terug naar de beginpagina de personages meer over dit stuk

Koning Hendrik 8

king henry 8
William Shakespeare
vertaling    Jan Jonk

De Proloog
Ik speel hier niet meer op de lach; nee, nu
zijn het zaken van gewicht, ernstig voor u,
serieus, verheven, triest, vol waardigheid;
ja, het soort scènes dat tot tranen leidt,
dat krijgt u nu. Wie het zielig vindt: laat gaan
(als u wellicht daar zin in krijgt) die traan,
het onderwerp verdient het. En wie zijn geld
het liefst voor iets heel aannemelijks neertelt,
vindt hier vast waarheid. Ieder die het spel
maar even aanziet en het daarna wel
voor gezien houdt, die geef ik voor zijn shilling,
mits stil, tot aan het eind spanning en rilling.
Rijkelijk, in twee korte uurtjes. Slechts hij
die voor een klucht komt, met veel lol erbij,
vol klappen op schilden, met een pias
in een groene, geel-gebiesde pandjesjas,
die komt bedrogen uit: want, mensen, weet,
ons spel van waarheid als een narrenkleed
of schijngevecht te zien, bagatelliseert
ons eigen denkwerk, dat wij gefundeerd
als iets echts willen brengen verstomt
elk begrip van wie hier luisteren komt.
Waar men u daarom in de stad kent als chic,
als het beste en als het prettigste publiek,
wees serieus, dat willen wij graag. Neem aan,
dat de karakters hier echt voor u staan,
alsof ze leefden: zie ze eerst als groot,
omstuwd door mensenmassa's en vergood
door duizend vrienden; zie, in één moment,
hoe snel dan grootsheid valt, ellende kent:
lacht u dan nog, dan zeg ik dat een man
zelfs op zijn bruiloftsdag nog huilen kan.
Eerste bedrijf
Eerste toneel
- Londen. Een zaal aan het hof.
De Hertog van Norfolk op door de ene deur. Door de andere, de Hertog van Buckingham en Lord Abergavenny.
BuckinghamHa, goedemorgen. Hoe gaat het sinds we
elkaar zagen in Frankrijk?
Norfolk Dank u, hoogheid,
gezond, en onvermoeid bewonder ik
wat ik daar zag.
Buckingham Een ongelegen koorts
hield mij gevangen in mijn kamer, toen
die zonnen van roem, lichtbakens der mensheid,
elkaar ontmoetten in het dal van Andren.
NorfolkTussen Guynes en Arde; ik zag hoe ze elkaar
te paard begroetten, afstegen, en innig
in hun omhelzing bijna samengroeiden:
was dat gebeurd, hoe wogen vier gekroonden
dan op tegen zo'n samengaan?
Buckingham Al die tijd
zat ik vast op mijn kamer.
Norfolk Dan miste u wel
de aanblik van aardse pracht: men kon zeggen:
praal, vrijgezel, is nu getrouwd met een
veel hoger. Elke dag onderwees steeds
die kwam, tot de laatste elk eerder wonder
het zijne maakte. Vandaag overstraalden
de Fransen, als heidengoden in gouden glans,
de Engelsen; en morgen maakten zij
Brittannië tot India: iedereen
praalde als goud. Hun kleine pages waren
gulden cherubijntjes: voorname dames,
niet gewend aan werk, zweetten haast onder hun
prachtkleding, en zo was hun inspanning
als wat rouge. Dit vertoon werd geroemd
als weergaloos; maar ja, de nacht daarop
maakte het armzalig. De twee koningen,
gelijk in luister, waren het best, of het minst,
naargelang ze zichtbaar waren: wie men zag,
die prees men ook; waren ze er met zijn twee,
dan heette het 'als één', en geen die hen zag
kwam met wat hij echt vond. Toen het zonnenpaar
(want zo noemt men hen) de adel uitdaagde
tot het steekspel, zag men daden die men
nooit had kunnen denken zodat het oud verhaal
nu best mogelijk leek, en er werd geloofd
wat Bevis had gedaan.
Buckingham U gaat wel ver!
NorfolkZo waar ik eerlijk ben, en waarheid min
naar mijn morele plicht: hoe alles liep,
raakte, al werd het goed verteld, wat leven kwijt:
maar de actie zelf sprak. Alles was loyaal;
niets stond op tegen schittering van het geheel,
door orde was alles duidelijk daar,
ambtenaren werkten correct.
Buckingham Wie stuurde er,
ik bedoel, wie voegde lijf en leden daar
van dat groots vermaak tezamen, meent u?
NorfolkVast iemand die het moet doen zonder ervaring
in dit soort zaken.
BuckinghamMaar, wie dan, mylord?
NorfolkDit alles was geregeld door de zorgen
van de eerwaarde Kardinaal van York.
