terug naar de beginpagina de personages meer over dit stuk

Zoals het u lijkt

As you like it
William Shakespeare
vertaling : Jan Jonk

Eerste bedrijf
Eerste toneel
Orlando en Adam op
OrlandoZoveel ik mij kan herinneren, Adam, zat het zo: hij liet mij in zijn testament maar een armzalige duizend kronen na, en, wat jij zegt is juist, bij zijn zegen, de opdracht aan mijn broer om mij behoorlijk op te voeden; en daar begint mijn ellende. Mijn broer Jacques werd naar school gestuurd, en er wordt gezegd dat hij het daar voortreffelijk doet; maar ik werd thuis opgevoed als een boerenknecht, of, beter gezegd, hij laat mij onopgevoed thuis; want noemt u dat een opvoeding van een edelman van mijn stand, als ik niet anders behandeld word dan een os in een stal? Zijn paarden worden beter verzorgd; want behalve dat ze het beste van het beste te eten krijgen, moeten ze heel wat leren, en daarvoor heeft hij dik betaalde ruiters ingehuurd; maar ik, zijn broer, krijg bij hem alleen maar gelegenheid om te groeien, waarvoor zijn dieren op de mesthoop hem evenveel te danken hebben als ik. Behalve dit niets, dat hij mij zo in overvloed schenkt, lijkt de levensstijl die hij mij toestaat mij dat beetje dat de natuur mij gegeven heeft nog af te nemen. Hij laat mij eten met zijn knechten, ontzegt mij mijn plaats als broer, en ondermijnt zoveel als hij kan mijn adelstand door de opvoeding die ik krijg. Dit is het, Adam, wat mij kwelt, en de geest van mijn vader, die volgens mij in mij leeft, begint in opstand te komen tegen deze slavernij. Ik accepteer het niet langer, al weet ik nog geen verstandige manier om eraan te ontkomen.
AdamDaar komt mijn meester, uw broer, aan.
Oliver op
OrlandoGa maar eens wat aan de kant staan, Adam, dan zul je horen hoe hij tegen mij tekeer gaat.
OliverZo kerel, wat bent u hier aan het doen?
OrlandoNiets. Ik heb niet geleerd om iets te doen.
OliverDan doet u vast iets verkeerd.
OrlandoNou, man, ik help u, om dat wat God gemaakt heeft, namelijk die arme, onwaardige broer van u, door nietsdoen slecht te maken.
OliverNou, kerel, ga dan maar wat beters doen; wegwezen!
OrlandoMoet ik uw zwijnen hoeden en schillen met hen eten? Welk erfdeel heb ik verspild, dat ik tot zulk een ellende moet vervallen?
OliverWeet u eigenlijk waar u bent, kerel?
OrlandoO, heel goed: hier in uw tuin.
OliverEn beseft u wie hier voor u staat?
OrlandoJa, beter dan wie voor mij staat beseft wie ik ben. Ik weet dat u mijn oudste broer bent, en dat u mij door de liefdebanden van het bloed zou moeten kennen. De conventies van de wereld laten u de meerdere van mij zijn, omdat u de eerstgeborene bent, maar hetzelfde gebruik ontneemt mij mijn afkomst niet, al waren er wel twintig broers tussen ons. Ik heb evenveel van mijn vader in me dan u, al geef ik toe, dat er van zijn aanzien meer op u is overgegaan, omdat u vóór mij kwam.
Oliver[Slaat hem] Wat, jongetje!
Orlando[Pakt Oliver in een houdgreep] Rustig, rustig maar, oudste broer, hiervoor bent u nog te jong.
OliverDurft u mij aan te vliegen, schooier?
OrlandoIk ben geen schooier. Ik ben de jongste zoon van Rowland de Boys: dat was mijn vader, en wie zegt dat zo’n vader schooiers heeft gekregen is zelf een driedubbele schooier. Als jij mijn broer niet was, zou ik deze hand pas van je keel halen, als de andere je tong had uitgerukt omdat je dit zegt. Jij hebt jezelf te schande gezet.
AdamMannen, een beetje kalm. Denk toch aan uw vader, niet zo vechten.
OliverNou, laat me los.
OrlandoPas als ik zin heb: u moet eerst naar me luisteren. Mijn vader heeft u in zijn testament opgedragen mij een behoorlijk opvoeding te geven: u hebt mij grootgebracht als een boer, en alle eigenschappen van een edelman voor mijn duister en verborgen gehouden. De geest van mijn vader wordt sterk in mij, en ik verdraag het niet langer. Geef mij dus de vorming die een edelman past, of geef me het schamele erfdeel dat mijn vader mij in zijn testament naliet; daar ga ik dan mijn geluk mee kopen.
