Google



terug naar de beginpagina de personages meer over dit stuk

Vrolijke vrouwtjes van windsor

merry wives of Windsor
William Shakespeare
vertaling : Jan Jonk

Eerste bedrijf
Eerste toneel
Rechter Shallow op, Slender en de eerwaarde Hugo Evans
ShallowEerwaarde Hugo, dring niet meer aan: ik breng de zaak voor de Sterrekamer. Al was hij twintig keer Sir John Falstaff, hij dient niet te sollen met Robert Shallow, edelgeboren.
Slender In het graafschap Gloucester, Vrederechter en Coram.
ShallowZeker, neef Slender, en Custalorum.
Slender Zeker, en ook nog Ratolorum; en een geboren edelman, eerwaarde, die zich Armigero noemt op iedere rekening, borgstelling, kwijting, dagvaarding of verplichting - Armigero.
ShallowZeker, dat doe ik, en al drie honderd jaar lang.
Slender Al zijn afstammelingen, die hem voor zijn gegaan, hebben dat gedaan, al zijn voorouders, die na hem komen, kunnen dat doen: ze mogen ook het dozijn witte snoeken op hun mantel dragen.
ShallowHet is een oude riddermantel.
EvansDas dozijn vitte luisen shtaat choed op ein oude mantel; het past er ook choed bij dat ze laufen; der mens ist er wel mee fertrouwd, und het petekent friendschap.
ShallowSnoek is verse vis; gezouten vis hoort in een oud wapen.
Slender Ik kan het vierendelen, neef.
ShallowDat kunt u doen, door te trouwen.
EvansDat sal hij wel berouwen, als hij vierendeelt.
ShallowHelemaal niet.
EvansJa, bei der Heilige Maagd: als hij een fierde van uw mantel heeft, blijven er maar drie slippen voor uzelf, volgens mijn eenvoudig begrip; maar het maakt niet uit. Als Sir John Falstaff iets onbehoorlijks jegens u heeft begaan, ik ben van de kerk en wil met alle plezier mijn welwillendheid aanbieden en verzoeningen en compromissen tussen u beiden maken.
ShallowDe Hoge Raad zal er van horen; dit is geweldpleging.
EvansHet is niet goed, dat de Hoge Raad van geweldpleging hoort; er is geen vreze Gods in geweldpleging. U weet toch dat de raad de vreze Gods zal willen horen, niet geweldpleging; houd daar wel rekening mee.
ShallowAh! Bij mijn ziel, als ik toch nog jong was, dan zou het zwaard het uitmaken.
EvansHet is beter, dat vrienden het zwaard zijn en het uitmaken; en dan is er in mijn brein nog een andere mogelijkheid, die misschien een wijze oplossing brengt. Daar heb je Anne Page, die de dochter is van de heer Thomas Page, die een aardige maagdelijkheid is.
Slender Juffrouw Anne Page? Zij heeft bruin haar, en heeft zo’n hoog meisjesstemmetje.
EvansDat is van de hele wereld precies de persoon, net wat u nodig heeft; en zeven honderd pond aan geld in goud en zilver, van haar grootvader op zijn sterfbed (God geve hem een vrolijke heropstanding), als het haar lukt zeventien te worden. Het zou een goed idee zijn als we ophouden met ons geprietpraat en een huwelijk tot stand brengen tussen de jongeheer Abraham en Juffrouw Anne Page.
Slender Heeft haar grootvader haar zevenhonderd pond nagelaten?
EvansJa, en haar vader schuift haar ook nog wel een paar stuivers.
Slender Ik ken de jonge juffer; ze is begiftigd met een paar goede eigenschappen.
EvansZevenhonderd pond, en vooruitzichten, dat zijn goede giften.
ShallowWel, laten we die beste meneer Page gaan opzoeken. Is Falstaff daar?
EvansZal ik u voorliegen? Ik veracht een leugenaar net zoals ik iemand veracht die niet te vertrouwen is, of zoals ik iemand veracht die niet recht door zee is. De ridder, Sir John, is daar; en ik verzoek u, u te laten leiden door mensen die het goed met u voor hebben. Ik zal op de deur van mijnheer Page gaan kloppen. [Hij klopt] Hé, hola? God zegene dit huis van u!
Page[Achter] Wie is daar?
