terug naar de beginpagina de personages meer over dit stuk

Leer om leer

measure for measure
William Shakespeare
vertaling : Jan Jonk

Eerste bedrijf
Eerste toneel - In Wenen
Hertog op, Escalus, hovelingen en gevolg
HertogEscalus.
EscalusMijn vorst?
HertogUiteen te zetten wat besturen is
zou in mij ijdele zucht tot praten lijken,
want ik moet inzien dat u veel meer weet
op dit terrein dan al wat mijn verstand
aan raad u geven kan. Voeg enkel nog
geweten bij uw weten, - wat u kunt -,
en laat die werken. Met de aard van ons volk,
de stadsgewoonten, en hoe dat de wet
wordt toegepast, bent u zo goed vertrouwd
als wie ook, die praktijk en theorie
tot rijker mens maakten. Hier is onze volmacht,
waar u zich aan te houden heeft. Kan men
nu vragen of Angelo voor ons verschijnt. Dienaar af
Hoe zal hij onze stoel bekleden, denkt u?
U weet toch, dat wij hem na rijp beraad
als plaatsvervanger hebben uitgekozen;
hem onze vreze gaven, onze liefde,
hem hebben aangesteld in alle macht
waarmee wij zelf heersen. Wat denkt u daarvan?
EscalusAls er in Wenen iemand het verdient,
die zoveel eer en gunst verdragen kan,
dan is het Heer Angelo.
Angelo op
Hertog Daar is hij zelf.
AngeloGehoorzaam altijd aan Uwe Hoogheids wil,
kom ik uw wens vernemen.
Hertog Angelo,
jouw leven heeft een soort kenmerkend iets,
dat aan wie goed kijkt heel jouw levensloop
ontvouwt. Jouw aard en al jouw deugden zijn
niet zozeer op zichzelf gericht dat zij
zich alleen maar uitputten in elkaar.
De hemel doet met ons als wij met toortsen:
die ontsteken wij niet voor henzelf; want als
er niets van ons uitging, maakte het niet uit,
dat wij geen deugden hadden. Het merk ‘groot keur’
krijgt de geest als hij uitgeeft; de natuur
leent nooit één gram voortreffelijkheid zomaar;
als een zuinige godin bedingt zij steeds,
dat zij, de crediteur, aanspraak kan maken
op dank en winst. Maar ik richt mijn woord tot wie
mijn taken door zijn voorbeeld duidelijk maakt:
blijf dat doen, Angelo.
Wees helemaal ons, als wij afwezig zijn.
Doodstraf, en genade hier in Wenen
leve in jouw mond, en hart. De oude Escalus,
aan wie ik het eerst dacht, zal jouw wensen volgen.
Aanvaard je opdracht.
Angelo Wel, mijn goede vorst,
toets het gehalte eerst nog van mijn goud,
voor een zo grootste en nobele beeldenaar
erin geslagen wordt.
Hertog Geen uitvlucht meer.
Na lang en rijp beraad viel onze keuze
op u; aanvaard daarom uw waardigheid.
De haast die ons dringt vanhier weg te gaan
gaat boven al, en laat onafgedaan
zaken van groot gewicht. Wij schrijven u,
hoe het ons vergaat, wanneer de tijd ons noopt
en zaken die ons aangaan; en van u
willen wij horen hoe het hier staat. Tot ziens.
Ik hoop dat u uw opdracht nauwgezet
zult uitvoeren.
Angelo Sta ons wel toe, mijn vorst,
dat we u een eind weegs uitgeleide doen.
HertogMijn haast laat dat niet toe;
en, op mijn eer, u hoeft beslist ook nooit
te twijfelen. Uw macht is die van mij:
verhard, verzacht de wetten, naargelang
uw ziel het het beste vindt. Geef mij uw hand;
ik ga in stilte heen. Ik hou van het volk,
maar ik zet mij niet zo graag voor hen te kijk;
hun luid gejubel, hun heftig Ave,
hoe goed bedoeld ook, mag ik niet zo graag;
en wie er door geraakt wordt, acht ik geen
man van grote wijsheid. Nogmaals, tot ziens.