OliverEn wat ga je dan doen? Bedelen als het op is? Nou, kerel, ga maar naar binnen. U zult me niet lang meer tot last zijn; u zult een deel van uw erfenis krijgen. En laat me nu alstublieft los.
OrlandoIk zal u niet langer lastig vallen dan mijn belang dat eist.
OliverGa met hem mee, oude hond.
AdamIs dat al mijn beloning, oude hond? Ik weet het, ik heb al mijn tanden in uw dienst verloren. God zegene mijn oude meester: zoiets zou hij nooit gezegd hebben. Orlando en Adam af
OliverDus zo staat het. Begint u mij boven het hoofd te groeien? Ik zal uw uitbundigheid weleens genezen en u die duizend kronen níet geven. Hé, Dennis.
Dennis op
DennisHeeft uw edelheid geroepen?
OliverIs Charles, de worstelaar van de hertog, niet hier om mij te spreken?
DennisInderdaad, meneer, hij staat hier bij de deur, en verzoekt dringend tot u toegelaten te worden.
OliverRoep hem maar binnen. [Dennis af] Dat is een goede manier. En de worstelwedstrijd is morgen.
Charles op
CharlesGoede morgen, edele heer.
OliverGoede morgen, monsieur Charles! En, wat is het laatste nieuws van het hof?
CharlesEr is geen nieuws van het hof, meneer, alleen maar oud nieuws. En dat is, dat de oude Hertog door zijn jongste broer, de nieuwe Hertog, is verbannen, en dat een stuk of vier aardige heren in vrijwillige ballingschap met hem mee zijn gegaan, en de nieuwe hertog heeft zich verrijkt met hun land en inkomsten, en daarom geeft hij hen de volle toestemming om rond te zwerven.
OliverWeet u ook, of Rosalinde, de dochter van de Hertog, met haar vader mee verbannen is?
CharlesO, nee; want de hertogs dochter haar nichtje is zo aan haar gehecht - ze zijn vanaf de wieg samen opgegroeid -, dat ze haar in haar ballingschap gevolgd had, of gestorven zou zijn als ze achter had moeten blijven. Zij is aan het hof, en haar oom houdt niet minder van haar dan van zijn eigen dochter; en nooit hebben twee jonkvrouwen elkaar zo graag gemocht.
OliverWaar gaat de oude hertog wonen?
CharlesMen zegt, dat hij al in het Ardennenwoud is, en heel wat vrolijke lui met hem; en daar leven ze als de oude Robin Hood van Engeland. Men zegt, dat er dagelijks heel wat jonge edellieden naar hem toe komen, en zorgeloos hun dagen slijten als in de gouden eeuw.
OliverHoe is het eigenlijk, wordt er morgen nog geworsteld voor de nieuwe hertog?
CharlesNou en of. Daar kwam ik u eigenlijk van berichten. Men heeft mij, in vertrouwen, verzekerd, dat uw jongste broer, Orlando, van plan is, zich, vermomd, met mij te meten. Morgen ga ik worstelen voor wat ik waard ben, meneer, en wie er zonder gebroken botten vandaan komt mag van geluk spreken. Uw broer is nog jong en tenger, en om u zou ik het niet leuk vinden hem te verslaan, zoals ik wel moet doen, als hij opkomt. Daarom ben ik, uit genegenheid voor u, hier gekomen, om u dat te zeggen, zodat u hem van zijn voornemen kunt afhouden, of mij niet aansprakelijk wil stellen voor de schande die hij over zijn hoofd haalt, want hij heeft het dan zelf opgezocht, ik wou dat helemaal niet.