BuckinghamDe duivel hale hem: geen mens zijn pan
of hij haalt er zijn heb-vingers door. Wat
gaat hem zo'n wild partijtje aan? Waarom
moet zo'n vetrol met zijn omvang het licht
van de heilzame zon totaal blokkeren
en weghouden van de aarde?
Norfolk Nou, vriend,
hij heeft de kwaliteiten voor zoiets;
niet met de steun van een voorgeslacht, wier kracht
opvolgers de weg toont, ook niet geroepen
tot grootse daden voor de kroon, niet verwant
aan zeer machtige helpers, maar als een spin,
uit zijn zelf-gesponnen web, hoor toch eens,
komt al de kracht van zijn verdienste voort,
een gave die de hemel hem schenkt, die hem
een plaats koopt naast de koning.
Abergavenny Ik weet niet,
wat de hemel hem gegeven heeft, dat moet
een serieuzer oog bezien, maar zijn trots
zie ik uit heel zijn lijf: waar komt die vandaan?
Niet van de hel? Dan is de duivel maar een vrek,
of gaf hem alles al, en hij begint
in zich een nieuwe hel.
Buckingham Hoe, verduiveld,
vond hij het, bij de Franse veldtocht, zijn taak
(zonder medeweten van onze vorst),
zijn gevolg te benoemen? Hij maakt zelf
een lijst van adel; grotendeels hen
die hij een grote som gelds, en weinig eer
op wil gaan leggen: en zijn eigen brief,
waarbij hij de hoge staatsraad passeert,
dwingt de ontvanger tot meedoen.
Abergavenny Ik ken al
minstens drie neven van mij, die daardoor
hun vermogen zozeer hebben verzwakt
dat het nooit weer wordt als vroeger.
Buckingham Velen, ja,
hebben hun rug gebroken door hun bezit
erop te stapelen voor deze reis.
Waarom die praal, dan voor een samenkomst
die weinig voortbracht?
Norfolk Het doet pijn als ik bedenk,
dat de vrede tussen Frankrijk en ons
niet waard is wat hij heeft gekost.
Buckingham En toen
dat noodweer nog volgde, toen kwam de geest
over elk, en, zonder enig overleg,
profeteerde iedereen dat die storm
het kleed van deze vrede scheuren zou,
en er een klap voor zou zijn.
Norfolk Wat ook klopte:
Frankrijk brak het verdrag, en legde beslag
op alle Engels bezit in Bordeaux.
AbergavennyKreeg onze gezant daarom huisarrest?
Norfolk Zeker!
AbergavennyNou, een fraaie vrede, zeg, en gekocht
voor een overdreven prijs.
Buckingham Alles het werk
van onze eerwaarde Kardinaal.
Norfolk De staat,
als ik zo vrij mag zijn, weet van de strijd
tussen u en de hem. En ik raad u aan
(als u advies wilt van wie u enkel heil
en eer toewenst), dat u tegelijkertijd
de Kardinaals boosaardigheid beschouwt
èn zijn macht; en realiseer u ook,
dat wat zijn felle haat bewerken wil,
zijn macht echt voor elkaar krijgt. U kent zijn aard,
hij is wraakzuchtig, en zijn zwaard, weet ik,
is heel scherp - èn lang, en het reikt ook ver,
zou men kunnen zeggen: haalt het het niet,
dan gooit hij erheen. Hou mijn raad geheim,
dat zal u goed bekomen. Daar is de klip
die ik u aanraad te omzeilen.
Kardinaal Wolsey op; de tas met het rijkszegel draagt men voor hem uit; enkele lijfwachten, twee secretarissen met papieren. De kardinaal kijkt in het voorbijgaan misprijzend naar Buckingham, en Buckingham naar hem.
WolseyDe Hertog Buckinghams rentmeester, niet!?
Waar is zijn verklaring?
1e secretaris Alstublieft, heer.
WolseyEn is hij ook hier in persoon?
2e secretaris Ja, hoogheid.
WolseyDan horen we wel meer; en Buckingham
zal dan wel een toontje lager kijken.De kardinaal af, met zijn gevolg
BuckinghamDie slagershond heeft een gif-muil, en ik
heb de macht hem te korven, dus maar het best
hem te laten slapen. Een bedelaarsbuik
is meer waard dan nobel bloed.
Norfolk Wat, soms boos?
Vraag God om kalmte, het enige medicijn
die uw ziekte nodig heeft.
Buckingham Ik zie in zijn blik
iets tegen mij, en zijn oog wenst mij het liefst
verlaagd tot een stuk vuil; nu zet hij mij
voor paal; ja, hij is naar de koning toe:
ik ga hem aankijken tot hij inbindt.