AngeloDe hemel helpe u op al uw wegen.
Escalus En brenge u behouden bij ons terug.
HertogIk dank u allen; dan, tot ziens. Af
EscalusZou ik u, heer, in alle openheid
eens kunnen spreken; graag hoorde ik,
wat mijn positie hier nu eigenlijk is.
Ik heb wel macht tot handelen, maar aard
en omvang bleef mij onbekend.
AngeloZo is het ook met mij. Dan gaan we samen,
en worden het over dit punt beslist
eens met elkaar.
Escalus Ik sta geheel tot uw dienst. Allen af



Tweede toneel
- Dezelfde plaats. Een straat.
Lucio op en twee Edellieden
LucioAls de hertog en de andere hertogen niet met de Koning van Hongarije tot een overeenkomst komen, dan vallen alle hertogen de koning op het lijf.
1e Edelman De hemel geve ons vrede, maar niet de koning van Hongarije.
2e Edelman Amen!
LucioJij eindigt net als die vrome piraat, die naar zee ging met de Tien Geboden, maar er eentje van de tafel schrapte.
2e Edelman ‘U zult niet stelen’?
LucioJa, die streepte hij door.
1e Edelman Ja, want dat was een gebod, dat de kapitein en de anderen gebood van al hun handwerk af te zien: zij kozen zee om te gaan stelen. Bij het tafelgebed voor de maaltijd is er wel niemand van ons soldaten, die nou echt blij is met de bede die om vrede smeekt.
2e Edelman Ik heb nog nooit een soldaat horen zeggen dat hem dat niet beviel.
LucioJij hebt gelijk; en jij bent volgens mij nog nooit daar geweest waar er gebeden werd.
2e Edelman Nee? Nou, wel twaalf keer, minstens.
1e Edelman Hoe ging het dan, op de maat?
LucioIn elk ritme, of in elke taal.
1e Edelman Of in elk geloof, volgens mij.
LucioAch ja, waarom niet? Bidden is bidden, ondanks alle controverse; jij bent, bij voorbeeld, een slechte schurk, ondanks alle genade.
1e Edelman Nou, we zijn uit één stuk stof, dat alleen maar met een schaar doormidden is geknipt.
LucioKlopt: zoals het laken en de zelfkant. Jij bent de zelfkant.
1e Edelman En jij bent het laken, en nog wel fijn laken; van die driemaal hooggeschoren soort, dat geef ik je op een briefje: ik zou net zo lief de zelfkant van gewoon grof Engels laken zijn, als gescho-ren op de Franse manier, met allemaal kale plekken, zoals jij. Spreek ik duidelijk genoeg?
LucioDat lijkt mij wel; en wat jij zegt doet ook duidelijk voelbaar pijn. Ik zal, volgens jouw eigen bekentenis, op jouw gezondheid gaan leren drinken en mijn leven lang niet meer na jou uit één beker drinken.
1e Edelman Ik geloof, dat ik er ingelopen ben, of niet?
2e Edelman Nou en of; of je nou besmet bent of niet.
Mevrouw Overgaar op
LucioKijk, kijk, daar hebben we Mevrouw Kalmeringsmiddel! Onder haar dak heb ik heel wat kwaaltjes opgelopen, wel zo’n -
2e Edelman Ja, zeg maar, wel zo’n hoeveel?
LucioRaad eens.
2e Edelman Wel voor zo’n drieduizend kwalijke dollars.
1e Edelman Ja, en meer.
LucioEn nog een Franse kroon.
1e Edelman Jij vindt altijd dat ik vol kwaaltjes ben; maar jij zit zelf vol fouten; ik voel mij redelijk goed.
LucioMaar dat wil nog niet zeggen gezond: goed zoals alles wat hol is; jouw botten zijn hol; goddeloosheid heeft zich bij jou uitgevreten.