OliverCharles, ik dank je voor de genegenheid die je mij toedraagt, die ik je ooit allervriendelijkst zal weten te vergelden. Ik heb zelf ook gehoord wat mijn broer van plan is, en heb achter zijn rug om mijn uiterste best gedaan hem ervan te weerhouden; maar hij is vastbesloten. Ik zeg je, Charles, hij is de koppigste jongeman in Frankrijk, vol eerzucht, vol bittere afgunst op andermans gaven, eentje die geniepige en boze plannen smeedt tegen mij, zijn bloedeigen broer. Doe maar met hem wat je wilt: ik zie net zo graag dat je zijn nek breekt als zijn vinger. Maar pas goed op: want als je hem ook maar iets verkeerds aandoet, of als hij zich niet genoeg eer bezorgd om jou, dan gaat hij gifmiddelen tegen jou gebruiken, dan lokt hij je op een verraderlijke manier in de val, en blijft hij je achtervolgen tot hij je op een of andere slinkse wijze het leven heeft benomen. Want ik verzeker je - ja, ik zeg het bijna met tranen in de ogen, er is niemand vandaag de dag zo jong en zo vol verraad. Ik spreek nu nog als een broer over hem, maar als ik hem jou stukje bij beetje zou beschrijven zoals hij werkelijk is, dan zou ik blozen en huilen, en dan zou jij verbleken en verbijsterd staan.
CharlesIk ben werkelijk blij, dat ik even naar u toe ben gekomen. Als hij morgen komt, zal ik hem dat alles eens goed betaald zetten. Als hij ooit weer zonder kruk loopt, zal ik nooit meer voor een prijs worstelen. Nu dan, God behoede uw edelheid.
OliverTot ziens, beste Charles. [Charles af] Nou ga ik die jonge hond eens ophitsen. Ik hoop dat ik zo voorgoed van hem afkom; want mijn ziel - maar ik weet niet waarom - haat niets zo erg als hem. Toch is hij aardig, heeft nooit geleerd maar is het wel, heeft absoluut een edel voorkomen, is betoverend geliefd in alle standen, ja, wordt zo door iedereen op handen gedragen, en zeker door mijn eigen mensen, die hem toch het beste kennen, dat mijn oordeel helemaal niet telt. Maar dat duurt niet lang meer. Deze worstelaar gaat alles even regelen. Nu hoef ik dat jong alleen maar wat op te hitsen; en daar ga ik nu direct iets aan doen. Af



Tweede toneel
Rosalinde en Celia op
CeliaAlsjeblieft, Rosalinde, lieve nichtje, wees nou toch wat opgewekt.
RosalindeLieve Celia, ik laat toch al meer vrolijkheid zien dan ik voel, en dan wilt u nog dat ik opgewekter ben? Als u mij niet kunt leren hoe ik een vader die verbannen is moet vergeten, dan moet u mij ook niet zeggen dat ik buitengewoon opgewekt moet zijn.
CeliaDaar zie ik aan, dat jij mij niet zo volkomen liefhebt als ik jou. Als mijn oom, jouw verbannen vader, jouw oom, mijn vader de Hertog, had verbannen, dan was jij altijd bij mij geweest, dan had ik mijn liefste kunnen leren jouw vader voor de mijne te nemen; dat zou jij ook doen, als jouw liefde van even echt gehalte was als die van mij voor jou.
RosalindeNou, dan zal ik maar niet denken aan hoe het met mijn geluk staat, en me in dat van u verheugen.
CeliaU weet, dat mijn vader geen ander kind heeft dan mij, en er ook vast geen meer krijgen zal; en als hij sterft, zul jij zijn erfgenaam zijn; want wat hij jouw vader met geweld heeft afgenomen, zal ik jou in liefde weer teruggeven. Dat zal ik, op mijn eer, en als ik die eed breek, mag ik dan in een monster veranderen. Daarom, mijn zoete Rose, mijn lieve Rose, wees wat opgewekt.
RosalindeDat zal ik van nu af ook zijn, lief, en ik zal allerlei leuke spelletjes verzinnen. Laat me eens kijken, wat denkt u van verliefd worden?
CeliaJa, doen, als is het maar om het spelletje. Maar niet serieus op iemand verliefd worden, en ook geen andere spelletjes dan waar je - zij het met een rode kop - nog net met eer vanaf kunt komen.
RosalindeWat zullen we dan voor spelletje doen.
CeliaLaten we dat goede oude vrouwtje Fortuna met haar wiel gaan zitten pesten, dat ze voortaan haar gaven gelijkelijk mag uitdelen.
RosalindeAls we dat eens konden; want haar gaven worden gruwelijk verkeerd uitgegeven, en het milde blinde vrouwtje gaat het meest in de fout bij vrouwen.
CeliaJa zeker, want wie zij mooi maakt, maakt ze nauwelijks eerzaam; en wie ze eerzaam maakt, maakt ze ontzettend lelijk.
