Google



terug naar de beginpagina de personages meer over dit stuk

Pericles

pericles
William Shakespeare
vertaling    Jan Jonk

Eerste Bedrijf
Voor het paleis van Antiochië; boven de ingang zijn hoofden aangebracht
Gower op
GowerOm een lied te brengen zoals het ooit was
rijst de oude Gower uit zijn as;
en hij neemt 's mensen broosheid aan
dat het oog en oren aan zal staan.
Het is heel populair geweest
op dorpskermis en vastenfeest;
de adel werd door dit gedicht
- ja, man èn vrouw - uiterst gesticht.
Het zingt de faam van mensen, dus,
et bonum quo antiquius eo melius.

Als u, later, - veel meer geleerd -,
mijn verzen toch nog accepteert,
en als het lied van een oude man
u soms nog wat bekoren kan,
dan neem ik graag het leven aan
en zal het mij als uw kaars vergaan.
De stad Antiochië hier werd, dus,
het bestuurscentrum voor vorst Antiochus,
Syrië's mooiste stad, ja, echt,
althans, dat is wat mijn bron zegt.
De koning trouwde, maar zijn ga
stierf jong en liet een dochter na,
zo pittig, flink, en zo gezond
alsof ze in de hemel vooraan stond;
haar vader mocht die lekkere meid
en heeft haar tot incest verleid.
Een slecht kind, vader, erger: het eigen bloed
tot kwaad verleiden is nooit goed.
Maar door gewoonte zien ze in kwaad,
zo vaak begaan, geen zondedaad.
De schoonheid van die zondares
dreef menig vorst naar dat adres,
om samen met haar in een bed
te werken, als bij de huwelijkspret;
maar hij maakte een wet, die haar voorgoed
hem laat, en hen afschrikken moet:
dat wie haar graag als vrouw verwerft,
maar niet zijn raadsel oplost, sterft.
zo stierven er heel wat voor haar,
zoals blijkt uit die koppen daar.Hij wijst op de hoofden
In wat volgt, zij mijn zaak aan u vergund,
want u bent wie mij het best vrijspreken kunt.Af
Eerste toneel
- Antiochië.
Antiochus op, vorst Pericles en gevolg
AntiochusU kent nu, jonge vorst van Tyrus, dus
het gevaar van het waagstuk dat u onderneemt.
PericlesZeker, Antiochus, en, met een ziel
bemoedigd door de glorie van haar eer
deins ik bij dit waagstuk voor geen dood terug.
AntiochusMuziek!Er klinkt muziek
Breng onze dochter binnen, als een bruid,
voor de omhelzing, ja, van Jupiter;
van haar verwekken tot Lucina's rijk
gaf de Natuur haar geluk mee, nog versterkt
door de planeten in het senaathuis samen
die hun hoogste goed in haar verweven wensten.
De dochter van Antiochus op
PericlesDaar komt ze, als de lente uitgedost;
gratiën dienen haar, haar geest is de vorst
van elke deugd die het mensdom roem verleent.
Het gezicht is het boek der heerlijkheden, met
daar het allerhoogst genot in, alsof smart
eeuwig was neergehaald, en boze wrok
wel nimmer bij haar zachtheid huizen kan.
Goden, die mij mens maakten, en liefde sturen,
zodat verlangen in mijn hart opvlamt
de vrucht te proeven van die hemelboom
of sterven in het avontuur, help mij
- zo waar ik uw wil dien als serviele zoon -,
te reiken naar dit grenzenloos geluk.
AntiochusVorst Pericles -
PericlesGraag schoonzoon van de grote Antiochus.
AntiochusHier voor je staat de schone Hesperides,
met gouden vrucht, riskant om aan te raken;
want draken dreigen je hier als de dood.
Als de hemel, lokt jou haar gezicht op naar
haar eindeloze pracht, die moet verdiend!
En kijk je haar, zonder het goede antwoord, aan,
dan is het helemaal met jou gedaan.
Die vorsten daar, ooit roemrucht zoals jij,
door haar faam gelokt, en door verlangen driest,
vertellen jou, met stille tong, lijkbleek,
hoe ze hier, in Cupido's krijg geveld,
als martelaars staan onder het sterrenveld;
hun dode wangen geven jou de raad,
vlieg niet in het dodennet, dat geen weerstaat.