1e Edelman Zo, en aan welke kant plaagt de heupjicht u het meest?
Mevr. Overgaar Stil maar! Er is iemand ginds opgepakt en naar het gevang gebracht, die zoveel waard was als vijfduizend van jullie.
2e Edelman Zo, wie dan wel niet?
Mevr. Overgaar Nou, meneer, Claudio; Signor Claudio.
1e Edelman Claudio in de gevangenis? Dat kan niet.
Mevr. Overgaar Maar het is toch echt zo. Ik heb gezien dat hij opgepakt werd; ik heb hem zien wegleiden: en, wat nog erger is, binnen drie dagen wordt zijn hoofd eraf gehakt.
LucioMaar, alle gekheid op een stokje, dat zou toch al te bar zijn. Weet je het zeker?
Mevr. OvergaarMaar al te zeker: en het is omdat hij juffrouw Julietta zwanger heeft gemaakt.
LucioGeloof me, het kan waar zijn: hij had mij beloofd twee uur geleden bij mij te zijn, en hij is altijd precies op tijd met zijn afspraken.
2e Edelman En, zoals u weet, klopt het ook zo ongeveer met het gesprek dat wij hier pas over hadden.
1e Edelman Maar nog het meest met de afkondiging.
LucioKom mee! Ik wil er het fijne van horen. Lucio en de 1e Edelman af
Mevr. OvergaarZo raak ik, met al die oorlogen, met al die hitte, met al die galgen, met al die armoede, steeds meer klanten kwijt.
Pompeius op
Wel, wat heeft u voor nieuws?
PompeiusDie man ginds wordt naar de gevangenis gebracht.
Mevr. OvergaarZo! Wat heeft hij op zijn kerfstok?
PompeiusEen vrouw.
Mevr. OvergaarMaar wat heeft hij bedreven?
PompeiusNaar forellen gegraaid, in iemands eigen rivier.
Mevr. OvergaarWat? Is het maagdje nu zwanger van hem?
PompeiusNou, nee: er is een vrouwtje nu zwanger van hem. U heeft de afkondiging zeker niet gehoord, hè?
Mevr. OvergaarHoezo, afkondiging, man?
PompeiusAlle huizen in de buitenwijken van Wenen moeten worden gesloopt.
Mevr. OvergaarEn hoe zit het met die in de stad?
PompeiusDie blijven staan om het zaad; ze waren ook gesloopt, als er geen verstandige burger voor in de bres was gesprongen.
Mevr. Overgaar Maar zullen al onze huizen van gerief in de buitenwijken worden gesloopt?
PompeiusTot op de grond, mevrouw.
Mevr. Overgaar Nou, dat is me toch echt een verandering in de staat! Wat moet er van mij worden?
PompeiusKom, wees maar niet bang: voor goede raadgeefster zijn er altijd wel klanten: al moet ergens anders heen, u hoeft niet van business te veranderen: ik blijf gewoon uw tapper; verlies de moed niet, men zal medelijden met u hebben; men zal zeker rekening met u houden, u, die het licht in uw ogen bijna verloren hebt in het vak.
Mevr. Overgaar Wat is daar te doen, Thomas Tapper? Laten we weg wezen!
PompeiusHier komt Signor Claudio, door de cipier naar het gevang wordt geleid: en daar is juffrouw Juliet. Allen af
Cipier en gerechtsdienaars op, met Claudio en Juliet; Lucio en de twee Edellieden op
ClaudioMan, waarom moet de hele stad mij zien?
Breng mij naar het gevang, waar ik heen moet.
CipierDat doe ik niet, heer, uit kwaadwilligheid,
maar op speciaal bevel van Angelo.
ClaudioEn zo kan die halfgod, Autoriteit,
ons zwaar doen boeten steeds voor ons vergrijp.
Het hemels woord; het spaart wie het sparen wil,
wie niet, die niet; rechtvaardig is het steeds.
LucioMaar Claudio, wat is er? Waarom zo vast?