RosalindeJa, maar nou ga jij van Fortuna’s bedrijf naar dat van de Natuur; Fortuna beschikt over de aardse goederen, niet over de schoonheidstrekken van de Natuur.
CeliaNee? Als de Natuur een mooi schepsel heeft gemaakt, kan zij dan niet door Fortuna in het vuur terechtkomen? Al heeft de Natuur ons verstand gegeven om Fortuna mee om de oren te slaan, Fortuna heeft toch deze nar gestuurd om ons gesprek af te breken.
Touchstone op
RosalindeJa, Fortuna is inderdaad te hard voor de Natuur, als Fortuna door een botte natuursteen onze natuurlijke scherpzinnigheid af laat breken.
CeliaMisschien is het toch niet het werk van Fortuna, maar van de Natuur, die merkt dat ons aangeboren verstand te bot is om over dergelijke godinnen te redeneren, en deze botterik als slijpsteen gestuurd heeft: wat de botheid van de nar is de slijpsteen van de geest. Zeg eens, Wijsheid, waar wandelt u heen?
TouchstoneMevrouw, of u snel naar uw vader wilt komen.
CeliaBent u tot bode gemaakt?
TouchstoneNee, bij mijn eer, mij werd alleen geboden u te halen.
CeliaWaar heeft u die eed geleerd, nar?
TouchstoneVan een of andere ridder, die bij zijn eer zwoer dat de pannenkoeken goed waren, en bij zijn eer zwoer dat de mosterd niks was. Nou, ik kan u verzekeren, de pannenkoeken waren niks en de mosterd was goed, en toch sprak de ridder geen valse eed.
CeliaHoe kunt u dat uit de rijke schat van uw geleerdheid bewijzen?
RosalindeJa, kom, laat uw wijsheid maar vrij.
TouchstoneKom allebei eens hier staan: strijk jullie kin eens, en zweer bij uw baard dat ik een schooier ben.
CeliaBij onze baard, als we die hadden, dat ben je.
TouchstoneBij mijn schelmenstreken, als ik die had, dan was ik er een. Maar als u zweert bij iets dat niet is, zweert u geen valse eed. Dus ook deze ridder niet, door bij zijn eer te zweren, want die had hij helemaal niet: of, als hij die al had, had hij haar allang weggezworen, voor hij die pannenkoeken of die mosterd zag.
CeliaMaar zeg eens, wie is het die jij bedoelt?
TouchstoneIemand die de oude Frederick uw vader graag mag.
CeliaDe liefde van mijn vader is genoeg om hem eer te verschaffen. Geen woord verder over hem; u krijgt binnenkort nog met de zweep voor uw venijnige tong.
TouchstoneWat jammer dan, dat narren niet in hun wijsheid mogen zeggen wat wijzen in hun dwaasheid wel doen.
CeliaDaar heb je echt gelijk in. Want sinds het beetje verstand dat narren hebben tot zwijgen gebracht is, steelt dat kleine beetje dwaasheid dat wijzen hebben de show. Hier komt monsieur Le Beau.
Le Beau op
RosalindeMet zijn mond vol nieuws.
CeliaDat hij naar ons uit gaat steken, zoals duiven hun jongen voeden.
RosalindeDan zitten we straks vetgemest met nieuws.
CeliaDes te beter; dan zijn we veel meer waard op de markt.
Bonjour, Monsieur Le Beau. Wat is het nieuws?
Le BeauMooie Prinses, u heeft een mooi schouwspel gemist.
CeliaSchouwspel? Wat voor soort?
Le BeauWat voor soort, mevrouw? Wat zal ik daarop antwoorden?
RosalindeZoals geest en lot dat willen.
TouchstoneOf het blinde toeval bepaalt.
CeliaGoed gezegd! Werd me dat er even bij gekwakt!
TouchstoneJa, maar als ik mijn rol als nar niet waar maak -
RosalindeDan val je op je neus.
Le BeauU brengt mij helemaal in de war, dames. Ik wilde u vertellen van een goede worstelwedstrijd, die u uit het oog verloren hebt.
RosalindeJa, vertel ons hoe het ging met dat worstelen.
Le BeauIk zal het vanaf het begin vertellen; als het uwe edelheden bevalt, kunt u zelf het einde ervan zien, want het beste moet nog komen, en ze komen hierheen waar u nu bent komen om het uit te vechten.
CeliaGoed, dan: het begin dat al dood en begraven is.
Le BeauEr kwam eens een oude man met zijn drie zoons -
CeliaDat begin doet me denken aan een oud sprookje.