Norfolk Blijf, heer,
en laat uw rede eerst vragen aan uw toorn
waar u aan begint: wie een steile berg opgaat,
die moet langzaam beginnen. Woede is
als een fel paard, dat als men het lopen laat,
eigen kracht uitput: niemand in Engeland
geeft zo'n goede raad als u; wees voor uzelf
wat u voor uw vriend zou zijn.
Buckingham Naar de koning
ga ik, en met een mond van eer schreeuw ik omlaag
die trots van die Ipswich vent; of ik verklaar,
dat er geen rangverschil bestaat.
Norfolk Kalm, toch;
stook uw vijand de oven niet zo heet
dat die uzelf flink schroeit. Onstuimigheid
rent soms heel hard ons eerder doel voorbij,
wie schiet, schiet soms wel dóór: als het vuur
een vloeistof omhoog brengt en overkookt,
verspilt het wat het meer deed lijken. Kom,
nogmaals: er is niemand in Engeland
die u sterker leiden kan dan uzelf,
als u uw vurigheid wilt doven met het sap
van het verstand, of slechts wat temperen.
Buckingham Vriend,
ik dank u, en uw voorschrift volg ik graag;
maar die super opschepper van een vent
(dat zeg ik niet omdat mijn gal overloopt,
maar ik meen het ook echt) ken ik als corrupt,
en vol verraad, uit een geheime bron
en bewijzen klaar als water in juni,
met elk steentje zichtbaar.
Norfolk Zeg niet: verraad.
BuckinghamDat zeg ik de koning, en maak dat zo sterk
als een hoge rots: wacht maar. Die vrome vos,
of wolf, of allebei (net zo vraatzuchtig
als sluw is hij, even geneigd tot kwaad
als dat hij het doet), praat - met zijn geest en ambt
die elkaar aansteken, ja, echt, wederzijds -
de koning, alleen maar dat Frankrijk ziet
hoe groots hij is, en wij natuurlijk ook,
dit dure verdrag aan; de ceremonie
die zulke schatten verslond, en als glas
dat brak bij het draaien.
Norfolk Zo was het, heer.
BuckinghamMag ik even, heer: die sluwe kardinaal
stelde de artikelen van het verdrag
op zoals hij wou; alles werd bekrachtigd,
als hij riep: 'Zo zij het', wat hielp als krukken
voor een dode. Onze hof-kardinaal
deed het zo, en het is goed; want (de onfeilbare)
grote Wolsey deed het. En nu komt dit -
wat, zoals ik het zie, een soort puppy is
voor de oude teef verraad, -: Keizer Karel
komt zogenaamd bij zijn tante op bezoek,
de koningin, - een smoesje, want hij wil
Wolsey iets toefluisteren; hij is bang
dat de ontmoeting tussen Engeland
en Frankrijk hem schade berokkenen kan,
door hun vriendschap, want er loerde voor hem
onheil uit dat verbond: in het geheim
maakt hij een deal met de kardinaal, en ik meen
(nou, ik wéét het; want de keizer heeft vast
betaald vóór hij toezegde, en zijn wens
is ingewilligd vóór het verzoek), dat, toen
de weg goud-gebaand was, de keizer vroeg,
of 's konings pad niet omgebogen kon,
en het genoemd verbond verbroken. De vorst
moet weten (en dat gauw door mij) dat zo
de kardinaal zijn eer koopt en verkoopt,
en tot eigen voordeel.
Norfolk Wat spijt het me zeer,
dat van hem te horen; ik zou willen dat
het enigszins anders was.
Buckingham Nee, geen letter:
ik beschrijf hem echt zoals hij zal zijn
als we het nagaan.
Brandon op, voorafgegaan door een wachtmeester en een paar wachten.
BrandonWachtmeester, ga uw gang, doe uw plicht.
Wachtmeester Heer,
mylord Hertog van Buckingham, en Graaf
van Hereford, Stafford en Northampton, ik
arresteer je voor hoogverraad, in naam
van onze vorst de koning.
Buckingham Kijk, mylord,
het net valt op mij; ik kom zeker om
door list en bedrog.
Brandon Wat spijt het mij, heer,
u beroofd te zien van uw vrijheid; ach,
dat ik dit moet zien. Zijne hoogheid wil,
dat u de Tower in moet.
Buckingham Dan helpt het niets,
dat ik mij onschuldig noem, want ik ben besmeurd,
mijn witste deel is zwart. De wil des Hemels
geschiede hier, als altijd. Ik gehoorzaam.
O mylord Abergavenny, het ga u goed.
BrandonMaar hij gaat met u mee. [Tot Abergavenny] De koning wenst
u mee in de Tower, totdat u weet
wat hij verder besluit.
Abergavenny Zoals de Hertog al zei:
's Hemels wil geschiede, en die van de koning
dient door mij gehoorzaamd.
Brandon Hier is de volmacht
om Lord Montacute te pakken, en de lijken
van de Hertogs biechtvader, John de la Car,
en Gilbert Perk, zijn kanselier -
Buckingham Zo, zo;
de leden van het complot: niet méér, hoop ik.