ClaudioVan te veel vrijheid, Lucio. Want de vrijheid,
als overeten, brengt veel vasten voort;
zo wordt vrij zijn door al te groot misbruik
vaak tot een dwang. Onze natuur jaagt steeds,
als ratten die hun eigen dood verslinden,
kwaad na en dorst; en al wie drinkt, die sterft.
LucioAls ik onder arrest zo verstandig kon praten, zou ik gelijk een van mijn schuldeisers laten halen; maar, om u de waarheid te zeggen, had ik even graag de dwaasheid van de vrijheid als de morele les van gevangenschap. - Wat is je vergrijp, Claudio?
ClaudioAls ik dat zou noemen was het weer een vergrijp.
LucioWat dan, moord?
Claudio Nee.
Lucio Ontucht?
Claudio Noem het maar zo.
CipierWeg, heerschap; u moet gaan.
ClaudioEén woord, mijn vriend: Lucio, een woord met u.
LucioWel honderd - als dat u iets baten kan.
Wordt er dan zo gelet op ontucht?
ClaudioHet is zo met mij: wij waren al verloofd,
en ik nam bezit van mijn Julietta’s bed.
U kent het meisje, zij is al mijn vrouw,
behalve dan dat wij dit openbaar
bekend gemaakt hebben; alleen omdat
de bruidsschat nog niet opgeleverd is,
die haar verwanten nog voor haar beheren,
voor wie wij ons verbond wilden verbergen
totdat de tijd hen voor ons won. Maar ja,
het geheim van ons intieme samenspel
staat al te groot geschreven op Juliet.
LucioZwanger, wellicht?
ClaudioZo is het, ja, helaas.
De nieuwe plaatsvervanger van de Hertog -
door een kwalijke opleving van nieuwigheid,
of dat hij het staatsbestel een strijdros vindt
waarop de landvoogd rijden kan, laat het,
pas net in het zadel, dat het weten zal
dat hij kan heersen, gelijk het spoor voelen;
of tirannie bij zijn positie hoort,
of bij het hoge hart dat haar bekleedt,
dat weet ik nog niet - maar de nieuwe heerser
wekt alle vroege straffen weer tot leven,
die, als wapens aan de wand, onopgepoetst,
- de zodiak al negentien maal rond -,
nooit meer gebruikt zijn; enkel om een naam
legt hij die slapende, vergeten wet
mij net weer op; het is enkel voor zijn naam.
LucioJa, ongetwijfeld; en je hoofd staat zo op je schouders te wankelen, dat een melkmeisje, als ze verliefd is, het er zo af kan zuchten. Laat iemand naar de Hertog gaan, en beroep je op hem.
ClaudioDat heb ik gedaan, maar hij is niet te vinden.
Maar, Lucio, doe mij een vriendendienst:
mijn zuster gaat vandaag het klooster in,
want daar begint zij haar noviciaat.
Ga haar vertellen welk gevaar mij dreigt:
smeek, namens mij, haar, om die strikte landvoogd
te vriend te maken, met duizend verzoeken.
Ik verwacht daar veel van. Ja, want al haar jeugd
spreekt zonder woorden met gevoeligheid
die mannen roert; zij heeft verleidingskunst,
wanneer zij speelt met woord en redenen,
en zij haalt mannen makkelijk over.
LucioIk hoop, dat ze het kan: zowel tot bemoediging van alle anderen die anders een zware beschuldiging boven het hoofd hangt, als ook voor het behoud van jouw leven; want het zou mij vreselijk spijten, als dat op zo’n domme manier verloren gaat, enkel om een spelletje triktrak. - Ik ga naar haar toe.
ClaudioIk dank u, beste vriend Lucio.
LucioTot over twee uur.
ClaudioKom, cipier, wegwezen. Allen af



Derde toneel
- Een kloostercel
De Hertog op en pater Thomas
HertogNee. Heilige vader, weg met die gedachte;
geloof niet dat de wankele liefdepijl
het volkomen hart doorboort. Waarom ik van jou
een stille schuilplaats vraag hier, heeft een doel
met meer ernst en bezadigder dan de drang
van ontvlamde jeugd.