Le BeauDrie mooie jongemannen, schitterend van bouw en uitstraling -
RosalindeMet borden om hun nek: ‘Hierbij wordt ter algemene kennisgeving -
Le BeauDe oudste van de drie worstelde met Charles, de worstelaar van de hertog, en Charles gooit hem in één zwaai tegen de grond, waarbij hij drie ribben brak, en hij nog maar weinig hoop op leven over had. Zo bediende hij de tweede, en ook de derde. Daar liggen ze allemaal, en die arme oude man hun vader maakt zulk misbaar, dat alle toeschouwers met hem mee gaan huilen.
RosalindeWat erg!
TouchstoneMaar wat is nou het vermaak, monsieur, dat de dames gemist hebben?
Le BeauNou, wat ik net vertelde.
TouchstoneZo wordt een mens toch elke dag wijzer. Dit is de eerste keer dat ik gehoord heb, dat ribben breken vermaak voor dames is.
CeliaNou, ik ook, hoor.
RosalindeMaar is er soms nog iemand die stereo getokkel op ribben wil zien? Valt er soms nog iemand op gebroken ribben? Zullen we naar dat worstelen gaan kijken, nichtje?
Le BeauU moet wel, als u hier blijft, want dit is de plek die is aangewezen voor het gevecht, en ze staan al klaar om te beginnen.
CeliaDaar komen ze inderdaad aan. Laten we maar blijven kijken.
Trompetgeschal. Hertog Frederick op, Heren, Orlando, Charles en gevolg

Hertog Frederick Kom maar. De jongeman wil naar geen raad luisteren, en dus moet hij het gevaar van zijn eigen roekeloosheid voor zijn rekening nemen.
RosalindeIs dat de man, daar?
Le BeauDat is hem, mevrouw.
RosalindeAch, hij is toch veel te jong. Maar misschien wint hij toch.
Hertog Frederick Wel, dochter en nichtje. Zijn jullie hierheen gekropen om het worstelen te zien?
RosalindeInderdaad, mijn vorst, als u het ons toestaat.
Hertog Frederick Jullie zullen het vast niet leuk vinden, dat verzeker ik u, hij is veel te sterk. Ik heb medelijden met de jeugd van de uitdager, ik zou hem graag overhalen er niet aan te beginnen, maar hij laat niet op zich inpraten. Als jullie nu eens met hem praten, dames; kijk, of u hem kunt overhalen.
CeliaRoep hem eens hier, beste monsieur Le Beau.
Hertog Frederick Moet u doen. Ik ga wel even weg.
Le BeauMonsieur de uitdager, de prinses wilt u even spreken.
OrlandoIk sta met alle eerbied tot hun beschikking.
RosalindeJongeman, heeft u Charles, de worstelaar, uitgedaagd?
OrlandoNee, schone prinses: hij is de algemeen uitdager. Ik kom net als de anderen op, om mijn jeugdige kracht met hem te meten.
CeliaMaar jonkman, uw moed is te driest voor uw jaren. U heeft het wrede bewijs gezien van hoe sterk deze man is; als u uzelf zou zien met uw ogen of uzelf zou beoordelen met uw verstand, dan zou angst om uw ondernemen u aanraden een meer gelijke wedstrijd te zoeken. Wij smeken u, om uw eigen bestwil, aan uw eigen behoud te denken en deze poging op te geven.
RosalindeDoe dat, jongeman; uw goede naam zal er niet onder lijden: het zal op ons verzoek aan de hertog zijn, dat het worstelen niet door gaat.
OrlandoIk smeek u, mij niet te straffen door ongunstig over mij te denken, omdat ik - dat geef ik toe - mij schuldig maak, dat ik zulke schone en voortreffelijk jonkvrouwen iets weiger. Maar laat uw mooie ogen en uw lieve wensen mij begeleiden naar mijn waagstuk; als ik daarin verlies, dan komt de smaad over iemand die nog nooit eer gekend heeft; als ik word gedood, dan sterft er iemand die niet anders wil. Ik zal mijn vrienden geen leed aandoen, want ik heb er geen die mij zullen bewenen; de wereld geen schade, want ik heb niets van de wereld; ik vul in de wereld slechts een plaats die beter gevuld kan worden als ik haar ontruimd heb.
RosalindeIk zou willen, dat de weinige kracht die ik heb, bij u was.
CeliaEn ook die van mij, om die van haar aan te vullen.