PericlesBedankt, Antiochus, dat je mij zo
voorhoudt dat ik ooit sterven zal, en met
die schrikbeelden daarginds dit lijf, als hen,
moet voorbereiden op wat komen moet;
aan dood doen denken houdt een spiegel voor:
vertrouw hem niet, de adem stokt erdoor.
Alvast mijn testament: zoals zieken zijn
die in de wereld de hemel zien maar in pijn
niet meer naar aards genot reiken als eerst:
zo laat ik u en al wie goedheid kent
de vrede na, een vorstentestament;
en de aard mijn rijkdom, daar kwam hij vandaan;
[Tot de prinses]
maar u mijn smetteloze liefdevuur.
Zo, voorbereid op leven of op dood,
wacht ik de scherpste slag, Antiochus.
AntiochusU luistert niet? Lees dan het raadsel maar:Hij gooit het raadsel boos op de grond
lees dit, en weet, als je het niet raadt, heel goed:
zoals bij die mannen hier vloeit ook jouw bloed.
DochterVan wie het probeerden, hoop ik dat jij slaagt.
Van wie het probeerden, wens ik jou geluk.
PericlesAls dapper krijger treed ik nu in het perk,
en luister ik naar niemand en naar niets
dan moed en trouw.
Hij leest het raadsel
Ik ben geen adder, maar ik voed
me op eigen moedervlees en bloed.
Ik zocht een man, en mij beviel
de liefdesband van een vaderziel.
Hij is vader, zoon, en man van mij;
Ik moeder, vrouw, zijn kind daarbij:
hoe dat in twee personen zit:
als u wilt leven, verklaar dit.
[Terzijde]
Zeer lastig, dit laatste. Machten, die de hemel
ontelbare ogen geeft voor 's mensen doen:
waarom hun blikken niet voorgoed gedoofd,
als dit waar is, wat ik, verblekend, lees?
Schoon lichtend beeld, ik hield nog van uw gelaat,
ware dit stralend vat niet vol met kwaad.
Maar ik zeg u dat mijn hart zich van u keert:
want niemand die met deugden wordt gekroond
klopt ooit aan waar hij weet dat zonde woont.
U als mooie gamba, uw gevoel als snaren,
bespeeld door een man als wettige muziek,
haalt de hemel hierheen, dat de goden het horen;
maar vóór uw tijd bespeeld, danst op uw schelle
en foute wanklank enkel maar de hel.Hij wendt zich tot de princes
Ja, echt, ik zie maar van u af.
AntiochusNiet aanraken, Pericles, bij je hoofd,
ook dat is vastgelegd in onze wet,
gevaarlijk als de rest. Uw tijd is voorbij:
de oplossing nu, of uw vonnis valt.
PericlesMachtige vorst, maar weinigen horen graag
van zonden spreken die zij zelf het liefst doen;
daarvan te spreken bracht u in diskrediet.
Wie bijhoudt wat de vorsten zoal doen,
moet het boek maar beter dicht dan open slaan;
want fouten, rondverteld, zijn als de wind
die anderen stof in het oog blaast als zij waait;
toch zal het eind van alles duidelijk zijn:
de wind valt, en het oog, al doet het nog pijn,
ziet weer wanneer zij komt. De blinde mol
werpt hopen op, en zegt daarmee dat de aarde
vol onderdrukking zit, en de arme worm sterft ervoor.
In het kwaad is 's konings wil een god op aard.
Wie spreekt bij fouten Jupiter aan, bezwaard?
Het weten is genoeg. Smoor wat u hoort
want als het bekend wordt woekert het maar voort.
Elk mint de moederschoot die hem heeft gevoed;
dan schenk mijn tong, dat zij mijn hoofd behoedt.
Antiochus[Terzijde] Gut, had ik je hoofd maar! Hij heeft het geraden;
daar hoort hij nog van! [Hardop] Jonge vorst van Tyrus,
al keuren wij, op grond van het strikte voorschrift,
uw oplossing niet goed, en kunnen wij
uw levensdraad beëindigen, toch brengt
de hoop die voortspruit uit zo'n mooie boom
als uw schoonheid, ons op een andere wijs:
nog veertig dagen uitstel geven we u;
is het dan is opgelost, dan toont respijt
met welk een schoonzoon wij worden verblijd;
zo lang zal uw onthaal hier zijn als het past
bij onze eer en bij uw waardigheid.Allen af, op Pericles na
PericlesWat hult zich zonde graag in hoffelijkheid,
als wat men doet vals is en hypocriet,
waarbij alleen maar goed is wat men ziet.