Page op
EvansHier is Gods zegen en uw vriend, en Rechter Shallow, en hier is jongeheer Slender, die misschien nog wel een leuk gezegde voor u in petto heeft, als de zaken gaan zoals u dat wilt.
PageHet verheugt mij, te zien dat het uw edelheden goed gaat. Ik dank u voor dat wild dat u mij gaf, Mijnheer Slender.
ShallowMijnheer Page, ik ben blij u te zien: moge het uw hart heel goed doen! Ik had dat wild van u beter gewenst; het was slecht geschoten. Hoe gaat het met Juffrouw Page? En ik ben u altijd van harte erkentelijk, ja, van harte.
PageIk dank u, mijnheer.
ShallowIk dank u, mijnheer; bij ja en nee, ik dank u.
PageIk ben blij u te zien, beste jongeheer Slender.
Slender Hoe gaat het met uw bruine windhond, meneer? Ik hoor dat hij het in de Cotswolds niet bij kon houden.
PageDat kon men niet vaststellen, meneer.
Slender U wilt niet toegeven, u wilt niet toegeven.
ShallowHij wil niet toegeven. Het is uw fout, het is uw fout; het is een goede hond.
PageEen buldog, meneer.
ShallowEen hele goeie hond, meneer, een hele mooie hond: wat zal men er nog meer van zeggen? Hij is goed en mooi. Is Sir John Falstaff hier?
PageHij is binnen, heer; en ik zou graag voor u beiden iets goeds willen doen.
EvansDat klinkt zoals een christenmens behoort te spreken.
ShallowHij heeft mij beledigd, jongeheer Page.
PageDat heeft hij min of meer al toegegeven, meneer.
ShallowToegeven is nog niet goedmaken: of niet, jongeheer Page? Hij heeft mij beledigd, echt, dat heeft hij; in een woord, dat heeft hij, geloof me. Robert Shallow, edelgeboren, zegt dat hij beledigd is.
PageHier komt Sir John.
Sir John Falstaff op, Bardolf, Nym en Pistol.
FalstaffDus, jongeheer Shallow, u gaat over mij een klacht indienen bij de koning?
ShallowRidder, u heeft mijn mannen geslagen, mijn herten gedood, en mijn jachthuis opengebroken.
FalstaffMaar toch niet de dochter van uw opziener gekust?
ShallowStil, dat heeft daar niets mee te maken; u zult dit moeten verantwoorden.
FalstaffDat doe ik onmiddellijk: dat heb ik allemaal gedaan. Daar is uw antwoord.
ShallowDe Geheime Raad moet er van horen.
FalstaffHet zou beter voor u zijn, als het geheim gehouden werd; men zal er u om uitlachen.
EvansPauca verba; Sir John, koet en elekant gesegt.
FalstaffElekant? Kant noch wal! Slender, ik heb een gat in uw hoofd geslagen: wat heeft u nou tegen mij?
Slender Nou, ik heb heel wat in mijn hoofd tegen u, en tegen die schurken van bedriegers van u, Bardolf, Nym en Pistol.
FalstaffDunne Barbary-kaas!
Slender O, dat doet mij niets.
PistolWat wilt u, Mefostofilus?
Slender O, dat doet mij niets.
NymPlakje; pauca, pauca; plakje kaas, daar heb ik zin in!
Slender Waar is Simpel, mijn knecht? Weet u dat soms, neef?
EvansRustig, alstublieft. Laten wij het goed begrijpen: er zijn, als ik het goed begrijp, drie scheidsrechters in deze zaak; te weten, de heer Page (fidelicet de heer Page); en daar is ikzelf (fidelicet ikzelf); en de driete partij is (als laatste en ten slotte) mijn waard uit de ‘Kousenband’.
PageWij drieën, om de zaak tussen hen te horen en te besluiten.
EvansSeer koet; ik skrijf er een kort pericht van in mijn sakboekje en dan sullen we te saak pehandelen met omsichtigkeit.
FalstaffPistol!
PistolHij hoort met zijn oren.
EvansTe tuifel en sijn moer! Wat is dat foor chesechte, ‘Hij hoort met sijn oren’? Kom, dat is affectaties.
FalstaffPistol, hebt u de beurs van Jongeheer Slender gepikt?