Pater Kunt u er iets van zeggen?
HertogMijn vrome vriend, geen weet zo goed als u,
hoezeer ik stilte en eenzaamheid verkies,
geen stuiver gaf om drukbezochte feesten,
vol jeugd, pronkzucht, stom uiterlijk vertoon.
Heer Angelo - een zeer terughoudend man,
die streng van zeden is - heb ik bekleed
met al mijn absolute macht in Wenen,
en hij denkt dat ik naar Polen ben gereisd;
want dat heb ik rondgestrooid onder het volk,
dat het grif geloofde. Nu zult u, eerwaarde,
vast willen weten, waarom ik dit doe.
PaterEigenlijk heel graag, mijn heer.
HertogWij hebben strikte wetten, bitter hard,
toom en bit nodig voor halsstarrige paarden,
die vijftien jaren lang verwaarloosd zijn;
net als een oude leeuw die in een grot blijft
en niet meer jagen gaat; als een dwaze vader,
die berkentwijgjes dreigend samenbindt,
zijn kinderen dat voorhoudt, om hen bang
te maken, niet om te gebruiken, en zo
de roede een farce maakt, zijn onze wetten,
- dood voor de straf, in zich zo goed als dood -,
trekt Vrijheid Gerechtigheid bij de neus,
slaat de baby de min, totaal verkeerd
gaat alle decorum.
Pater U had toch zelf
dit vastgebonden recht los kunnen maken;
van u had dat veel meer ontzag gewekt
als van Heer Angelo.
Hertog Te veel, vrees ik.
Daar het mijn fout was, het volk zo vrij te laten,
zou het tirannie van mij zijn, hen te treffen
voor wat ik hen zelf liet doen: want dit was wat wij wensten,
als kwaad zomaar zijn vrije loop kan gaan,
en niet gestraft wordt. Juist daarom, mijn vader,
heb ik Angelo dit ambt opgelegd;
hij mag raak slaan, verschanst achter mijn naam,
terwijl mijn eigen aard, ver van de strijd,
onkreukbaar blijft. Om zijn bestuur te zien,
zal ik, vermomd als Pater van uw orde,
vorst en volk bezoeken. Ik vraag u dus,
bezorg me een pij, en leer me hoe ik mij,
naar buiten toe een geestelijke, gedraag
als echte monnik. Nog meer redenen
geef ik u mettertijd; nu enkel dit:
Heer Angelo is heel strikt van moraal;
staat pal tegen Laster; geeft nauwelijks toe,
dat er bloed in zijn aderen stroomt; of dat
hij liever brood dan stenen eet. Nu blijkt,
of macht het doel verandert, of schijn gelijkt. Beiden af



Vierde toneel
- Een nonnenklooster
Isabella op en Francisca, een non.
IsabellaEn hebt u, nonnen, dan geen verdere rechten?
NonZijn deze dan niet ruim genoeg?
IsabellaO, zeker; niet, dat ik er meer verlang,
maar ik dacht eigenlijk nog aan strengere tucht
voor zusters, Sancta Clara toegewijd.
Lucius[Achter] Hallo! Vreugde aan dit huis!
Isabella Wie roept daar zo?
NonHet is een mannenstem! Lieve Isabella,
doet u open, en vraag wat hij verlangt;
u mag dat, ik niet; u bindt geen gelofte:
want na uw eed, mag u niet met een man
spreken tenzij in het bijzijn van de abdis;
en, àls u spreekt, moet u gesluierd zijn;
haalt u uw sluier weg, mag u niet spreken.
Hij roept alweer: wilt u hem open doen. Zij trekt zich terug
IsabellaVreugde en heil! Wie is het, die daar roept?
Lucio op
LucioDag, lieve maagd - want dat bent u, gezien
de rozen op uw wangen - zou u mij
naar jonkvrouw Isabella kunnen brengen,
die hier novice is, de mooie zuster
van haar ongelukkige broer Claudio?