Is mijn oplossing helemaal verkeerd,
dan was u inderdaad nog niet zo slecht
dat u uw ziel vergooide door incest;
maar nu bent u een vader en een zoon,
door de ongepaste omgang met uw kind, -
genot van een echtgenoot, niet van een vader;
en zij eet het vlees dat aan haar moeder hoort
door het bezoedelen van haar vaders bed;
beiden zijn als een slang, die zich wel voedt
op zoete bloemen, maar toch gif uitbroedt.
Vaarwel, Antiochus! Wie zich niet schaamt
voor daden zwarter dan de nacht, zo'n man
schuwt elke weg die hem licht verraden kan.
Bij de ene zonde komt de andere ook;
moord is zo dicht bij lust als vlam bij rook.
Gif en verraad zijn de handen van de zonde,
en ook de schilden, ter afweer van schande:
geen vrijheid voor u door mijn dood: dus vlucht
en loop ik van het gevaar weg dat ik ducht.Af
Toneel 1b
- Dezelfde plaats
Antiochus op
AntiochusHij heeft ontdekt wat het betekent,
dus willen wij per se zijn hoofd. Hij mag
niet leven om mijn schande te verkonden,
niet overal zeggen dat Antiochus zo
schandelijk zondigt;
ik zorg dat hij onmiddellijk sterven zal;
want mijn eer moet hoog blijven door zijn val.
Bediening!
Thaliard op
Thaliard Heeft u soms geroepen, hoogheid?
AntiochusThaliard,
u bent onze kamerheer, aan uw zwijgen
vertrouwt mijn geest al haar geheimen toe;
en om uw trouw zult u bevorderd zijn.
Thaliard, kijk, hier is gif, en hier is goud;
die vorst van Tyrus haten wij; dood hem:
waarom dan wel behoor je niet te vragen:
omdat wij het zeggen. En, is het gedaan?
ThaliardHet is gedaan, mijn heer.
Antiochus Dat is dan dat.
Een bode op

Zeg ons, vanwaar die haast; dat lucht flink op.
BodeMylord, vorst Pericles is gevlucht.Af
AntiochusAls je leven je lief is, vlug er achteraan; en zoals de pijl van een expert-boogschutter het doel raakt waar hij op mikt, zo mag je nooit terugkomen zonder dat je zeggen kunt: 'Vorst Pericles is dood'.
ThaliardMylord, als ik hem met mijn pistool binnen schootsafstand krijg, is hij er echt geweest: dan ga ik, hoogheid.
AntiochusTot ziens, Thaliard.Thaliard af
Pas als hij dood is, sust
mijn hart mijn hoofdbrekens, en brengt het rust.Af
Tweede toneel
- Tyrus
Pericles op, met zijn edellieden
.
PericlesWij wensen niet gestoord.De edellieden af
Hoe komt het dat dit piekeren,
die vage, sombere zwaarmoedigheid,
mijn vaste gast nu is, waarbij geen uur
langs het lichtend zonnepad of vredige nacht,
het graf waar zorg in slaapt, mij rustig maakt?
Hier streelt genot mijn blik, die het uit de weg gaat;
het gevaar dat ik vreesde is Antiochus,
wiens arm te kort lijkt dat die mij hier treft;
maar toch kan geen genot mijn zinnen strelen,
toch troost de afstand tussen ons mij niet.
Want het zit zo: de ontstemming van het gemoed
die in een grote angst haar oorsprong vindt
voedt zich en leeft vervolgens door gepieker;
en wat eerst angst was wat er komen ging,
wordt groter nu bezorgd dat niets gebeurt.
Zo is het met mij: de grote Antiochus,
tegen wie ik niet op kan, want ik ben te klein,
- hij is zo groot, hij maakt zijn wil tot daad -,
denkt dat ik spreek, al zwijg ik - ik zweer het u -;
het helpt mij niet als ik zeg dat ik hem eer,
als hij vermoedt dat ik hem zal onteren;
en wat hem zal doen blozen, als het bekend wordt,
wel, dat blokkeert hij, dat het niet bekend wordt.
Vijandige troepen stuurt hij over het land;
dat overrompelt hij met krijgsvertoon,
met zijn terreur verdrijft hij moed uit het land,
- mannen overrompeld voor men weerstand biedt,
ons volk bestraft dat nooit aan misdaad dacht;
dat zit mij dwars, geen meelij met mijzelf, -
die niet meer dan de kruin der bomen ben,
beschutting van de wortels die hen voeden -
dat doet mijn lichaam pijn, verteert mijn ziel,
en straft vooruit al wat hij straffen wou.