Slender Nou, bij deze handschoenen, òf hij dat deed, of ik wil nooit meer in mijn eigen grote kamer komen: een daalder in zilveren molenkwartjes, en twee sjoelbakschijfmunten van koning Edward, die me twee kwartjes en een dubbeltje kostten aan Yed Miller, bij mijn handschoenen.
FalstaffIs dit waar, Pistol?
EvansNee, het is falsheid, als hij een peursensnijder is.
PistolHa, vreemdeling uit het gebergte! Sir John en mijn gebieder,
Die blikken degen daag ik hierbij uit.
Een loochening stoot ik in uw labras hier!
Een loochening: jij, schuim en uitschot, liegt!
Slender [Wijzend op Nym] Bij deze handschoen, dan was hij het.
NymWees nou toch wijs, meneer, en toon u positief; ik zou zeggen, bemoei u met uw eigen zaken, als u bij mij met dat soort dievenvangen-instelling aankwam. Dat is de kern van de zaak.
Slender Bij deze hoed, dan was hij het met dat rode gezicht; want al kan ik mij niet herinneren wat ik deed toen u mij dronken had gevoerd, toch ben ik niet helemaal gek.
FalstaffWat zegt u, Rooie en Jan?
BardolfWel, Sir, wat mij betreft had de heer zich zelf uit zijn vijf zinsregels gedronken.
EvansHet moet sijn, sijn fijf sinnen. Wat een stuk onwetendheid.
BardolfEn toen hij een stuk in zijn kraag had, meneer, werd hij, zoals dat heet, afgedankt; en dus gingen de problemen met hem op de loop.
Slender Ja, en u maar in het Latijn praten; maar dat doet er niet toe. Ik zal me van mijn leven nooit meer bedrinken na deze streek, tenzij in een eerlijk, beschaafd en godvrezend gezelschap; als ik dronken ben, wil ik dronken zijn met mensen die God vrezen, niet met dronken schurken.
EvansSo helpe mij Chod, tat is een deugdzame houding.
FalstaffU hoort, heren, dat al deze zaken geloochend worden; u hoort het nou.
Anne Page op, met wijn; dan Juffrouw Ford en Juffrouw Page.
PageAch, dochter, breng de wijn maar naar binnen; wij willen binnen drinken. Anne Page af
Slender O, hemel, dat is Juffrouw Anne Page.
PageHoe gaat het met u, Juffrouw Ford?
FalstaffJuffrouw Ford, op mijn eer, het is mij recht aangenaam, u te zien: met uw verlof, lieve juffrouw. Hij kust haar
PageVrouw, heet deze heren welkom. Kom, we hebben warme wildpastei voor het eten vanmiddag; kom, heren, ik hoop dat we alle onenigheid zullen wegdrinken.
Allen af, behalve Slender

Slender Ik had er wel veertig shilling voor over, als ik nu mijn boek met Liederen en Verzen hier had.
Simpel op
Wel, Simpel, waar bent u geweest? Ik moet mezelf bedienen, of niet? U heeft zeker niet toevallig het Boek met Raadsels bij u?
SimpelHet Boek met Raadsels? Maar heeft u dat niet met Allerheiligen laatst, veertien dagen voor Sint Michiel, uitgeleend aan Alice Shortcake?
Shallow en Evans op
ShallowKom, neef; kom, neef; we staan op u te wachten. Nog een woordje met u, neef: er is een, als het ware, een voorstel, een soort voorstel uit de verte gedaan door Sir Hugo hier. Begrijpt u mij?
Slender Ja zeker, en u zult zien, dat ik niet onredelijk ben; als dat zo is, zal ik doen wat redelijk is.
ShallowJa, maar begrijp mij nou.
Slender Ik begrijp u uitstekend, Sir.
EvansGeef gehoor aan zijn voorstel. Jongeheer Slender, ik zal u de zaak uit de doeken doen, als u het kunt vatten.
Slender Ik doe al, wat mijn neef Shallow zegt. U neemt het mij toch niet kwalijk - maar hij is een rechter in zijn graafschap, zo waar als ik hier sta.
EvansMaar daar gaat het niet om; de vraag heeft betrekking op uw huwelijk.
ShallowJa, dat is het punt, meneer.
EvansJa, dat is precies het punt - met Juffrouw Anne Page.
Slender Nou, als dat het is, dan zal ik met haar trouwen, als de eisen redelijk zijn.