BrandonNog een Karthuizer.
Buckingham Nicholas Hopkins, soms?
BrandonJa.
BuckinghamOntrouwe rentmeester! De kardinaal
heeft hem goud getoond; mijn leven is op:
ik ben de arme schaduw van Buckingham,
wiens vorm nu wolken omhullen, waar ik
mijn zonlicht heb verduisterd. Vaarwel, heer.Allen af
Tweede toneel
- Eveneens Londen. Een raadzaal.
Kornetten. Koning Hendrik op, leunend op de schouder van de Kardinaal, de Edelen, en Heer Thomas Lovell; de Kardinaal gaat rechts zitten, aan de voeten van de koning. Een secretaris van de kardinaal staat klaar.
KoningMijn leven zelf, en het kostbaarste ervan,
dankt u voor deze grote zorg; het doel
was ik van scherp geladen samenzweren,
en dank u die dat stopte. Roep nu hier
die hoofddienaar Buckingham; ik wil zelf
hem zijn bekentenissen horen staven,
en punt voor punt moet hij hier elk verraad
van zijn meester herhalen.
Achter het toneel wordt geroepen: 'Plaats voor de Koningin', die binnengebracht wordt door de Hertog van Norfolk. De Koning op, Norfolk en Suffolk; zij knielt. De Koning staat op van zijn troon, doet haar opstaan, kust haar en geeft haar een plaats naast hem.
KatherineWij moeten langer knielen: ik kom smeken.
KoningSta op, neem naast ons plaats; half uw verzoek
mag u verzwijgen; onze halve macht
hoort u; de andere geef ik vóór u vraagt;
zeg wat u wenst, en neem.
Katherine Dank, majesteit;
dat u uzelf liefheeft, en daarin nooit
uw eer veronachtzaamt of de waardigheid
van uw hoog ambt, dat is waar mijn verzoek
op neerkomt.
Koning O, vrouwe mijn, spreek door.
KatherineNogal wat mensen - en de kwaadsten niet -
wijzen mij erop, dat al uw onderdanen
ernstig lijden: belastingaanslagen
krijgen zij gestuurd, die hun loyaliteit
diep schokken; en, hoewel, heer kardinaal,
zij u de bitterste verwijten maken,
als degene die deze heffingen
heeft opgelegd, ontkomt toch onze heer
en vorst - wiens eer de hemel hoede - niet
aan hun ruwe taal, zo fel dat die trouw
de ribben kraakt, en haast in rebellie
lijkt uit te breken.
NorfolkNee, niet bijna lijkt,
maar het lijkt echt; want na die heffingen
kon het lakengilde zijn werkvolk echt niet meer
goed onderhouden en moest ze ontslaan,
de spinsters, kaarders, vollers, wevers, die,
niets anders kunnend, gedreven door honger,
zonder ander werk, dat wanhopig nu
openlijk aanvechten, in opstand zijn,
- met onrust in hun midden.
Koning Heffingen?
Hoe? Wat voor heffingen? Lord Kardinaal,
die samen met ons daar de schuld van krijgt,
weet u van deze heffingen?
WolseyMijn vorst,
ik weet maar van één aandeel in dat wat
de hele staat betreft, in lijn vooraan,
waar anderen de pas geven.
Katherine Nee, mylord,
u weet niet meer dan anderen; maar u komt wel
met dingen die ieder weet, en die, voor wie
ze heel verkeerd en onaanvaardbaar zijn,
toch moeten worden geaccepteerd. Die lasten
(waar hier mijn vorst naar vraagt) zijn al bij het horen
verschrikkelijk, wat zal onder die last
de rug dan breken bij het dragen; men zegt,
dat u ze ooit bedacht hebt, en zo niet,
dan treft u teveel smaad.
Koning Almaar lasten:
wat voor dan, laat ons horen wat voor soort
belastingen.
Katherine Ik waag teveel, wanneer
ik uw geduld beproef, maar ik durf het toch
waar u mij vergeven zult. De klacht van het volk
komt door de aanslagen, die van iedereen
één zesde opeisen van zijn rijkdommen,
en direct; als redenen voert men aan
uw oorlogen met Frankrijk; en dit maakt
monden vrij, zij spuwen hun plichten uit,
in kille harten vriest hun trouw; waar ooit
het gebed woonde, leeft nu hun vloek; nu is
bereidheid tot gehoorzamen de slaaf
van ieders boosheid. Uwe hoogheid moet
hier direct iets aan doen; want er is geen kwaad
dat meer dient teruggedrongen.
Koning Bij mijn leven,
dit heb ik niet gewild.
