in staan.
Stop toch, ik kan het nauwelijks nog aan.
BolingbrokeZink in de duisternis en vlammenpoel:
weg, boze duivel!Donder en bliksem. De Geest af
York en Buckingham breken binnen, met hun wachten
YorkGrijp die verraders en hun toverkraam.
Maar, u zoeken wij al lang, oude heks.
Wat, u hier, mevrouw? De koning en de staat
zijn u voor deze weldaad zeer verplicht:
mylord protector brengt u zonder twijfel
voor zulke hoge diensten zeer veel dank.
HertoginNiet half zo slecht als die van jouw de koning,
jij, lasteraar, die zonder reden dreigt.
BuckinghamNee, helemaal niet. Wat noemt u dit dan?
Weg met die lui! En sluit ze stevig op,
ja, wel apart. Mevrouw, u gaat met ons:
Stafford, neem jij haar mee.De Hertogin en Hume af, boven, onder bewaking
Nu komt dat konkelen van jullie uit.
Weg, allemaal, en vlug.De wacht af, met Southwell, Bolingbroke, enz.
YorkU hebt goed op haar gelet, Lord Buckingham:
een prachtig plan waar je op bouwen kunt.
Maar laat eens kijken, heer, dat Duivels Schrift.
Wat staat daar nou?
"De hertog die Hendrik ooit afzet leeft;
overleef hem, en sterf een gruweldood."
Dat is precies: "Aio te, Aeacida,
Romanos vincere posse." Verder nog:
"Zeg mij welk lot de Hertog Suffolk wacht.
Door water komt hij om en vindt zijn eind.
Bolingbroke"Hoe zal het de Hertog Somerset vergaan?"
Geest"Hij moet kastelen mijden;
hij is veel veiliger op zandvlakten
dan waar kastelen de hoogte in staan."
Kom, kom, mylords, deze uitspraken
zijn moeizaam verkregen en opgevat.
De Koning is op weg naar Sint Albans
- met de echtgenoot van deze schone dame:
daar gaat dit nieuws heen, zo snel als een paard:
een triest ontbijt voor onze Lord Protector.
BuckinghamLaat mij de bode zijn, mylord van York,
wellicht dat hij mij rijkelijk beloont.
YorkZoals u wenst, mylord. Is daar iemand!
Een dienaar op

Nodig de heren Salisbury en Warwick
voor morgen uit voor het diner. En vlug!Allen af