RosalindeHet ga u goed. Bid de hemel, beter dan ik van u denk.
CeliaMoge u alles krijgen, wat uw hart u wenst.
CharlesKom, waar is die jonker die zo graag plat op zijn moeder aarde wil liggen?
OrlandoKlaar, meneer, maar zijn wens reikt niet zo ver.
Hertog Frederick Jullie worstelen maar één keer tot iemand valt.
CharlesNee, ik sta er borg voor dat u hem niet voor een tweede ronde kunt overhalen, nadat u hem zo dringend van de eerste hebt willen afbrengen.
OrlandoU gaat later vast met mij spotten: maar van tevoren had u dat maar beter niet moeten doen. Maar, kom.
RosalindeMoge Hercules jou succes brengen, jongeman!
CeliaWas ik maar onzichtbaar, dan greep ik die sterke bij zijn been. Ze worstelen
RosalindeO, schitterend, jongeman.
CeliaAls ik een donderstraal in mijn ogen had, wist ik wel wie ik zou raken.
Gejuich. Charles wordt op de grond geworpen

Hertog Frederick Genoeg, genoeg.
OrlandoJa, maar, alstublieft, hoogheid, ik ben nog niet eens op dreef.
Hertog Frederick Hoe gaat het, Charles?
Le BeauHij kan niet spreken, mijn heer.
Hertog Frederick Draag hem weg. Charles wordt weggedragen
Hoe heet je, jongeman?
OrlandoOrlando, mijn vorst, de jongste zoon van heer Rowland de Boys.
Hertog Frederick Was jij de zoon toch maar van iemand anders.
Jouw vader werd geëerd door heel de wereld,
maar ik vond, dat hij steeds mijn vijand was.
Jij had me met jouw zege meer behaagd,
als jij afstamde van een ander huis.
Maar het ga je goed, je bent een dappere kerel -
ik wou dat je een andere vader had genoemd. De hertog, Le Beau en het gevolg af
CeliaWas ik mijn vader, nichtje, zou ik dat doen?
OrlandoIk ben veel trotser Rowlands zoon te zijn,
zijn jongste, dan dat ik ooit mijn naam zou ruilen,
al koos de hertog mij tot erfgenaam.
RosalindeMijn vader mocht Heer Rowland als zijn ziel,
en heel de wereld dacht zoals mijn vader.
Had ik geweten dat hij zijn zoon was,
dan had ik zelfs met tranen aangedrongen,
voor hij zijn leven waagde.
Celia Lieve nichtje,
laten we hem gaan danken en bemoedigen.
Mijn vaders grimmige onbehouwenheid
steekt me in het hart. Heel goed gedaan, meneer.
Als u ook in liefde uw beloften houdt
zoals net, waar u alles overtroffen hebt,
wat zal uw vrouw gelukkig zijn.
Rosalinde[Zij geeft hem een kettinkje dat aan haar hals hangt]. Jonkman,
draag dit van mij, verstotene van Fortuna,
die meer zou geven als haar hand meer had.
Kom, nichtje.
Celia Wel, tot ziens, dan, knappe jonkman.
OrlandoKan ik geen ‘Bedankt’ zeggen? Mijn beste deel
ligt uitgeteld, en wat hier nog rechtop staat
is maar een steekspelpop, een roerloos blok.
RosalindeHij roept ons terug. Met mijn geluk is ook
mijn trots vervlogen. Ja, meneer, riep u?
U hebt goed geworsteld, heer, en niet alleen
uw vijand omver geworpen.
CeliaGaat u mee?
RosalindeIk kom. Het ga u goed. Rosalinde en Celia af
OrlandoO, welk een hartstocht maakt mijn tong zo zwaar?
Er kwam geen woord, al drong zij hevig aan.
Le Beau op
O, arme Orlando, je bent neergeveld!
Charles, of iets zwakkers heeft je overmeesterd.
Le BeauMijn beste heer, ik raad u vriendelijk aan
hier weg te gaan. Al heeft u hoge lof,
en bijval, liefde en waar applaus verdiend,
toch is de stemming van de hertog zo,
dat hij al wat u heeft gedaan verdraait.
Hij heeft zijn grillen; hoe hij werkelijk is,
kunt u maar beter denken, dan ik zeggen.
OrlandoIk dank u zeer, meneer; maar zeg mij nog,
wie van die twee die bij het worstelen waren
is de dochter van de hertog?
Le BeauNaar aard en doen gemeten geen van beiden,
maar, niettemin, de grootste is zijn dochter.