Wolsey Wat mij betreft,
al wat ik in deze heb gedaan is slechts
er volledig achter staan, en dat alleen
met wijze instemming van rechters; maar als
de boze tong mij afbreekt die niets weet
van mij of mijn macht, en toch de kroniek
wil zijn van al wat ik doe, dan, zeg ik,
is dat het lot van grootheid en het doornbos
waar deugd doorheen moet: breken wij nooit af
wat wij vinden dat moet, bang voor lieden
met kwaadwillige kritiek, die, als steeds
vraatgierige vissen achter een schip aangaan
dat pas is uitgerust, met niet meer baat
dan hoop zonder hap. Wat wij vaak het best doen,
is het werk van anderen, of verkeerd, zegt wie
ooit fout was, nu jaloers is; en het slechtste
prijst men waar het de grove zinnen streelt
als ons grootste werk. Als wij roerloos staan,
bang dat er wordt gevit op wat wij doen,
dan gaan we ter plekke wel wortel schieten,
of zitten als standbeeld.
Koning Wat men goed doet
en met toewijding, ontslaat zich van angst;
iets zonder precedenten vreest men hier
om wat volgen kan. Heeft u voor die heffing
precedenten? Nou, ik geloof, niet één.
Scheuren wij ons volk niet los van onze wet,
dat wij het daarna binden aan onze wil.
Eén zesde! Een verschrikkelijke eis;
zo ontnemen we elke boom kruin, schors, het klein hout:
de wortel die over is geeft, afgeknot,
zijn sappen aan de lucht. Stuur ieder graafschap
waar men tegen was een brief van ons, met
vrijspraak voor elk die zich tegen de juistheid
van deze aanslag verzet heeft: zorg daarvoor;
dit vertrouw ik u toe.
Wolsey[Tot de secretaris] Een woord met u.
Zorg dus, dat ieder graafschap een brief krijgt
met des konings vrijspraak. Het boze volk
gaat tegen mij tekeer: verspreid het gerucht,
dat deze herroeping en vrijspraak komt
door onze tussenkomst: en u hoort zo,
wat er verder nog moet gedaan.De Secretaris af
Rentmeester op
KatherineIk vind het niet leuk dat de Hertog Buckingham
uw ongenoegen heeft gewekt.
Koning Velen ook:
het is een geleerd man, een voortreffelijk spreker,
geen dankt natuur zoveel; zo opgevoed,
dat hij de grootste leraren kan leiden,
nooit voor zichzelf hulp zoeken moet; maar zie,
als men die nobele gaven aanwendt ooit
voor het boze, door een diep verdorven geest,
dan worden zij slecht, tien maal lelijker
dan zij ooit mooi waren. Een zo begaafd,
die wij een wonder vonden (en die ons,
verrukt van het luisteren, één uur spreken
nog geen minuut deed lijken), hij, mevrouw,
hulde de gaven die hij eertijds had
in een monsterlijk gewaad, en is nu zwart
als in de hel besmeurd. Kom naast ons, en hoor
(dit was zijn vertrouweling) dingen van hem
die eer met droefheid slaan. Vraag hem, om ons
te spreken van eerder bedrog, waar wij
nooit te weinig van voelen, te veel horen.
WolseyKom hier, en spreek in alle openheid
van wat u als een waakzaam onderdaan
van de Hertog Buckingham hoorde.
KoningSpreek vrijuit.
RentmeesterAllereerst zei hij elke dag opnieuw
- het werd echt vervelend -, dat als de vorst stierf
zonder kinderen, hij het zo regelen zou,
dat hij de scepter kreeg. Dat hoorde ik hem
met zoveel woorden zeggen tot zijn schoonzoon,
Lord Aberga= nny, die hij ook wraak zwoer
op de kardinaal.
Wolsey Merk, hoogheid, toch op,
wat voor gevaar deze houding inhoudt,
wat hij jegens u wil, dat kwam niet uit,
en nu is zijn houding uiterst boos, en raakt,
voorbij u, ook uw vrienden.
Katherine Kardinaal,
vertel het zonder rancune.
Koning Spreek door;
waarop stoelde hij de aanspraak op de kroon
na mijn dood? Heeft u hem op dit punt ooit
iets horen zeggen?
RentmeesterHij kwam erop,
door een ijdele voorspelling van Nicholas Henton.
KoningWie was die Henton?
Rentmeester Een Karthuizer, heer,
zijn biechtvader, die hem constant het idee
voorhield van het koningschap.
Koning Hoe weet je dit?