Helicanus op en de edellieden van Pericles
1e edelmanVreugde en troost wone in uw heilige borst!
2e edelmanMoge er, totdat u terugkeert, in uw geest
rust heersen en vrede.
HelicanusRust, rustig nou, laat de ervaring spreken.
Wie onze vorst vleit, die beledigt hem,
want vleierij is blaasbalg voor de zonde;
dat wat gevleid wordt is enkel een vonk,
die door dat blazen heet wordt, sterker gloeit;
nee, in correcte grenzen, past kritiek
een vorst het best, die als mens ook dwalen kan.
Als Heer van Vlei hier vrede afkondigt,
dat vleit hij u, verklaart hij u zelfs de oorlog.
Vergeef of tuchtig mij, vorst, wat u wilt;
ik kan niet verder zinken dan mijn knie.Hij knielt
PericlesAlle anderen weg; neemt u maar even op
wat onze haven aan scheep en lading heeft,
en kom dan hier terug.De edellieden af
Helicanus,
je hebt ons beledigd. Hoe staat onze blik?
HelicanusHeel boos, gevreesde heer.
PericlesDus als je een speer ziet in een vorstenfrons,
dan durft jouw tong daar boosheid op te wekken?
HelicanusHoe durft de plant ten hemel op te zien,
vanwaar hij voedsel krijgt?
PericlesOver jouw leven
heb ik de macht.
HelicanusIk wette zelf de bijl,
het toeslaan is aan u.
Pericles Nee, sta toch op;
ga zitten daar; jij bent geen vleier, nee;
bedankt daarvoor; het hoort werkelijk gestuit
dat een vorst zijn oren voor zijn fouten sluit.
Jij, beste raad en dienaar van een vorst,
die door je wijsheid vorsten jou doet dienen,
wat vind je dat ik moet doen?
Helicanus Draag met geduld
het leed dat u zichzelf hebt aangedaan.
PericlesNu praat je als een dokter, Helicanus,
die mij een drankje voorschrijft dat jij zelf
zou vrezen in te nemen. Luister goed:
ik ben naar Antiochië geweest,
waar ik met de dood voor ogen, zoals je weet,
een stralende schoonheid wilde verwerven,
waar ik kinderen uit zou kunnen voortbrengen,
die een vorst tot steun zijn en zijn volk tot vreugd.
Wonderlijk stralend zag ik haar gezicht;
de rest, kom eens met je oor, zwart als incest;
daar kwam ik achter, maar de slechte vader
deed niet verstoord, maar vlot; je weet intussen:
pas op, als een tiran jou lijkt te kussen.
Die vrees groeide, en ik vluchtte maar hierheen,
onder de hoede van beschermer nacht
die mij omhulde; en toen ik hier was,
bedacht ik wat gebeurd was, en nog kon.
Hij is een tiran; en angsten die in hem varen
verminderen niet, maar groeien meer dan jaren.
Vermoedt hij maar, - en twijfel daar maar niet -,
dat ik de luisterende lucht verraad
van hoeveel dappere prinsen het bloed al vloeide
(dan blijft zijn bed van vunsheid onontdekt):
hij stuurt om het kort te sluiten een leger het land in
en komt met een fout die ik hem heb begaan;
om wat ik zal noemen mijn vergrijp ervaart
elk dan de krijg, die geen onschuldige spaart:
mijn liefde voor het volk, waaronder jij
die mij dat net nog kwalijk nam, -
Helicanus Maar, heer!
PericlesJoeg slaap mijn ogen uit, en bloed mijn wangen,
bracht duizend twijfels en maar piekeren,
hoe ik die storm kan keren voor hij komt;
als ik zie, hoe weinig ik hen kan verlichten,
kan ik als vorst toch minstens om hen zuchten.
HelicanusDaar u mij, mijn vorst, vrijheid van spreken geeft,
spreek ik ronduit. U vreest Antiochus;
en die tiran vreest u, vind ik, terecht,
want hij is van plan u in een open krijg
te doden, of door stil verraad.
Ga daarom toch een poos op reis, mylord,
totdat hij woede en wrok vergeten is,
of Atropos zijn levensdraad verbreekt.
Draag uw gezag over; zo ik dat mag:
ik dien u nog getrouwer dan licht dag.
PericlesAan jouw trouw twijfel ik niet;
maar als hij het land eens schendt, als ik weg ben?