Die ander is het kind van de verbannen hertog,
door haar oom, die de macht greep, hier gehouden,
als vriendin voor Celia, want nog meer
dan echte zusjes mogen die elkaar.
Maar de hertog is de laatste tijd nogal
ontstemd geraakt over zijn lieve nicht,
en dat alleen maar op geen andere grond
dan dat het volk haar om haar deugden prijst,
en haar beklaagt omwille van haar vader;
en, op mijn woord, zijn wrok jegens het meisje
breekt vroeg of laat vast los. Meneer, tot ziens.
Ik hoop u in een betere wereld ooit
nog eens te spreken en tot vriend te maken.
OrlandoIk blijf u zeer verplicht. Het ga u goed. Le Beau af
Van regen in de drup, daar gaat hij dan,
van tiran Hertog naar zijn broer, tiran.
Maar Rosalinde is hemels! Af



Derde Toneel

Celia en Rosalinde op
CeliaKom nou toch, nichtje, wat is er Rosalinde! Cupido zij jou genadig, geen woord?
RosalindeZelfs niet een om achter een hond aan te gooien.
CeliaNee, jouw woorden zijn te kostbaar om op straathonden weg te gooien. Gooi er maar eens wat op mij af: kom, houd eens een rede dat ik er loom van word.
RosalindeDan waren er twee nichtjes uitgeteld, de een loom van een rede en de ander gek zonder.
CeliaEn dat allemaal om uw vader?
RosalindeNee, ook wel om de vader van mijn kind. O, wat zit dit gewone leven vol distels.
CeliaHet zijn maar klissen die in zondagse speelsheid naar jou toegegooid worden; als we niet op het gebaande pad gaan, zitten onze rokken er zo vol mee.
RosalindeDie kon ik nog van mijn jas afschudden; deze klissen zitten in mijn hart.
CeliaKuch ze gewoon weg.
RosalindeDan zou ik doen, als ik Hum zou kunnen roepen en hem hebben.
CeliaKom, kom, worstel met je genegenheid.
RosalindeO, die kiest partij voor een betere worstelaar dan ikzelf.
CeliaO, dan hoop ik het beste voor u! U gaat goed vooruit, ook al bent u gevallen. Maar laten we die grapjes nu eens weglaten en in alle ernst verder gaan. Is het mogelijk, zo plotseling, dat u zo sterk gevallen bent op de jongste zoon van de oude Sir Rowland?
RosalindeDe hertog, mijn vader, mocht de hertog, zijn vader, heel erg.
CeliaVolgt daar dan uit, dat u zijn zoon ook heel erg graag zou mogen? Als dat zo door gaat, zou ik hem moeten haten, want mijn vader heeft zijn vader behoorlijk gehaat; en toch haat ik Orlando niet.
RosalindeO, nee, haat hem alsjeblieft niet, om mij.
CeliaJa, waarom eigenlijk niet? Is hij het soms niet waard?
RosalindeLaat mij daarom van hem houden, en u omdat ik dat doe. Kijk, daar is de hertog.
Hertog Frederick op met edellieden
CeliaMet zijn ogen vol toorn.
Hertog Frederick Jonkvrouw, haast u met de allergrootste spoed,
en zorg dat u hier weg komt.
Rosalinde Ik, oom?
Hertog FrederickU, nicht.
Als jij je na tien dagen nog bevindt
binnen een twintig mijlen van ons hof,
dan zul je sterven.
RosalindeIk smeek uw genade,
geef mij de kennis van mijn schuld dan mee.
Wanneer ik bij mijzelf te rade ga,
of naga wat ik zelf altijd graag wil,
als ik niet droom, als ik niet krankzinnig ben,
- en ik denk van niet -, dan heb ik, lieve oom,
zelfs met geen enkel ongeboren denkbeeld
uw hoogheid nooit gekrenkt.
Hertog Frederick Zo spreekt elk verraad.
Als dat zich zuiveren kon met woorden,
was het onschuldig als genade zelf.
Laat het volstaan dat ik je niet vertrouw.
RosalindeUw wantrouwen maakt mij nog geen verrader.
Zeg mij waar uw verdenking dan op rust.
Hertog Frederick Jij bent je vaders dochter, dat is genoeg.
RosalindeDat was ik al, toen uw hoogheid hem onttroonde,
dat was ik al, toen uw hoogheid hem verbande.