EvansMaar kunt u van het meisje houden? Dat willen wij van uw mond of van uw lippen horen; want verschillende geleerden beweren dat de lippen deel zijn van de mond. Dus, zeg ons nu uitdrukkelijk, of u uw affectie op het meisje kunt overbrengen.
ShallowNeef Abraham Slender, kunt u van haar houden?
Slender Dat hoop ik, meneer, en ik zal doen zoals het iemand past die redelijk wil zijn.
EvansNee, Gods heilige mannen en vrouwen! U moet positief zeggen, of u haar wilt overtuigen van uw verlangens.
ShallowDat moet u doen. Wilt u haar, voor een goede bruidsschat, trouwen?
Slender Ik wil, als u dat wenst, in alle redelijkheid, nog wel iets groters doen dan dat.
ShallowBegrijp me nou, begrijp me nou, beste neef; wat ik doe, is om u een plezier te doen, neef. Kunt u het meisje beminnen?
Slender Ik zal haar trouwen, op uw verzoek, meneer; maar als de liefde in het begin niet groot is, kan de hemel ze bij nadere kennismaking nog doen afnemen, als we getrouwd zijn en meer gelegenheid hebben elkaar te leren kennen. Ik hoop, dat uit vertrouwelijkheid steeds meer tevredenheid groeit; maar als u zegt: ‘Trouw haar’, dan zal ik met haar trouwen; daartoe ben ik graag ontsloten en bevreid.
EvansDat is een seerweloverwogen antwoord; behalve dat er een foutje zit in het woord ‘bevreid’: het woord is volgens ons ‘bereid’. Hij bedoelt het juist.
ShallowJa, volgens mij bedoelde mijn neef het goed.
Slender Ja, dat is zo, anders mag ik mij laten hangen.
Anne Page op
Om u zou ik graag jong zijn, Juffrouw Anne!
AnneHet eten staat op tafel; mijn vader verzoekt uwe edelen hem gezelschap te komen geven.
Slender Wij zijn geheel tot zijn dienst, mooie Juffrouw Anne.
EvansBij Gods gezegende gebod, ik zal niet bij het gebed ontbreken. Slender en Evans af
AnneWilt uw edelheid alstublieft binnenkomen, mijnheer?
ShallowNee, dank u, echt, van harte; maar ik voel mij niet goed.
AnneHet eten staat klaar, meneer.
ShallowIk heb geen honger, ik dank u, echt. [Tot Simpel] Ga maar, man, ook al bent u eigenlijk mijn knecht, ga mijn neef Shallow maar bedienen. [Simpel af] Een vrederechter kan een vriend al eens dankbaar zijn voor een knecht; ik houd er nu nog maar drie dienaren en een jongen op na, tot mijn moeder dood is; maar dat geeft niets, ik leef toch als een edelman die arm geboren is.
AnneIk mag niet naar binnengaan zonder uw edelheid; ze gaan pas aanzitten, als u er bent.
ShallowEcht, ik ga niets eten; ik dank u niet minder dan wanneer ik gegeten had.
AnneAlstublieft, mijnheer, komt u toch mee naar binnen.
ShallowNee, dank u, ik loop liever hier buiten wat rond. Ik heb een tijdje geleden mijn scheenbeen open gehaald toen ik met de schermmeester met degen en dolk trok - om drie raakstoten en een schotel gestoofde pruimen - en, echt, na die tijd kan ik de lucht van warm eten niet meer uitstaan. Waarom blaffen die honden van u zo fel? Zijn er soms beren in de stad?
AnneIk geloof van wel, meneer; daar heb ik iets van gehoord.
ShallowDat is een grote liefhebberij van mij, maar, net als iedereen in Engeland, krijg ik er altijd ruzie om. U bent zeker bang, als er een beer los is?
AnneO, zeker wel, mijnheer.
ShallowDat is nou eten en drinken voor mij. Ik heb Sackerson wel twintig keer los gezien, en hem bij de ketting gepakt; maar ik verzeker u, dat de vrouwen er om gilden en schreeuwden, dat het een aard had. Maar ja, vrouwen kunnen ze niet uitstaan; het zijn lelijke, ruwe dingen.
Page op
PageKom, beste Jongeheer Shallow, kom; we wachten op u.
ShallowIk eet toch niets; ik dank u, meneer.
PageBij God en gebod, u hebt niet te kiezen, meneer; kom, kom toch.