HelicanusDan mengen wij ons bloed met deze aarde,
waaruit wij voortkwamen en men ons baarde.
PericlesTyrus, dan afscheid nu, en het is naar Tharsus
dat mijn weg voert, waar ik van jou horen zal;
ik zal de adviezen in je brieven volgen.
De zorg die ik had en heb voor het landsbelang
draag ik op aan jou, die daarvoor sterk en wijs bent.
Ik neem je op je woord, ik vraag geen eed;
want beide breekt wie er een van vergeet.
Maar in onze kring leven wij zo volmaakt,
dat de geschiedenis - neem dat van me aan -
mij een waar vorst vindt, jou een lichtend onderdaan.Beiden af
Derde toneel
- Tyrus
Thaliard op, alleen
ThaliardDit is dus Tyrus, en dit het hof. Hier moet ik vorst Pericles vermoorden; en als ik dat niet doe, wordt ik thuis beslist opgehangen; een riskant zaakje. Dat was me trouwens heel slim en pienter van die kerel die, toen hij van de koning mocht vragen wat hij wou, geen van zijn geheimen wilde weten; nu snap ik, dat hij daar ook wel reden voor had; want als de koning iemand opdraagt een schurk te zijn, dan doet hij er maar het beste aan dat te worden - hij is er immers door zijn eed toe verplicht. Maar stil, daar heb je de hoge heren van Tyrus.
Helicanus op, Escanus, samen met nog meer edellieden
HelicanusCollega-raadsleden, vraag mij niet meer
waarom de vorst uit Tyrus is vertrokken.
Dat hij mij schriftelijke volmacht gaf,
daar blijkt uit dat hij op reis is gegaan.
Thaliard[Terzijde] Wat? De koning is weg?
HelicanusAls u nog meer wilt weten - waarom hij
zo zonder uw vriendelijke toestemming
vertrekken wou, dat zal ik u toelichten.
In Antiochië -
Thaliard[Terzijde] Wat van Antiochië?
HelicanusWaarom weet ik niet, maar vorst Antiochus
was door hem beledigd; of vond dat zo;
en bang, dat hij een misstap had begaan,
heeft hij berouwvol boete willen doen,
en koos zeeman te zijn, een harde baan,
elke minuut naar leven en dood bedreigd.
Thaliard[Terzijde] Wel, ik neem aan dat ik nu niet gehangen zal worden, al zou ik het willen.
Dat hij weg is, zal onze vorst aanstaan;
hij ontsnapte aan het land, om op zee te vergaan.
Ik zal me laten zien. [Luidop] Gegroet, edelen van Tyrus.
HelicanusHeer Thaliard van Antiochus is welkom.
ThaliardVan hem kom ik
een boodschap brengen voor vorst Pericles;
maar, daar ik sinds mijn landing heb gehoord,
dat uw vorst naar het onbekende is afgereisd,
moet mijn bericht terug vanwaar het kwam.
HelicanusWij zien geen reden om die in te zien,
want zij is gericht aan onze vorst, niet ons;
maar voor u afreist, zagen wij u graag,
als vrienden van Antiochus, op ons feest vandaag.Allen af
Vierde toneel
- Tharsus
Cleon, de gouverneur van Tharsus, op, en zijn vrouw Dionyza, met gevolg

CleonAls we hier eens gingen zitten, Dionyza,
misschien vergeten wij bij het horen van
het leed van anderen onze eigen pijn.
DionyzaBlaas niet het vuur aan dat je blussen wilt;
wie de hoogte weghaalt van een heuveltop
werpt elders nog veel hogere bergen op.
Zo is het ook, arme man, met ons verdriet;
hier voelt men het, en schikt zich tot besluit,
maar, als een boom getopt, schiet het pas uit.
CleonO Dionyza,
wie houdt zijn mond, wanneer hij honger heeft,
of weet dat te verbergen tot hij sterft?
Het weergalmen van de pijn op onze tongen?
Ons leed de lucht in, de ogen vol, de longen
ademen zich rond om het luid te verkonden?
Opdat, zo bij onze nood de hemel slaapt,
wij zijn hulp wekken voor onze eigen troost.
houd ik hem onze nood van jaren voor
en breekt mijn stem dan ga ik met tranen door.
DionyzaIk zal mijn best doen, heer.