Verraad is toch niet erfelijk, mijn heer,
of, als we het al van onze vrienden krijgen,
dan ik toch niet? Vader was geen verrader.
Dus, goede vorst, denk niet verkeerd van mij,
dat mijn armzaligheid verraad inhoudt.
CeliaMijn lieve vorst, wilt u naar mij luisteren.
Hertog Frederick Ja, Celia, om u mocht zij al blijven,
want anders zwierf ze al met haar vader rond.
CeliaToen vroeg ik ook niet of zij blijven mocht;
het was uw wens, uw eigen medelijden.
Ik was te jong toen, om haar te waarderen,
maar nu ken ik haar goed. Pleegt zij verraad,
nou, dan ik ook. Wij sliepen altijd samen,
gelijk uit bed, geleerd, gespeeld, gegeten,
en waar we ook heengingen, als Juno’s zwanen
zag men ons samen, onafscheidelijk.
Hertog Frederick Zij is veel te sluw voor jou: haar zachte aard,
ja zelfs haar zwijgen, haar grote geduld,
spreekt mensen aan, en geeft hen medelijden.
Jij bent een dwaas, ze ontrooft jou al jouw roem,
en jouw voortreffelijkheid zal grootster stralen,
als zij weg is. Houd dus je lippen dicht.
Mijn vonnis over haar verandert niet,
het is onverbiddelijk; zij is verbannen.
CeliaDan vel datzelfde vonnis over mij.
Ik kan niet leven zonder haar gezelschap.
Hertog Frederick U bent een dwaas. U, nicht, maak u gereed.
Als u de tijd verzuimt, dan, op mijn eer,
zowaar mijn woord nog macht heeft, is het uw dood. Hertog Frederick en gevolg af
CeliaMijn arme Rosalinde, waar naar toe?
Van vader ruilen? Ik geef je die van mij.
Ik zeg je, wees niet meer bedroefd dan ik.
RosalindeIk heb meer reden.
CeliaNiet waar, nichtje.
Wees niet zo somber. Weet toch, dat de hertog
mij, zijn dochter, heeft verbannen.
Rosalinde Niet waar.
CeliaO, nee? Dan mist Rosalinde de liefde
die jou leert dat wij een zijn, jij en ik.
Moet hij ons scheiden! Uit elkaar, mijn lief?
Zoek dan, vader, een andere erfgenaam.
Laat ons dus kijken hoe we kunnen vluchten,
waarheen we gaan en wat we meenemen;
tors niet alleen die lotsverandering,
door zelf het leed te dragen, zonder mij.
Want, bij de hemel, bleek nu om ons leed,
zeg wat je wilt, maar ik ga met jou mee.
RosalindeMaar, waar moeten we naar toe?
CeliaMijn oom opzoeken in het Ardense woud.
RosalindeAch, hoe gevaarlijk zal dat voor ons zijn,
meisjes, alleen, en op zo’n verre tocht?
Schoonheid trekt dieven meer aan dan wat goud.
CeliaIk doe versleten, oude lompen aan,
en smeer wat bruine aarde in het gezicht;
doet u dat ook. Zo gaan we dan op weg,
dan valt niemand ons lastig.
RosalindeIs het niet beter -
omdat ik langer dan gemiddeld ben -,
dat ik me helemaal als man verkleed?
Een fraaie korte degen aan mijn zij,
een jachtspeer in mijn hand, en in mijn hart,
- wat voor verborgen vrouwenangst er ook ligt,
van buiten zullen we stoer, krijgshaftig zijn,
zoals zo vele mannelijke lafaards,
wier uiterlijke schijn dat goed maskeert.
CeliaHoe moet ik je dan noemen als je man bent?
RosalindeIk wil geen mindere naam dan Jupiters page,
en zorg dus, dat je Ganymedes zegt.
Maar hoe noem ik u dan?
CeliaIk wil een naam, die op mijn toestand slaat.
Niet langer Celia, maar Aliena.
RosalindeWat, nichtje, als we uit uw vaders hof
die grappige nar probeerden weg te stelen?
Zou hij ons niet tot troost zijn onderweg?
CeliaDie reist met mij de wijde wereld rond;
die haal ik alleen wel over. Dan nu snel
onze juwelen en ons geld gepakt,
de juiste tijd bedacht, een veilige route,
die ons verbergt wanneer ze zoeken gaan,
als ik verdwijn. Vat goede moed, wees blij:
wij werden niet verbannen, wij gaan vrij. Beiden af