ShallowNou goed, gaat u mij dan maar voor.
PageKom toch, meneer.
ShallowJuffrouw Anne, gaat u maar voor.
AnneAbsoluut niet, meneer; gaat u alstublieft eerst.
ShallowNee, ik ga echt niet voor; die onbeleefdheid doe ik u echt niet aan.
AnneAlstublieft, mijnheer.
ShallowGoed, dan wil ik liever onbeleefd dan lastig zijn. U doet uzelf onrecht, echt waar! Allen af



Tweede toneel

Evans en Simpel op
EvansGaat u eens gauw vragen waar het huis van Doctor Caius is; want daar woont een zeker juffrouw Snel, die als het ware zijn huishoudster is, of zijn poetsster, of zijn kokkik, of zijn wasgoed, of zijn wasvrouw, en zijn wringer.
SimpelGoed, eerwaarde.
EvansNee, tat is nog peter. Geef haar deze brief; want die vrouw is heel goed bekend met Juffrouw Anne Page; en de brief wil haar vragen en verzoeken de verlangens van uw meester over te brengen aan Juffrouw Anne Page. Ga maar gauw. Ik ben zo klaar met eten; er komen nog appeltjes en kaas. Beiden af



Derde toneel

Falstaff op, de Waard, Bardolf, Nym, Pistol en Robin
FalstaffMijn waard van ‘De Kousenband’!
WaardWat zegt mijn ijzeren toren? Spreek geleerd en wijs.
FalstaffEcht waar, mijn waard, ik moet enkele van mijn gevolg wegdoen.
WaardEruit ermee, ijzeren Hercules, smijt ze eruit; weg ermee, hup, hup.
FalstaffIk zit op tien pond per week.
WaardJe bent een wereldvorst, Caesar, Keizer, Grootvizier. Ik neem Bardolf wel in dienst; hij moet schenken, hij moet tappen. Goed gesproken, ijzeren Hector?
FalstaffZeker doen, mijn beste waard.
WaardIk heb het gezegd; laat hem volgen. [Tot Bardolf] Ik wil je zien schuimen en kalken. Meer zeg ik niet; kom mee. Af
FalstaffBardolf, volg hem. Tappen is een goed beroep; een oude jas maakt een nieuw wambuis; een verweerde dienaar een verse tapper. Ga maar; vaarwel.
BardolfHet is het leven, dat ik altijd al graag gewild heb: het zal me goed gaan.
PistolO, laag Hongaars gebroed, wil jij de tap hanteren? Bardolf af
NymHij is in dronkenschap verwekt; loopt hiermee alles niet schitterend?
FalstaffIk ben blij, dat ik zo van die tondeldoos afkom; zijn diefstallen waren te doorzichtig; zijn gappen was als een ongeschoolde zanger, altijd buiten de maat.
NymDe beste instelling is zo snel mogelijk te stelen.
Pistol‘Organiseren’ noemt de wijze dat. ‘Stelen’! Foei, een figo voor dat woord!
FalstaffIk ben blut, mannen, ik ben bijna door mijn zolen heen.
PistolLaat dan de winterhielen volgen.
FalstaffEr zit niets anders op: ik moet gaan stropen, ik moet op buit uit.
PistolDe jonge raven willen eten.
FalstaffWie van jullie kent Ford, hier uit de stad?
PistolIs mij bekend: die zit er warmpjes bij.
FalstaffMijn brave borsten, ik zal jullie zeggen, wat ik van plan ben.
PistolZo’n buik, nee, nog groter.
FalstaffGeen sarcastische opmerkingen nou, Pistol. Ja, ik ben om mijn middel twee el rond, maar ik laat ook geen middel onbenut om er ronduit beter van te worden. Om kort te gaan, ik ben van plan de vrouw van Ford het hof te maken. Ik denk dat het met haar heel leuk wordt: zij praat goed, geeft seintjes met haar pink aan tafel, ze wenkt uitnodigend; ik begrijp heel goed wat die eigenaardigheidjes in haar doen en laten betekenen, en de boodschap van haar gedrag die meest doorkomt is, correct in het Engels vertaald: ‘Ik ben voor Sir John Falstaff’.
PistolHij heeft haar wil bestudeerd, en wat zij wil vertaald - uit kuisheid in het Engels.
NymDiep verankerd, komt hij nooit boven: houdt die bevlieging aan?