CleonDit is Tharsus, hier ben ik de gouverneur,
een stad waar overvloed regeerde ooit,
- de rijkdom lag hier zelfs op straat gestrooid;
haar torentransen kusten wolken hoog,
bezoek was een en al verbazing steeds;
parmantig, opgedirkt liep man en vrouw
alsof de een voor de ander een spiegel was -
hun tafels vol, wat een heerlijk gezicht,
haast niet om op te eten aangericht;
armoe was echt maar niets, en trots was in,
het woordje bijstand vond men maar heel min.
DionyzaZo was het, ja.
CleonMaar hoe het verkeren kan, als de hemel wil:
die monden, die de aarde, zee en lucht
- al gaven die hun wezens rijkelijk -
pas nauwelijks nog konden bevredigen,
zijn, net als huizen door leegstand vervuild,
verworden want ze worden niet gebruikt;
Verhemeltes die nog geen twee jaar terug
exquise nouveautés slechts wilden proeven,
waren nu heel blij met brood, bedelen er om;
moeders die niets te gek vonden om steeds
hun baby'tjes mee te vertroetelen
eten hun lieve schatjes nu gewoon op.
De honger knaagt zo hard, dat echtgenoten
om wie het eerste sterven zal gaan loten.
Hier staat een heer te huilen, daar een vrouw;
voor de begrafenis van wie is ingestort
komt wie ze vallen ziet de kracht tekort.
Zo is het toch?
DionyzaKijk onze holle wangen maar, en ogen.
CleonGij, steden die de hoorn des overvloeds,
met al zijn volheid, tot de bodem proeft,
hoort, bij al uw brassen, deze tranen aan.
Het leed van Tharsus treft misschien ook u.
Een edelman op
EdelmanWaar is de gouverneur?
CleonHier.
Kom vlug met de onheilstijding die jij brengt;
op troost hopen doen wij allang niet meer.
EdelmanVanaf het strand dichtbij hebben wij gezien,
hoe een statige vloot naar ons toe varen komt.
CleonAls ik het al niet dacht.
Leed komt wel nooit alleen, maar brengt altijd
een erfgenaam die in zijn voeten treedt;
en zo is het ook bij ons: beslist een buurland,
dat denkt te profiteren van ons leed,
zijn ruimen volstouwt met een legermacht,
om ons, al zo geslagen, te verslaan
en een volk, al ongelukkig, te onderwerpen,
hoe weinig roem die zege hun ook brengt.
EdelmanWat al te somber, want de witte vlag
die zij ontvouwd hebben is vredelievend:
men komt als vrienden, niet als vijanden.
CleonJe praat als wie het nog steeds niet heeft geleerd:
wie het hoogste woord heeft, wil het meest verkeerd.
Maar, ach, laat komen wat er wil en wat er komt;
wij hoeven toch niet bang te zijn.
Lager dan op de grond kan niet, wij zijn halfweg.
Ga hun bevelhebber maar zeggen, dat wij hier op hen wachten, om te horen wat hij komt doen, en waar hij vandaan komt, en wat hij allemaal wil.
EdelmanIk ga al, heer.Af
CleonVrede is welkom, als het om vrede gaat;
bij krijg, zijn wij tot geen verzet in staat.
De edelman op, met Pericles en gevolg
PericlesHeer gouverneur, want die bent u horen wij,
laat onze schepen en ons groot gevolg
u geen signaal zijn dat u alarmeert.
Tot in Tyrus hoorden wij van uw nood,
en wat zijn hier uw straten troosteloos;
wij brengen geen nieuw leed voor in uw ogen,
maar willen die verlichten van hun last;
en onze schepen daar, die u wellicht
zag als het Trojaanse paard geheel propvol
bloeddorstige borsten uit op inname,
zijn vol beladen met broodnodig graan,
het leven voor wie de honger half dood liet gaan.
AllenDe Griekse goden mogen u beschermen!
Cleon, Dionyza en de edellieden van Tharsus knielen

Wij bidden voor u.
Pericles Sta alstublieft op;
wij vragen geen voetval, wat vriendschap slechts,
en onderdak voor vloot, mannen en ons.
CleonAls iemand u hiervoor niet dankbaar is,
of, als is het maar in gedachten, niet voor dankt,
het zij onze vrouwen, kinderen of wij zelf,
dan treffe hen de vloek van god en mens.
Tot zo lang - laat dit nooit zo zijn, hoop ik -
zult u onze stad en ons zeer welkom zijn.
PericlesDank voor uw aanbod; dan in rust hier gewacht,
tot ons verstoord gesternte ons tegenlacht.Allen af