RentmeesterKort nadat uwe hoogheid naar Frankrijk vertrok,
vroeg de hertog mij - het was in De Roos,
in de parochie van St Lawrence Poultney,
wat er in Londen zoal werd gezegd
over die reis naar Frankrijk. En ik zei,
dat men er, om Frankrijk, voor ontrouw vreesde,
tot gevaar voor onze vorst; en gelijk
zei de hertog dat het klopte, en dat hij bang was
dat dit juist een uitspraak waar maken zou
van een heilige monnik, die mij, zegt hij,
vaak iemand liet vragen, mijn kapelaan,
John de la Car, op een geschikt moment
te sturen, die hij iets belangrijks moest zeggen:
en dat, toen hij die onder het biecht-zegel
plechtig had doen zweren, om wat hij zei
met geen levende ziel ooit te bespreken
tenzij met mij, er toen hortend en aarzelend
de verzekering volgde: koning noch erven
(zeg dat de hertog) zal het goed gaan; zeg hem
naar de gunst van het volk te streven; de hertog
zal Engeland regeren.
Katherine Ik ken u wel,
u was zijn rentmeester, en verloor uw baan
door klachten van de pachters; pas maar op,
dat u geen edelman uit wrok beticht,
en uw edeler ziel vergooit; pas op,
vraag ik u dringend.
Koning Laat hem doorspreken;
ga verder.
Rentmeester Echt, ik spreek de waarheid hier.
Die monnik, zei ik toen mijn hertog nog,
wordt vast door een duivelslist misleid: en het is
gevaarlijk voor hem dit alles tot aan een plan
door te denken, wat gemakkelijk kon,
als hij het geloofde; maar hij zei: 'Kom, kom,
mij doet het geen kwaad', waarbij hij nog opmerkte,
dat was de vorst laatst aan zijn kwaal gestorven,
het hoofd van de kardinaal eraf was gegaan,
en dat van Thomas Lovell.
KoningZo corrupt!
Wat een kwaad steekt er in die man! Nog meer?
RentmeesterJa, mijn vorst.
Koning Ga door.
Rentmeester Hij was in Greenwich,
toen uw hoogheid de hertog had berispt
omtrent Sir William Bulmer -
KoningDat weet ik nog, als mìjn gezworen dienaar,
nam de hértog hem in dienst. Maar wat toen?
Rentmeester'Als ik,' zei hij, 'hiervoor, zoals ik dacht,
in de Tower was beland, had ik het stuk
gespeeld zoals mijn vader ooit van plan was
voor Richard, de tiran, toen hij in Salisbury
om gehoor verzocht; was dat toegestaan,
dan had hij hem, als hij deed alsof hij knielde,
met zijn mes doorboord.'
Koning Een super-verrader!
WolseyKan zijne hoogheid vrij leven, mevrouw,
met hem buiten het gevang.
Katherine God sta ons bij.
KoningJe wou toch nog wat zeggen; wat dan wel?
RentmeesterNa dat 'zijn vader, de hertog', met het 'mes',
maakte hij zich groot, bracht één hand aan zijn borst,
de andere aan zijn dolk, keek trots omhoog,
en zwoer een vreselijke eed, die luidde,
dat hij, indien slecht behandeld, zijn vader
zoveel overtreffen zou, als de daad
een weifelend streven.
Koning Zijn doel is dus,
zijn mes in ons te steken: hij zit vast,
roep hem nu voor de rechter; vindt hij daar
voor de wet genade, goed; en zo niet,
dan ook geen bij ons. Dag en dageraad,
hij is een verrader in de hoogste graad.Allen af
Derde toneel
- Een kamer aan het hof
Lord Chamberlain op en Lord Sands.
ChamberlainHoe kan Frankrijks stoken ons toch verlokken
tot zulk bizar gedrag.
Sands Nieuwe gewoonten,
al zijn ze nog zo belachelijk (ja al
zijn ze zelfs verwijfd), die volgt men toch op.
ChamberlainWat mij betreft, is al het goeds dat de Engelsen
pas van overzee hebben meegebracht,
wat grimassen; maar ze zijn wel heel sluw,
want wie ze op heeft, zal ons direct doen zweren
dat zijn neus ooit minister is geweest bij
Pepijn of Clotharius, zo statig is hij.
SandsMen loopt nieuw, en men buigt nieuw; voor wie hen
nog nooit zag gaan, lijkt het wel of er nu
een vorm van hanetred heerst,
Chamberlain Juist, mylord,
en dan zo'n heidense snit van hun kleren,
dat die het Christendom al hebben versleten!
Wat nu? Soms nieuws, Thomas Lovell?
Sir Thomas Lovell op
Lovell Mylord,
men praat slechts van de nieuwe proclamatie
die aan de Hofpoort hangt.
ChamberlainWat houdt die in?
LovellHet berispt de reizende cavaliers
die het hof vullen met praatjes, ruzie, en mode.
ChamberlainGoed zo! Laat onze messieurs maar eens denken,
dat ook een Engels hoveling wijs kan zijn,
als heeft hij het Louvre nooit gezien.