IsabellaHoezo ‘haar ongelukkige broer’, vraag ik,
vooral omdat ik u nu zeggen moet,
dat ik zijn zuster Isabella ben.
LucioO, lieve schoonheid. Uw broer groet u zeer.
Maar ik wil kort zijn: hij is in het gevang.
IsabellaO jee! Waarom?
LucioVoor iets, waarvoor hij eerder dank dan straf
ontvangen zou, als ik zijn rechter was:
hij heeft zijn vriendin zwanger gemaakt.
IsabellaMaar heer, drijf niet de spot met mij.
LucioHet is waar.
Al is het een oude kwaal van mij, dat ik
meisjes lijk te bedriegen met een tong
ver van mijn hart, zo doe ik met maagden nooit.
Ik houd jullie voor een heilig, hemels iets
dat de aarde heeft verzaakt, een eeuwige geest,
tot wie men slechts de waarheid spreken kan,
als tegen een heilige.
IsabellaU ontheiligt het goede door mij iets voor te liegen.
LucioGeloof het maar niet. Zo is het, kort en waar:
uw broer heeft zijn geliefde teer omhelsd;
zoals wie eet rond wordt, zoals bloesemtijd
die van gezaaid zijn het kale akkerland
tot volle oogst brengt, drukt haar rijke schoot
het akkerwerken van haar landman uit.
IsabellaDus iemand zwanger van hem? Mijn nicht Juliet?
LucioIs zij uw nichtje?
IsabellaUit vrije keus, zoals vriendinnen vaak
als grap hun naam veranderen.
Lucio Zij is het.
IsabellaLaat hem haar toch trouwen.
Lucio De zaak staat zo.
De Hertog is heel mysterieus vertrokken;
hij heeft veel edelen - waaronder ik -
een veldtocht door de neus geboord: wij horen
van wie vertrouwd zijn met de politiek,
dat wat hij voorgaf totaal anders was
dan wat hij werkelijk wilde. In zijn plaats,
en met zijn vol gezag en macht, regeert
Heer Angelo, een man, met de aders vol
met ijswater; die nooit de drang tot lust
of van fysiek verlangen heeft gevoeld,
maar die de prikkels van zijn zinnen afstompt
met geestelijke arbeid, studie, vasten.
Om ontucht en losbandigheid te ontmoedigen,
die al zo lang, als muizen rond de leeuw,
gewoon langs de strenge wet lopen, heeft hij
een wet gepakt, die, gruwelijk, voor uw broer
het eind betekent; op grond van die wet
pakt hij hem op, en wil hem, naar het strenge woord,
ten voorbeeld stellen. Alle hoop is weg,
tenzij de genade van uw schoon gebed
Angelo vermurwt. Daar komt de zaak op neer;
dit moest ik u zeggen van uw arme broer.
Isabella Zoekt hij zijn leven echt?
Lucio Hij is al veroordeeld;
en, naar ik hoor, heeft de cipier bevel
het vonnis uit te voeren.
IsabellaHelaas, ik ben zo zwak in mijn vermogen
hem goed te doen.
Lucio Beproef de macht die u hebt.
IsabellaMijn macht? Ik twijfel.
Lucio Twijfels zijn verraders,
doen ons het goed missen dat wij konden winnen
door niet te durven. Ga naar Heer Angelo,
en leer hem, dat, als een meisje smeekt, de man
geeft als een god; maar, als zij huilt en knielt,
wordt alles waar ze om bedelt zo van haar,
alsof het altijd haar had toebehoord.
IsabellaIk zal zien wat ik kan doen.
Lucio Maar voortmaken.
IsabellaIk ga meteen;
ik moet alleen eerst Moeder gaan vertellen,
wat ik ga doen. Ik dank u hartelijk.
Mijn groeten aan mijn broer: vanavond vroeg
hoort hij hoe dat het afgelopen is.
LucioDan ga ik nu, juffrouw.
Isabella Tot ziens, meneer. Beiden af, apart