Falstaff Nu gaat het gerucht, dat ze de touwtjes van haar man zijn beurs in handen heeft; hij heeft een legioen engelenmunten.
PistolNeem net zo veel duivels in dienst; hop, eropaf, zou ik zeggen.
NymDe spanning stijgt; zo is het goed. Laat maar komen die engelen.
FalstaffIk heb hier een brief aan haar geschreven; en hier nog een aan de vrouw van Ford, die mij net nog heeft toegelonkt, mijn lijf met kritische blikken heeft gemonsterd; haar oogstraal vergulde nu eens mijn voet, dan weer mijn statige buik.
PistolDan scheen de zon op een mesthoop.
NymIk dank je voor die visie.
FalstaffO, zij liep met zulk een gretige opmerkzaamheid over mijn uiterlijk, dat haar hebberig oog mij als een brandglas leek te gaan verzengen! Hier heb ik nog een brief aan haar; zij draagt ook de beurs: zij is een landstreek van Guiana, een en al goud en overvloed. Voor die beiden zal ik schatmeester zijn, en ze zullen mijn schatkamers zijn: zij zullen mijn Oost- en West-Indië zijn, en ik zal met beiden handel bedrijven. Breng deze brief snel naar Juffrouw Page; en jij deze naar Mevrouw Ford; het zal ons goed gaan, jongens, het zal ons goed gaan.
PistolWord ik dan meneer Pandarus van Troje,
met een zwaard opzij? Dan haal ze allen, Lucifer!
NymIk laat me niet in met een lage bevlieging. Neem die brief vol grillen maar terug; ik wil me houden aan fatsoen.
Falstaff[Tot Robin] Hier, jongen, breng die brieven met zorg weg;
wees mijn kadraai naar deze gouden kusten.
Verdwijn, schurken, smelt als de hagel; weg;
smeer ‘m; slijt je hoeven; berg je; donder op!
Die hoffelijkheid van nu, kom ik overheen;
Frans zuinig - dan maar met mijn page alleen. Falstaff en Robin af
PistolLaat de aasgier jouw buik losscheuren, getriefel wint,
en valse stenen plukken rijk en arm;
mijn beursje klinkt, als jij geen duit meer hebt,
jij, lage Turk uit Phrygië!
NymIk heb plannen in mijn hoofd die wraak bedoelen.
PistolZin jij op wraak?
NymBij de hemel en zijn sterren!
PistolMet geest of staal?
NymIk kom met de felheid van allebei: ik zal het vuur van deze liefde meedelen aan Ford.
PistolEn door mij wordt aan Page ontvouwd,
hoe Falstaff, dat portret,
zijn duifje wil, en al zijn goud,
en smousen in zijn bed.
NymMijn vuur zal niet afkoelen; ik zal Ford ophitsen, dat hij naar gif grijpt; ik zal hem de geelzucht op het lijf jagen, want dat oproer van mij is gevaarlijk. Dat is mijn ware intentie.
PistolJij bent de Mars der Malcontenten. Ik sta achter je; vooruit. Allen af



Vierde toneel

Juffrouw Snel op en Simpel
Juffrouw SnelHé, John Rugby! [Rugby op] Wil je even naar het venster lopen en kijken of je mijn meester, de heer Doctor Caius, al ziet komen. Als hij binnenkomt, en hij iemand in huis vindt, dan zullen Gods geduld en het konings Engels zwaar op de proef gesteld worden.
RugbyIk zal even kijken.
Juffrouw SnelDoe maar vlug; en we gaan er vanavond zeker nog een advocaatje op drinken, bij het laatste restje van het kolenvuur. [Rugby af] Zo’n eerlijke, gewillige, aardige jongen krijg je tegenwoordig niet meer als huisknecht; en, geloof me, geen kletser of ruziemaker. Zijn grootste gebrek is dat hij verslaafd is aan bidden; soms wel heel erg zielig veel; maar zo heeft ieder zijn gebrek; dus dat mag wel. Dus uw naam is Peter Simpel?
SimpelJa, bij gebrek aan beter.
Juffrouw SnelEn Jongeheer Slender is uw meester?
SimpelJa zeker.
Juffrouw SnelDraagt die zo’n grote ronde baard, als het snijmes van een handschoenenmaker?