Lovell Zij moeten
(zo luiden de voorschriften), òf de resten
van Franse opsmuk en veren afleggen,
met al de nobele onzinnigheid
die daarbij hoort, als vechten en vurig werk,
en het bespotten van beteren dan zij
met hun uitheemse grillen, en het geloof
afzweren in tennis en lange kousen,
en het soort reisaandenken als een korte pofbroek,
en elkaar weer zien als rechtschapen mensen,
òf wegwezen naar hun makkers, om daar
rustig zonder problemen weg te 'oui'-en
in hun wellust, tot spot van iedereen.
SandsHet wordt tijd nu voor een middel, want hun kwaal
wordt steeds aanstekelijker.
Chamberlain Wat zal ons vrouwvolk
die grote onzin missen!
Lovell Inderdaad,
wat zal men jammeren; hoe handig zijn
die sluwe deugnieten voor een vluggertje.
Het Frans gevedel kent zijn weerga niet.
SandsDe duivel mag ze vedelen: blij dat ze gaan,
je krijgt ze toch niet van hun stuk; nu kan
een eerbaar vedelaar als ik, zo lang
door hen overstemd, eindelijk één uur lang
oorbaar muziek maken, recht-toe-recht-aan,
en daar houden ze ook van.
Chamberlain Goed gezegd, Sands,
uw hengstentand zit er dus nog.
Sands Zeker, heer,
zolang ik nog een stompje heb.
Chamberlain Sir Thomas,
waar was u naar op weg?
Lovell De kardinaal;
u bent toch ook zijn gast?
Chamberlain O, ja, dat is waar;
vanavond geeft hij een feestje, en groots ook,
voor veel lords en ladies; de fine fleur
zal er zijn van het rijk, als u dat maar weet.
LovellDie kerkvoogd heeft toch echt een gulle geest,
een hand zo rijk als de aarde die ons voedt;
zijn dauw valt overal.
Chamberlain Voorwaar, heel edel;
wie anders spreekt die heeft een zwarte mond.
SandsHij kan het, hij heeft de middelen: in hem
was spaarzaamheid erger dan ketterij;
wie zo leeft moet uiterst vrijgevig zijn,
als goede voorbeelden.
Chamberlain Zo is het, ja;
maar weinigen doen het zo goed. Mijn boot ligt klaar;
komt nou toch echt mee, beste Thomas, of
we zijn te laat, en liever niet, want ik ben,
met Henry Guilford, vanavond gevraagd,
het feest te regelen.
Sands Tot uw dienst, heer.Beiden af
Vierde toneel
- Het St. James' Paleis (York plein)
Pommers. Een kleine tafel onder een baldakijn voor de Kardinaal, een langere tafel voor de gasten. Dan op: Anne Bullen, en verscheidene andere dames en heren, de gasten, door de ene deur; door de andere Sir Henry Guilford.
GuilfordDames, zijne genade heet u allen
welkom; en hij wijdt deze avond toe
aan zoete vreugde, en u: niemand, hoopt hij,
in dit edel gezelschap, heeft hierheen
zorgen meegenomen: hij wenst u vrolijk,
zoals goede vrienden, goede wijn, goed welkom
steeds goede mensen maken.
Lord Chamberlain op, Lord Sands en Lovell

Wat laat, mylord!
Alleen het denken aan dit schoon gezelschap
gaf mij al vleugels.
Chamberlain U bent jong, Harry Guilford.
SandsSir Thomas Lovell, als de kardinaal
maar half zo werelds dacht als ik, dan zou
men iets zoets krijgen vóór het slapen gaan
dat men veel lekkerder zou vinden; mens,
wat een lieve schoonheden bij elkaar.
LovellKon het voor het heil van een of twee van hen
dat u biechtvader was!
Sands Kon ik dat ooit,
dan was hun penitentie licht.
Lovell Hoe licht?
SandsZo lekker als het op dons dekken ligt.
ChamberlainGaat u zitten, lieve dames. Sir Harry
verdeelt u die kant, ik regel het hier:
zijne hoogheid komt. Maar u mag niet bevriezen,
twee vrouwen naast elkaar, dat geeft koud weer;
Lord Sands, u wilt ze vast wel warm houden;
gaat u tussen hen in zitten.
SandsO, graag,
bedankt, hoogheid: als ik misschien wat wild
ben, lieve dametjes, vergeef mij dan;
dat heb ik van mijn vader.
Anne Was die dol, heer?
SandsO, dol, ook in de liefde, vreselijk dol,
maar bijten niet; op één adem kon hij
u allemaal kussen, zoals ik.
Chamberlain Heel goed, heer.
Zo, zit nu iedereen: dan, heren, weet,
dat u de schuld krijgt, als de dames straks
bij het weggaan somber zijn.
Sands Laat mij maar begaan,
ik zorg goed voor mijn zieltjes.
Pommers
. Kardinaal Wolsey op; hij gaat op zijn plaats zitten.