SimpelNee, echt niet: hij heeft maar een heel klein gezichtje, met een klein geel baardje - zo’n rossig Kaïnsbaard kleur.
Juffrouw SnelEen zachtzinnig man, of niet?
SimpelJa zeker, maar een paar stevige handen als wie ook tussen mijn en zijn hoofd: hij heeft ooit gevochten met een konijnenfokker.
Juffrouw SnelNee toch! O, maar nu schiet hij me te binnen: loopt hij niet, als het ware, met zijn neus in de wind, en stapt hij niet als een haan?
SimpelJa, zo is het.
Juffrouw SnelMoge de hemel Anne Page geen slechtere partij sturen. Zeg de eerwaarde Heer Evans, dat ik zal doen wat ik kan voor uw meester; Anne is een goed meisje, en ik zou willen -
Rugby op
RugbyHelaas, daar komt mijn meester aan.
Juffrouw SnelDan krijgen we er allemaal van langs. Vlug, hierheen, beste jongen; ga deze kast in; hij blijft vast niet lang. [Simpel gaat de kast in] Hé, John Rugby! John! Hé, John, nou, John! Ga eens kijken waar mijn meester blijft; misschien is hij onwel, dat hij maar niet naar huis komt. [Ze zingt] Traleralera, traleralera, -
Doctor Caius op
CaiusVat is u zingt? Ik houd niet de grappen. Alstublieft, vilt u mij halen une boitine verde in mijn kast - een doos, een groen doos. Hoor vat ik seg? Een groen doos.
Juffrouw SnelJa, ja, zeker; die haal ik u. [Terzijde] Ik ben blij dat hij die zelf niet ging halen: als hij de jongeman had gevonden, was hij hoorndol geworden.
CaiusFe, fe, fe, fe, ma foi, il fait fort chaud. Je m’en vais voir à la court la grande affaire.
Juffrouw SnelBedoelt u deze, meneer?
CaiusOui, mette la au mon pocket: dépêche, snel. Vaar is die sjurk Rugby?
Juffrouw Snel Hé, John Rugby! John!
RugbyHier, meneer!
CaiusU bent John Rugby, en u bent Slak Rugby. Kom, pak uw degen, en volg mij op de hiel naar de hof.
RugbyDie staat al klaar, meneer, hier in de gang.
CaiusOp mijn voord, ik treuzel te lang. Kod, kod, que ai je oublié? Er sijn wat middeltjes in mijn kast, die ik voor de hele vereld niet vergeten wil.
Juffrouw SnelO, jee, nou vindt hij dat jong mens daar, en zal hij woedend worden.
CaiusO diable, diable! Vat is in mijn kast? Sjurken, larron! [Hij trekt Simpel naar buiten] Rugby, mon svaart!
Juffrouw SnelBeste heer, houd u in.
CaiusVat sal ik mij in’ouden?
Juffrouw SnelDie jongeman is een eerlijke jongen.
CaiusWat moet de eerlijke jongen in mijn kast? Er is geen eerlijk jong dat in mijn kast kom.
Juffrouw SnelAlstublieft, wees niet zo flegmatiek. Luister hoe is is gebeurd: hij kwam mij een boodschap brengen van de eerwaarde heer Hugo.
CaiusNou enne?
SimpelJa, eh, ik moest haar vragen -
Juffrouw SnelStil, alstublieft.
Caius‘oudt u uw mond. [Tot Simpel] Vertel maar.
SimpelOm deze eerbare juffer, uw huishoudster, te vragen een goed woord te doen bij Juffrouw Anne Page voor mijn meester ten aanzien van een huwelijk.
Juffrouw SnelO, dat is dus maar alles, och; maar ik zal er nog geen vinger voor in het vuur steken, als het niet echt hoeft.
CaiusDus de eerwaarde ‘eer ‘ugo ‘eeft u ghestuurd? Rugby, passeer mij een stuk papier. Wakte u een moment. Hij schrijft
Juffrouw Snel[Terzijde tot Simpel] Ik ben blij dat hij zo rustig is: als hij het slecht had opgepakt, dan zou u hem eens woest en melankoliek hebben moeten horen. Maar desalniettegenmin, man, ik zal voor uw meester doen wat ik kan; en het eigenlijke punt is, dat de Franse dokter, mijn meester - ja, ik mag hem mijn meester noemen, want ik ben zijn huishoudster; en ik was voor hem, ik wring, ik brouw, ik bak, ik schuur, ik kook en brouw hem het eten, ik maak de bedden, en doe alles zelf -
Simpel[Terzijde tot Juffrouw Snel] Een zware druk, om onder zo iemand te moeten leven.
Juffrouw Snel[Terzijde tot Simpel] O, dus u weet daar van? U zult het een grote last vinden; vroeg op zijn en laat naar bed; maar desalniettegenmin - kom eens hier, in uw oor; ik wil niet dat er over gepraat wordt - mijn meester is zelf verliefd op Juffrouw Anne Page; maar desalniettegenmin, ik weet hoe dat Anne erover denkt - daar komt niets van in.
CaiusKij, aap, keef deze brief aan de ee’waade ‘Eer ‘Ugo; mon Kod, et is een uitdaging. Ik sal sijn keel in et Park doorsnijden en ik skal dat skurftige hondvot van een priester leer, sik te meng en te bemoei. U kunt vel gaan; et is niet kud dat u ier blijft angen. Mon Kot, ik sal allebei sijn kloten afsnijden; mon Kot, ‘ij sal er keen meer ‘ebben om naar sijn ‘ond te kooien. Simpel af
Juffrouw SnelAch God, hij spreekt alleen voor zijn vriend.
CaiusDat kan mij niet skeel; u hept mij tok vertel, tat ik Anne Page for mijself sal heb. Mon Kot, ik sal Aap priest dood slaan; en ik ep mijn vaard de la ‘Karter’ uitghekoost om ons de vapens te meet. Mon Kot, ik vil Anne Page self ebben.
Juffrouw SnelHet meisje houdt toch van u, meneer, en alles loopt vast goed af. We moeten de mensen laten praten, wat geeft het.
CaiusRugby, kom met mij mee naar de of. [Tot Juffrouw Snel] Mon Kot, als ik Anne Page niet krijg, smijt ik u bij de kop uit et uis. - Vlak akter mij aan, Rugby.
Juffrouw SnelU krijgt An- [Caius en Rugby af] - ders zelf een ezelskop. Nee, ik ken Anne wat dat betreft door en door; geen vrouw in heel Windsor kent Anne zo door en door als ik, en niemand krijgt zoveel van haar gedaan als ik, God zij dank.
Fenton[Achter] Is er iemand binnen, hallo?
Juffrouw SnelWie is daar eigenlijk? Kom binnen, alstublieft.
Fenton op
FentonDag, goede vrouw, hoe gaat het?
Juffrouw SnelDes te beter nu het Uw Edele behaagt mij dat te vragen.
FentonIs er nog nieuws? Hoe is het met de mooie Juffrouw Anne?
Juffrouw SnelDat is ze zeker meneer, ze is mooi, en braaf, en lief, en iemand die u graag mag - dan kan ik u nog wel vertellen, de hemel zij dank.
FentonDenk je, dat ik zal slagen? Zal mijn aanzoek niet afgewezen worden?
Juffrouw SnelAch, heer, alles ligt in Gods hand; maar desalniettegenmin, jonge heer Felton, ik zou op de bijbel willen zweren, dat ze van u houdt. Heeft Uw Edele niet een wrat boven het oog?
FentonJa, inderdaad; maar wat zou dat?
Juffrouw SnelOch, daar zit een heel verhaal aan vast. God, dat is me er toch eentje; maar het braafste meisje dat ooit brood gesneden heeft, als u dat maar vergeet; we hebben het wel een uur over die wrat gehad; bij dat meisje kan ik alleen maar lachen; alleen is ze een beetje erg lankoliek en piekerderig; maar wat u betreft, nou, schiet maar op.
FentonNou, ik hoop haar vandaag nog te zien. Wacht, hier hebt u wat geld: doe een goed woordje voor mij bij haar; als je haar vóór mij ziet, doe haar de groeten van mij.
Juffrouw SnelWil ik dat? Och, ja, dat willen wij; en ik zal u edele de volgende keer als we elkaar zien wat meer over die wrat vertellen; en van andere minnaars.
FentonGoed, tot ziens dan; ik heb nu erg veel haast.
Juffrouw SnelTot ziens, Uw Edele. [Felton af] Echt een aardige man - maar Anne houdt niet van hem; want ik ken Anne door en door, als wie ook. - O jee, wat heb ik nou vergeten? Af