WolseyWelkom, mijn schone gasten; de edele heer
of dame die niet helemaal vrolijk is
is geen vriend van mij. En als welkomsgroet
drink ik op u allen.Hij drinkt
Sands Hoe nobel, heer;
had ik maar een beker met al mijn dank,
dat spaarde mij veel woorden.
Wolsey Mylord Sands,
die krijgt u terug! Houd uw buren bezig:
dames, wat opgewekter! Heren toch,
wiens schuld is dat?
Sands De rode wijn moet eerst
hun mooie wangen in, dan praten zij
ons vast wel stil.
Anne Altijd weer grapjes, hè,
Mylord Sands.
Sands Als ik eenmaal bezig ben:
ik drink op u, mevrouw, en op een dingetje
zo groots -
Anne Dat u het mij niet kunt laten zien.
Trom en trompet; er weerklinkt een salvo van een saluutkanon
SandsIk zei u al dat ze zouden praten.
Wolsey Wat is dat?
ChamberlainGa eens kijken, jij daar.Een dienaar af
Wolsey Wat een oorlogsstem,
en waarom dan? Ach, dames, wees niet bang;
naar alle krijgswetten bent u beschermd.
De dienaar weer op
ChamberlainEn, wat is het nou?
Dienaar Edelen, lijkt mij,
uit het buitenland; ze zijn van boord gegaan,
en komen hierheen als afgezanten
van vreemde vorsten.
Wolsey Mylord Chamberlain,
wilt u hen verwelkomen; want u spreekt Frans;
ontvang hen hoffelijk en leid hen dan
vóór ons, waar de hemel van schoonheid hen
met luister zal beschijnen. Neem gevolg mee.Chamberlain af, met gevolg
Allen staan op, en de tafels worden weggehaald

Uw feest is stuk, maar wij herstellen het zo.
Moge het u goed bekomen; en opnieuw
heet ik u welkom: welkom, allemaal.
Pommers. De Koning op, en anderen, als spelers in een maskerspel, als herders verkleed, en binnengeleid door de Lord Chamberlain. Ze gaan naar de kardinaal, en begroeten hem gracieus.

Een edel gezelschap: wat willen zij?
ChamberlainOmdat men geen Engels spreekt, vraagt men mij
u te zeggen, dat men vernomen had
dat al dit edele en schone volk
vanavond hier bijeen was, dus moest men
(vanwege hun grote achting voor de schoonheid)
hun kudden wel verlaten, om te smeken
met uw verlof de dames te gaan zien,
en feest met hen te vieren.
WolseyAntwoord hun,
dat men mijn schamel huis een dienst bewijst;
duizendmaal dank; vermaak u allen zeer.
De heren kiezen een dame; de Koning en Anne Bullen.
KoningDe mooiste hand, ooit aangeraakt: O, schoonheid,
u heb ik nooit gekend.Muziek; dans
WolseyMylord.
Chamberlain Ja, heer?
Wolsey Zeg hun nog dit van mij:
er moet iemand onder die heren zijn,
die de ereplaats meer waard is dan ik; hem
(als ik wist wie het was) zou ik heel graag
mijn zitplaats afstaan.
Chamberlain Ik zal het zeggen, heer.Hij fluistert met hen
WolseyWat zegt men?
Chamberlain Men zegt inderdaad dat er
zo iemand is, die u er best uit mag halen,
en hij neemt de plaats aan.
WolseyLaat dan eens kijken,
heren, met uw verlof; dan maak ik hier
mijn koningskeus.
Koning[Doet zijn masker af] Gevonden, Kardinaal;
een schoon gezelschap hebt u; goed voor u
dat u van de Kerk bent, anders zou ik nog
iets verkeerds van u denken.
Wolsey Blij dat u
zo opgewekt bent.
KoningMylord Chamberlain,
kom toch eens hier: wie is die schoonheid daar?
ChamberlainZo het u behaagt, Sir Thomas Bullens dochter,
de Burggraaf van Rochford, een hofdame.
KoningDat is een lekker ding, zeg. Lieve meid,
het zou geen manieren zijn, als ik met u dansen
en u niet kussen zou. Ja, heren, proost,
en laat het rondgaan.
WolseySir Thomas Lovell, staat het feestmaal klaar
in het kabinet?
Lovell Ja, heer.
Wolsey Uwe hoogheid is,
vrees ik, door het dansen iets verhit.
KoningTe erg, vrees ik.
Wolsey Hiernaast, mijn heer, is er
wat frissere lucht.
KoningLeid elk zijn dame binnen: lieve partner,
ik laat u nog niet los. En nu, plezier,
mijn beste kardinaal: dan menige toast
op deze schone dames, en een dans,
en leiden we hen opnieuw; dromen wij dan,
wie hun het meest bevalt. Begin, muziek.Allen af; trompetgeschal